Zoeken

8173 resultaten gevonden

  1. VR 2026/141 Bestemmingsplan. Vrijliggende fietsverbinding langs N-weg. Fietsersbond. Relativiteit.

    Jurisprudentie

    De gemeenteraad van Gulpen-Wittem heeft het bestemmingsplan 'Fietsverbinding en reconstructie N595'vastgesteld. Het plan maakt de reconstructie van de N595 tussen Kapolder en Wittem mogelijk en voorziet onder meer in een nieuwe vrijliggende fietsverbinding tussen Wittem en Kapolder. De Fietsersbond is tegen het plan in beroep gegaan, omdat zij de gekozen inrichting van de N595 en het vrijliggende fietspad onvoldoende verkeersveilig vond. Volgens de Fietsersbond moeten fietsers daardoor vaker de N595 oversteken. Daarnaast meent de Fietsersbond dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met

  2. VR 2026/142 Onderzoek rijgeschiktheid. Alcoholmisbruik. Ongeldigverklaring rijbewijs. Betrouwbaarheid rapportage.

    Jurisprudentie

    Wederpartij is op 18 januari 2024 betrokken geweest bij een eenzijdig ongeval. Uit de ademanalyse bleek dat hij onder invloed van alcohol was en het alcoholgehalte 1075 µg/l bedroeg. Het CBR heeft hierop een onderzoek ingesteld naar de rijgeschiktheid van wederpartij. De psychiater heeft in zijn onderzoek van 25 mei 2024 vastgesteld dat de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ gesteld kan worden en dat het aannemelijk is dat wederpartij met het alcoholmisbruik is gestopt op 19 januari 2024. Op basis van het onderzoek heeft het CBR het rijbewijs van wederpartij ongeldig verklaard. Wederpartij

  3. VR 2026/143 Vasthouden mobiel navigatiesysteem tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat in zijn hand hield en daarnaar keek. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, omdat onvoldoende blijkt dat het ging om een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a RVV 1990. Het hof volgt dit betoog niet. Uit de getuigenverklaring en de door de gemachtigde overgelegde afbeelding volgt dat het apparaat volgens de betrokkene

  4. VR 2026/144 Mobiele telefoon in houder, vasthouden tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    /Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden met zijn rechterhand om zijn mobiele telefoon en de houder zat, terwijl hij de telefoon met zijn duim bediende. De betrokkene voert aan dat de telefoon in een houder zat en dat hij de telefoon kon bedienen zonder deze vast te houden. Het hof stelt voorop dat artikel 61a RVV 1990 niet het bedienen van een mobiele telefoon verbiedt, maar het vasthouden daarvan. Volgens het hof kan ook

  5. VR 2026/145 Telefoon op middenconsole, aantikken is geen vasthouden.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. Betrokkene voert aan dat hij handsfree belde via bluetooth en dat zijn telefoon op de middenconsole achter de versnellingspook tegen het dashboard stond. Volgens betrokkene gaf hij de telefoon af en toe een tikje om deze recht te zetten, maar hield hij de telefoon niet vast. Het hof oordeelt eerst dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden. Uit het beroepschrift blijkt namelijk dat

  6. VR 2026/146 Vrijspraak artikel 5 WVW, overtreding artikel 18 RVV, geldboete.

    Jurisprudentie

    De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert. De wetgever heeft met artikel 5 WVW 1994 slechts

  7. VR 2026/147 Verkeersongeval. Laagstaande zon, kort moment van onoplettendheid. Schuldigverklaring zonder straf.

    Jurisprudentie

    De verdachte rijdt met haar auto achterop een motorrijder die snelheid mindert. De motorrijder loopt daardoor letsel op, waaronder een gebroken ruggenwervel en een verwonding aan zijn pols. De verdachte wordt primair verweten dat zij schuld heeft aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Subsidiair wordt haar verweten dat zij gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW 1994. De rechtbank stelt voorop dat voor schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Die schuld kan

  8. VR 2026/148 Plaats ongeval verlaten, bijrijder, geen betrokkenheid in de zin van artikel 7 WVW.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt vervolgd voor het verlaten van de plaats van een ongeval. Zij zat als bijrijder in een personenauto waarmee een overstekend slachtoffer is aangereden. De bestuurder is na een korte stop doorgereden. Het slachtoffer is een dag later aan de gevolgen van de aanrijding overleden. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte als bijrijder kan worden aangemerkt als degene die bij het verkeersongeval betrokken was in de zin van artikel 7 WVW 1994. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad kan degene die niet de bestuurder was van het rechtstreeks bij het verkeersongeval

