Zoeken

145 resultaten gevonden

  1. VR 2026/149 Ongeval veroorzaakt na door rood rijden. Criterium roekeloosheid bij regresvordering verzekeraar. WAM.

    Jurisprudentie

    Een bestuurder van een gehuurde en WAM-verzekerde personenauto veroorzaakte in Amsterdam een verkeersongeval door met een snelheid van 61 tot 68 km/u door rood licht te rijden en een fietser aan te rijden. De bestuurder is strafrechtelijk veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 WVW 1994. De WAM-verzekeraar vergoedde de letselschade van het slachtoffer en stelde vervolgens op grond van artikel 15 lid 1 WAM regres in tegen de bestuurder. Volgens de verzekeraar was sprake van roekeloosheid in de zin van de polisvoorwaarden en artikel 7:952 BW, zodat de schade van dekking was uitgesloten en

  2. VR 2026/150 Onrechtmatig handelen door opzettelijke misleiding van verzekeraar.

    Jurisprudentie

    Op 1 mei 2022 is appellant op zijn fiets betrokken geraakt bij een aanrijding met een auto die was verzekerd bij Nationale-Nederlanden (NN). Appellant stelde NN aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval en claimde onder meer letselschade en schade aan zijn fiets, telefoon, jas en broek. NN constateerde dat uit de eerste ongevalsinformatie uitsluitend materiële schade aan de fiets en de auto naar voren kwam. Daarnaast bleek uit een controle van de CIS-databank dat appellant eerder meerdere keren in de interne en externe verwijzingsregisters was opgenomen. NN liet daarop een nader

  3. VR 2026/151 Vergoeding overlijdensschade naar Oostenrijks recht. Verkeersongeval.

    Jurisprudentie

    Op 2 januari 2017 overleed de vader van eisers na een verkeersongeval in Gerlos, Oostenrijk. Een bestuurder reed hem in het donker aan. De bestuurder reed zonder verlichting, had door de sneeuw beperkt zicht en had alcohol gedronken. Een Oostenrijkse strafrechter veroordeelde de bestuurder wegens het door grove nalatigheid veroorzaken van het overlijden. Eisers waren op dat moment 13 en 17 jaar oud. Eisers stellen Generali, de verzekeraar van de veroorzaker, aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade die zij door het overlijden van hun vader hebben geleden. Zij eisen onder meer

  4. VR 2026/152 Stofoverlast van onverharde weg. Geen onrechtmatige hinder. Gemeente niet aansprakelijk.

    Jurisprudentie

    Eisers wonen sinds juli 2022 naast een gedeeltelijk onverharde bosweg die toegang geeft tot een locatie waar arbeidsmigranten wonen. Door het intensieve verkeer over deze weg ervaren zij veel zand- en stofoverlast. Zij meldden dit kort na hun verhuizing bij de gemeente. In maart 2023 dienen zij een formele klacht in. De gemeente verklaarde deze ongegrond. De klachtadviescommissie erkende de stofoverlast, maar vond dat de gemeente met het reguliere onderhoud aan haar verplichtingen voldeed. Een gesprek tussen partijen bracht geen oplossing. Eisers stelden de gemeente daarna aansprakelijk. De

  5. VR 2026/153 Letselschade na verkeersongeval. Geen causaal verband tussen ongeval en klachten.

    Jurisprudentie

    Eiser raakt als bestuurder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij met zijn auto tegen een geparkeerde auto rijdt. Na het ongeval ervaart eiser verschillende lichamelijke en psychische klachten. Volgens eiser zijn deze klachten door het ongeval veroorzaakt en beperken deze hem in zijn dagelijks leven en in zijn werk. Hij doet een beroep op de bij Allianz afgesloten schadeverzekering voor inzittenden (SVI) en vordert vergoeding van de schade die hij door het ongeval lijdt. Eiser vraagt de rechtbank voor recht te verklaren dat zijn klachten door het ongeval zijn veroorzaakt en Allianz te

