VR 2025/136 Annotatie bij HR 22-04-1969, VR 1969, 120
1. We schrijven het jaar 1966. De twee inzittenden van een Simca overleefden de botsing met een Ford Mustang niet. De Simca reed richting Susteren en de Ford Mustang richting Sittard. Aan die laatste stad ontleent het arrest zijn naam. Of ook daadwerkelijk sprake was van een inhaalmanoeuvre is echter niet zeker. In zijn conclusie gaat de A-G Kist daar slechts veronderstellenderwijs van uit. Wel staat vast dat de bestuurster van de Ford Mustang op de voor haar geldende linker rijbaan had gereden en aldaar op de tegenligger – de normaal rechts rijdende Simca – was gebotst.
VR 2025/137 In alle redelijkheid. Opmerkingen over en naar aanleiding van het arrest Letale longembolie
Het verkeersstrafrecht is onder meer zo boeiend omdat vele strafrechtelijke thema’s juist op dit terrein in de jurisprudentie tot ontwikkeling komen. Het wegverkeer functioneert, zoals Simmelink en Te Water Mulder het in dit tijdschrift ooit formuleerden, ‘in menig opzicht […] als etalage voor ontwikkelingen met betrekking tot algemene juridische leerstukken.’1) Voorbeelden daarvan zijn de samenloop, ne bis in idem, opzet en schuld. Het wegverkeer dient ook als ‘etalage’ voor de causaliteit.
VR 2025/138 Zwolsche Algemeene/De Greef
Een whiplash (WAD: whiplash associated disorder) wordt in de behandelrichtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie omschreven als een acceleratie-deceleratiemechanisme waarbij krachten inwerken op de nek. Het treedt op bij (auto-)ongevallen, met name bij aanrijding van achteren of van de zijkant. Het mechanisme kan resulteren in een, meestal tijdelijke, beschadiging van de weke delen van de halswervelkolom en kan een verscheidenheid aan klachten veroorzaken. Er is sprake van gevolgen behorende bij WAD graad I of II indien er - behoudens klachten over pijn, stijfheid en gevoeligheid van de nek en andere klachten van onder andere het houdings- en bewegingsapparaat - geen objectiveerbare afwijkingen aanwezig zijn. 1)
VR 2025/139 Het comateuze slachtoffer na het Coma-arrest en het Mallorca-arrest
In deze bijdrage aan het (opnieuw) belichten van bijzondere uitspraken sta ik stil bij twee uitspraken over de toekenning van smartengeld aan bewusteloze slachtoffers. Een “oudje” en een recent arrest.
VR 2025/140 Identiteit van bestuurder mag ook later worden achterhaald om sanctie alsnog op te leggen.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd als bestuurder. De verbalisanten konden hem op het moment van de gedraging echter niet direct staande houden. Later zijn zij naar het adres van de kentekenhouder gegaan, waar zij hoorden wie had gereden. De bestuurder werd daarop door de verbalisanten herkend. De gemachtigde stelt dat de sanctie niet aan de bestuurder had mogen worden opgelegd, omdat diens identiteit niet aanstonds was vastgesteld. Volgens hem had de sanctie daarom aan de kentekenhouder moeten worden opgelegd. Het hof oordeelt dat de sanctie aan de kentekenhouder kán