  9. VR 2026/149 Ongeval veroorzaakt na door rood rijden. Criterium roekeloosheid bij regresvordering verzekeraar. WAM.

    Jurisprudentie

    Een bestuurder van een gehuurde en WAM-verzekerde personenauto veroorzaakte in Amsterdam een verkeersongeval door met een snelheid van 61 tot 68 km/u door rood licht te rijden en een fietser aan te rijden. De bestuurder is strafrechtelijk veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 WVW 1994. De WAM-verzekeraar vergoedde de letselschade van het slachtoffer en stelde vervolgens op grond van artikel 15 lid 1 WAM regres in tegen de bestuurder. Volgens de verzekeraar was sprake van roekeloosheid in de zin van de polisvoorwaarden en artikel 7:952 BW, zodat de schade van dekking was uitgesloten en

  10. VR 2026/150 Onrechtmatig handelen door opzettelijke misleiding van verzekeraar.

    Jurisprudentie

    Op 1 mei 2022 is appellant op zijn fiets betrokken geraakt bij een aanrijding met een auto die was verzekerd bij Nationale-Nederlanden (NN). Appellant stelde NN aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval en claimde onder meer letselschade en schade aan zijn fiets, telefoon, jas en broek. NN constateerde dat uit de eerste ongevalsinformatie uitsluitend materiële schade aan de fiets en de auto naar voren kwam. Daarnaast bleek uit een controle van de CIS-databank dat appellant eerder meerdere keren in de interne en externe verwijzingsregisters was opgenomen. NN liet daarop een nader

  11. VR 2026/151 Vergoeding overlijdensschade naar Oostenrijks recht. Verkeersongeval.

    Jurisprudentie

    Op 2 januari 2017 overleed de vader van eisers na een verkeersongeval in Gerlos, Oostenrijk. Een bestuurder reed hem in het donker aan. De bestuurder reed zonder verlichting, had door de sneeuw beperkt zicht en had alcohol gedronken. Een Oostenrijkse strafrechter veroordeelde de bestuurder wegens het door grove nalatigheid veroorzaken van het overlijden. Eisers waren op dat moment 13 en 17 jaar oud. Eisers stellen Generali, de verzekeraar van de veroorzaker, aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade die zij door het overlijden van hun vader hebben geleden. Zij eisen onder meer

  12. VR 2026/152 Stofoverlast van onverharde weg. Geen onrechtmatige hinder. Gemeente niet aansprakelijk.

    Jurisprudentie

    Eisers wonen sinds juli 2022 naast een gedeeltelijk onverharde bosweg die toegang geeft tot een locatie waar arbeidsmigranten wonen. Door het intensieve verkeer over deze weg ervaren zij veel zand- en stofoverlast. Zij meldden dit kort na hun verhuizing bij de gemeente. In maart 2023 dienen zij een formele klacht in. De gemeente verklaarde deze ongegrond. De klachtadviescommissie erkende de stofoverlast, maar vond dat de gemeente met het reguliere onderhoud aan haar verplichtingen voldeed. Een gesprek tussen partijen bracht geen oplossing. Eisers stelden de gemeente daarna aansprakelijk. De

  13. VR 2026/153 Letselschade na verkeersongeval. Geen causaal verband tussen ongeval en klachten.

    Jurisprudentie

    Eiser raakt als bestuurder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij met zijn auto tegen een geparkeerde auto rijdt. Na het ongeval ervaart eiser verschillende lichamelijke en psychische klachten. Volgens eiser zijn deze klachten door het ongeval veroorzaakt en beperken deze hem in zijn dagelijks leven en in zijn werk. Hij doet een beroep op de bij Allianz afgesloten schadeverzekering voor inzittenden (SVI) en vordert vergoeding van de schade die hij door het ongeval lijdt. Eiser vraagt de rechtbank voor recht te verklaren dat zijn klachten door het ongeval zijn veroorzaakt en Allianz te

  14. VR 2026/154 Gemeente aansprakelijk voor gevaarlijke weginrichting bij gracht.

    Jurisprudentie

    Een bestuurder rijdt ’s avonds met een autohoogwerker in een nieuwe woonwijk in Delft de gracht in. Het is op dat moment schemerig en de gracht is vanaf de weg onvoldoende zichtbaar. De autohoogwerker raakt ernstig beschadigd. Allianz vergoedt de schade aan haar verzekerde en stelt vervolgens de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk. Volgens Allianz heeft de gemeente de weg onvoldoende veilig ingericht en daarmee een gevaarlijke situatie laten ontstaan. Allianz vraagt de rechtbank vast te stellen dat de gemeente aansprakelijk is voor het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade en kosten