  6. VR 2026/154 Gemeente aansprakelijk voor gevaarlijke weginrichting bij gracht.

    Jurisprudentie

    Een bestuurder rijdt ’s avonds met een autohoogwerker in een nieuwe woonwijk in Delft de gracht in. Het is op dat moment schemerig en de gracht is vanaf de weg onvoldoende zichtbaar. De autohoogwerker raakt ernstig beschadigd. Allianz vergoedt de schade aan haar verzekerde en stelt vervolgens de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk. Volgens Allianz heeft de gemeente de weg onvoldoende veilig ingericht en daarmee een gevaarlijke situatie laten ontstaan. Allianz vraagt de rechtbank vast te stellen dat de gemeente aansprakelijk is voor het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade en kosten

  7. VR 2026/155 Afwijzing vergoeding buitengerechtelijke kosten na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie

    In juni 2023 raakten twee cliënten van eiser, een Nederlands advocatenkantoor, betrokken bij een verkeersongeval met een verzekerde van Agro, een Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar. Avus treedt in Nederland op als vertegenwoordiger van Agro. Agro erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval en betaalde de cliënten een voorschot op hun schadevergoeding. Daarna ontstond alleen nog discussie over de vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Eiser vordert dat Agro € 1.235,27 betaalt, vermeerderd met rente en kosten. Volgens eiser moet Agro deze kosten vergoeden omdat zij aansprakelijk is

  8. VR 2026/156 Ongeval bestelauto en 17-jarige fietser. Rood verkeerslicht. 50 %-regel. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Verzoeker − ten tijde van het ongeval 17 jaar oud − raakte ernstig gewond toen hij op zijn fiets op een kruispunt in botsing kwam met een bestelauto. De WAM-verzekeraar van de bestelauto erkende aansprakelijkheid voor 50 % van de schade op grond van de 50 %-regel van artikel 185 WVW 1994. Verzoeker vraagt de rechtbank te bepalen dat de verzekeraar de volledige schade, dan wel een groter deel dient te vergoeden. De rechtbank stelt vast dat verzoeker een verkeersfout heeft gemaakt door een kruising over te steken terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Daarnaast negeerde hij de

  9. VR 2026/157 Buitengerechtelijke kosten bij voortgezette schadeafwikkeling na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie

    De twee verzoekers zijn op 25 augustus 2020 samen betrokken geraakt bij een kettingbotsing in Amsterdam. Zij zaten in een auto die van achteren werd aangereden, waarna hun auto tegen een ander voertuig botste. Allianz, de WAM-verzekeraar van de veroorzaker, heeft de aansprakelijkheid erkend en heeft beide verzoekers een voorschot van € 10.000,- op hun schadevergoeding betaald. Na het ongeval kregen verzoekers verschillende gezondheidsklachten. Deskundigenonderzoek bracht echter geen medisch causaal verband tussen deze klachten en het ongeval aan het licht, mede vanwege hun medische

  10. VR 2026/158 Letselschade na aanrijding door (onverzekerde) crossmotor. Aansprakelijkheid bestuurder. Eigen schuld en billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Verzoekster raakte op 16 april 2023 betrokken bij een ongeval tijdens een bijeenkomst van jongeren met crossmotoren en bromfietsen. Zij reed op een bromfiets toen zij werd aangereden door een bestuurder van een kentekenloze en onverzekerde crossmotor. De bestuurder reed met hoge snelheid en maakte een wheelie. Bij de botsing liep verzoekster ernstig letsel aan haar linkerbeen op. De strafrechter veroordeelde de bestuurder voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. Het Waarborgfonds Motorverkeer wees de aansprakelijkheid voor het ongeval echter af. Verzoekster

  11. VR 2026/159 Aansprakelijkheid wandelaar. Ongeval door hond en hondenlijn op fietspad. Gevaarzetting.

    Jurisprudentie

    Verzoeker, een wielrenner, raakt ernstig gewond bij een ongeval op een fietspad. Hij fietst in de richting van een wandelaar die zijn hond uitlaat. De hond loopt aan een lange lijn die over het fietspad is gespannen. Wanneer verzoeker de hond en de lijn ziet, maakt hij een noodstop om een aanrijding te voorkomen. Hij valt en loopt een dwarslaesie op. Verzoeker stelt de wandelaar en diens aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea aansprakelijk voor zijn schade. Volgens verzoeker heeft de wandelaar een gevaarlijke situatie veroorzaakt. Hij had de hond onvoldoende kort aangelijnd, waardoor de lijn

