deelgeschil

VR 2018/96 Deelgeschil; val door gladheid; aansprakelijkheid
wegbeheerder; geen gebrek.

Jurisprudentie
Eiser is ten val gekomen op een brug. Deze brug is tot enkele meters voor hij overgaat in de boulevard voorzien van een afscheiding en over de resterende meters van een stalen geleiderand van enkele centimeters hoog (zie foto's in de uitspraak op rechtspraak.nl onder r.o. 2.3). Eiser is ten val gekomen toen hij iets voor het einde van de brug al op de boulevard wilde stappen en daarbij uitgleed op de (door vorst en ijzel) gladde geleiderand. Hij stelt hiervoor de gemeente aansprakelijk op grond van art. 6:162 en 6:174 BW. De Rechtbank stelt voorop dat van aansprakelijkheid op grond van art. 6

VR 2018/95 Deelgeschil, verkeersongeval, eigen schuld,
billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie
Verzoekster is door A aangereden terwijl zij een voorrangsweg wilde oprijden en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. A reed (zo blijkt uit een verkeersongevallenanalyse) ca. 72 km/u waar ter plaatse 50 km/u is toegestaan. De verkeersongevallenanalyst concludeerde dat het ongeval zich niet zou hebben voorgedaan als A zich aan de toegestane maximumsnelheid zou hebben gehouden. A is door de politierechter veroordeeld wegens overtreding van art. 5 WVW. Verzoekster stelt dat zij geen fout heeft gemaakt en dat Achmea (de WAM-verzekeraar van A) de schade derhalve volledig dient te vergoeden

VR 2018/94 Deelgeschil; aansprakelijkheid wegbeheerder voor losliggendepaal?

Jurisprudentie
Verzoeker is met zijn fiets ten val gekomen, naar eigen zeggen toen hij in botsing kwam met een los op de weg liggende (houten) paal. Een aantal van deze palen staan verticaal verankerd in de grond en functioneren als scheiding tussen auto's en fietsers. Deze paal was kennelijk losgeraakt. De door verzoeker gestelde toedracht acht de rechtbank (gelet op de beschikbare getuigenverklaringen) voldoende aannemelijk. In het kader van het beroep op art. 6:174 BW is dan de vraag of de aanwezigheid van een losliggende paal een gebrek van de weg vormt. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. In

VR 2018/93 Aanrijding fiets/scooter; reflexwerking art. 185 WVW; geen
overmacht.

Jurisprudentie
Deelgeschil letselschade. Reflexwerking artikel 185 WVW. Verzoekster is - rijdend op haar scooter - tijdens een inhaalmanoeuvre in aanraking gekomen met verweerder, die op zijn fiets voor haar reed. Verzoekster is daarbij ten val gekomen en heeft letsel opgelopen. Verzoekster stelt dat sprake is van overmacht, zodat verweerder zich niet kan beroepen op de reflexwerking van art. 185 WVW en hij volledig aansprakelijk is. Het beroep op overmacht slaagt niet. Weliswaar is vast komen te staan dat het ongeval het gevolg is van het feit dat verweerder - die 'bezig was' met zijn telefoon -

VR 2018/76 Deelgeschil; art. 185 WVW, eigen schuld.

Jurisprudentie
Deelgeschil. Verzoekster is op de fiets aangereden door Y. De oprit van de woning van haar ouders grenst aan de straat de Breede. Verzoekster wilde deze weg oversteken om aan de rechterzijde van de weg naar Bafflo te fietsen. Zij stak daartoe over, vlak voor een groep fietsers die de andere kant op ging. Deze groep fietsers was op dat moment nog ca. 2 meter van verzoekster verwijderd. Op het moment dat zij overstak werd zij aangereden door Y, die op zijn bromfiets de groep fietsers inhaalde. Verzoekster heeft onder meer een hersenschudding opgelopen. Univé heeft, als WAM-verzekeraar van Y, 50%

VR 2018/62 Deelgeschil; verkeersongeval; eigen schuld?