  15. VR 2026/155 Afwijzing vergoeding buitengerechtelijke kosten na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie

    In juni 2023 raakten twee cliënten van eiser, een Nederlands advocatenkantoor, betrokken bij een verkeersongeval met een verzekerde van Agro, een Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar. Avus treedt in Nederland op als vertegenwoordiger van Agro. Agro erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval en betaalde de cliënten een voorschot op hun schadevergoeding. Daarna ontstond alleen nog discussie over de vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Eiser vordert dat Agro € 1.235,27 betaalt, vermeerderd met rente en kosten. Volgens eiser moet Agro deze kosten vergoeden omdat zij aansprakelijk is

  16. VR 2026/156 Ongeval bestelauto en 17-jarige fietser. Rood verkeerslicht. 50 %-regel. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Verzoeker − ten tijde van het ongeval 17 jaar oud − raakte ernstig gewond toen hij op zijn fiets op een kruispunt in botsing kwam met een bestelauto. De WAM-verzekeraar van de bestelauto erkende aansprakelijkheid voor 50 % van de schade op grond van de 50 %-regel van artikel 185 WVW 1994. Verzoeker vraagt de rechtbank te bepalen dat de verzekeraar de volledige schade, dan wel een groter deel dient te vergoeden. De rechtbank stelt vast dat verzoeker een verkeersfout heeft gemaakt door een kruising over te steken terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Daarnaast negeerde hij de

  17. VR 2026/157 Buitengerechtelijke kosten bij voortgezette schadeafwikkeling na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie

    De twee verzoekers zijn op 25 augustus 2020 samen betrokken geraakt bij een kettingbotsing in Amsterdam. Zij zaten in een auto die van achteren werd aangereden, waarna hun auto tegen een ander voertuig botste. Allianz, de WAM-verzekeraar van de veroorzaker, heeft de aansprakelijkheid erkend en heeft beide verzoekers een voorschot van € 10.000,- op hun schadevergoeding betaald. Na het ongeval kregen verzoekers verschillende gezondheidsklachten. Deskundigenonderzoek bracht echter geen medisch causaal verband tussen deze klachten en het ongeval aan het licht, mede vanwege hun medische

  18. VR 2026/158 Letselschade na aanrijding door (onverzekerde) crossmotor. Aansprakelijkheid bestuurder. Eigen schuld en billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Verzoekster raakte op 16 april 2023 betrokken bij een ongeval tijdens een bijeenkomst van jongeren met crossmotoren en bromfietsen. Zij reed op een bromfiets toen zij werd aangereden door een bestuurder van een kentekenloze en onverzekerde crossmotor. De bestuurder reed met hoge snelheid en maakte een wheelie. Bij de botsing liep verzoekster ernstig letsel aan haar linkerbeen op. De strafrechter veroordeelde de bestuurder voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. Het Waarborgfonds Motorverkeer wees de aansprakelijkheid voor het ongeval echter af. Verzoekster

  19. VR 2026/159 Aansprakelijkheid wandelaar. Ongeval door hond en hondenlijn op fietspad. Gevaarzetting.

    Jurisprudentie

    Verzoeker, een wielrenner, raakt ernstig gewond bij een ongeval op een fietspad. Hij fietst in de richting van een wandelaar die zijn hond uitlaat. De hond loopt aan een lange lijn die over het fietspad is gespannen. Wanneer verzoeker de hond en de lijn ziet, maakt hij een noodstop om een aanrijding te voorkomen. Hij valt en loopt een dwarslaesie op. Verzoeker stelt de wandelaar en diens aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea aansprakelijk voor zijn schade. Volgens verzoeker heeft de wandelaar een gevaarlijke situatie veroorzaakt. Hij had de hond onvoldoende kort aangelijnd, waardoor de lijn

  20. VR 2026/160 Geen vaststellingsovereenkomst bij afwijkend voorstel voor buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie

    Een bij Achmea verzekerde auto rijdt achterop de auto van verzoeker terwijl die in een file stilstaat. Na het ongeval krijgt verzoeker verschillende klachten, waaronder nek-, schouder- en rugklachten, hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen in zijn rechterarm. Achmea erkent de aansprakelijkheid van haar verzekerde. Verzoeker werkt als zelfstandig ondernemer in de bouw en heeft zijn werkzaamheden sinds het ongeval niet meer kunnen hervatten. Een belangenbehartiger helpt hem bij de afwikkeling van zijn schade. Partijen onderhandelen over de schadevergoeding. Daarbij ontstaat discussie over de

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!