  12. VR 2026/160 Geen vaststellingsovereenkomst bij afwijkend voorstel voor buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie

    Een bij Achmea verzekerde auto rijdt achterop de auto van verzoeker terwijl die in een file stilstaat. Na het ongeval krijgt verzoeker verschillende klachten, waaronder nek-, schouder- en rugklachten, hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen in zijn rechterarm. Achmea erkent de aansprakelijkheid van haar verzekerde. Verzoeker werkt als zelfstandig ondernemer in de bouw en heeft zijn werkzaamheden sinds het ongeval niet meer kunnen hervatten. Een belangenbehartiger helpt hem bij de afwikkeling van zijn schade. Partijen onderhandelen over de schadevergoeding. Daarbij ontstaat discussie over de

  13. VR 2026/161 Causaal verband tussen ongeval en cognitieve klachten onvoldoende onderbouwd.

    Jurisprudentie

    Verzoeker raakte op 24 juli 2014 als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een andere auto, waarvan de bestuurder was verzekerd bij Ansvar. Ansvar heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Tussen partijen is vervolgens een geschil ontstaan over de vraag of de door verzoeker gestelde cognitieve klachten en stoornissen in causaal verband staan met het ongeval. Om de medische gevolgen daarvan te beoordelen, hebben partijen gezamenlijk neurologisch en neuropsychologisch deskundigenonderzoek laten verrichten. De bevindingen van de deskundigen sloten

  14. VR 2026/17 Niet aannemelijk gemaakt dat fietspaden voor meer dan dertig jaar voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Geen openbare weg in de zin van de Wegenwet.

    Jurisprudentie

    De eigenaar van een landgoed heeft twee fietspaden op het landgoed, de Emilialaan en de Stulpselaan, afgesloten. Fietsvrienden Pijnenburg verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarn hiertegen handhavend op te treden, omdat de paden volgens hen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het college wees dit verzoek af, omdat het de paden niet aanmerkte als openbare weg. De rechtbank oordeelde dat het college terecht niet handhaafde ten aanzien van de Emilialaan, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit pad openbaar was geworden. Voor de Stulpselaan kwam de rechtbank tot

  15. VR 2026/18 Intrekken weekendverbod voor motoren. Geluidsonderzoek uitgevoerd na eerdere uitspraak. Intrekkingsbesluit deugdelijk gemotiveerd.

    Jurisprudentie

    In een eerdere uitspraak had de Afdeling geoordeeld dat het verkeersbesluit om motoren in de weekenden van 1 april tot en met 31 oktober te weren onzorgvuldig was voorbereid. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het college een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en de cijfers over ongevallen, heeft het college geconcludeerd dat een weekendverbod voor motoren niet gerechtvaardigd is. Daarom heeft het college het besluit ingetrokken. Twee omwonenden stellen dat het intrekken van dit besluit in strijd is met de doelstellingen van artikel 2 WVW 1994

  16. VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan

  17. VR 2026/20 Vrijspraak dood door schuld. Geen verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte raakt als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een fietser. Als gevolg van het ongeval komt de fietser om het leven. Op de plaats van het ongeval geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft gereden met een minimale snelheid van 71,51 kilometer per uur. De verbalisant ruikt bij het eerste contact met verdachte een alcohollucht en de verdachte vertoont uiterlijke kenmerken van alcoholgebruik. Het resultaat van de blaastest op het voorselectieapparaat duidt op een waarde tussen de 300 en 430 microgram alcohol per

  18. VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

    Jurisprudentie

    Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

  19. VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

    Jurisprudentie

    In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

  20. VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

    Jurisprudentie

    Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!