Jurisprudentie
Verzoeker is vanaf het trottoir de weg op gefietst. Hij is vervolgens aangereden door een bij TVM verzekerde vrachtauto en heeft daarbij letsel opgelopen. TVM heeft 50% aansprakelijkheid erkend en stelt dat er sprake is van eigen schuld omdat verzoeker (1) in strijd met de verkeersregels op het trottoir heeft gefietst en (2) voorrang had moeten verlenen aan de vrachtwagen op het moment dat hij vanaf het trottoir de weg op fietste. Verzoeker vraagt een verklaring voor recht dat TVM 100%, althans meer dan 50% vergoedingsplichtig is. De rechtbank stelt voorop dat de hoofdregel van art. 185 WVW

VR 2018/32 Deelgeschil; niet geschikt voor deelgeschil i.v.m. noodzaak
bewijslevering.

Jurisprudentie
Verzoekster nam deel aan een fietstoertocht. Bij een versmalling in de weg, waar onder meer zgn. varkensruggen zijn geplaatst om het gemotoriseerd en ongemotoriseerd verkeer te scheiden, is zij ten val gekomen toen een andere deelnemer aan de toertocht moest uitwijken voor deze varkensruggen. Verzoekster heeft daarbij onder meer een heupfractuur opgelopen. Zij verzoekt in deze procedure een verklaring voor recht dat de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk is voor haar schade, aangezien deze wegsituatie gebrekkig was. De rechtbank stelt vast dat de enkele aanwezigheid van de varkensruggen

VR 2018/28 Deelgeschil; begroting schade; toekenning voorschot in
deelgeschil.

Jurisprudentie
Verzoeker werkte 36 uur per week bij Iriszorg (verslavingszorg) en daarnaast gemiddeld 28 uur per week als pgb-houder voor zijn vier kinderen met een autistisch-spectrum stoornis. Toen hij op zijn racefiets plotseling zeer hard moest remmen omdat een verzekerde van Unigarant geen voorrang verleende, is hij ten val gekomen en heeft hij letsel opgelopen als gevolg waarvan hij kort daarna door het UWV 80-100% arbeidsongeschikt is geacht. Unigarant heeft aansprakelijkheid erkend, maar is op enig moment zonder duidelijke verklaring gestopt met het betalen van aanvullende voorschotten. Verzoeker

VR 2018/27 Hoger beroep deelgeschil; ontvankelijkheid; valpartij op
gladde vloer; bewijslevering; gebrekkigheid vloer voorshands bewezen.

Jurisprudentie
Op vrijdag 13 juli 2012 zijn appellanten onafhankelijk van elkaar ten val gekomen op de eerste etage van een winkelcentrum, toen zij op het parkeerdek uit de lift stapten. De vloer vlak voor de lift was vochtig. Kort na het ongeval is er een anti-sliplaag op de vloer aangebracht. De technisch manager, die verantwoordelijk was voor het toezicht op en het onderhoud van het winkelcentrum, verklaarde (1) dat hij al eerder had geconstateerd dat de vloer bij nat weer glad werd en ook al een offerte had gevraagd voor het aanbrengen van een anti-sliplaag; en (2) dat het ongeval zeker het gevolg zou

VR 2017/164 Verzekeringsdekking; beroep op fraude afgewezen.

Jurisprudentie
Eiser was eigenaar van een betrekkelijk nieuwe BWM 520d Sedan. Hij had deze verzekerd bij ASR, met onder meer een volledige cascodekking. Laat in de avond wilde eiser oversteken met een veerpont. Omdat de veerpont net weg was, zette hij de auto stil op de (hellende) veerstoep. Nadat hij was uitgestapt, is de auto het water ingerold. Na een toedrachtsonderzoek door CED heeft ASR dekking geweigerd en de verzekering opgezegd. Eiser vordert (1) een verklaring voor recht dat ASR dekking moet verlenen, (2) betaling van een verzekeringsuitkering van € 70.000,- en (3) verwijdering van zijn gegevens