VR 2025/01 Onevenredige boetes voor verkeersovertredingen op grond van de Wet Mulder
De kantonrechter doet uitspraak in 433 zaken over het niet tijdig beslissen door de officier van justitie op administratieve beroepen tegen verkeersboetes op grond van de Wahv. De kantonrechter benoemt dat, hoewel de kantonrechter als bijzondere bestuursrechter bevoegd is kennis te nemen van deze zaken, de wetgever de rechter geen uitspraakmogelijkheden heeft gegeven voor niet tijdig beslissen in Wahv-zaken. Bovendien kan bij Wahv-zaken de Awb niet analoog worden toegepast in een procedure over niet tijdig beslissen. De rechtbank concludeert dat als iemand in beroep gaat tegen het niet tijdig
Aan het deelscooterbedrijf 'Felyx' is een sanctie opgelegd in het kader van overtreding van de Wahv vanwege een verkeerd geparkeerde bromfiets. Tegen deze sanctie is door Felyx beroep ingesteld. Volgens Felyx is zij niet aansprakelijk als kentekenhouder aangezien de scooter ten tijde van de gedraging nog was verhuurd. Volgens de algemene voorwaarden van Felyx eindigt de huurovereenkomst pas wanneer de scooter correct is geparkeerd. Ingevolge hiervan meent Felyx dat de beschikking dient te worden vernietigd op grond van art. 8 sub b Wahv. De kantonrechter overweegt dat aangezien Felyx enkel
Aan het deelscooterbedrijf 'Check' is een sanctie opgelegd in het kader van overtreding van de Wahv vanwege een verkeerd geparkeerde bromfiets. Tegen deze sanctie is door Check beroep ingesteld. Volgens Check is zij niet aansprakelijk als kentekenhouder aangezien de scooter ten tijde van de gedraging nog was verhuurd. Volgens de algemene voorwaarden van Check eindigt de huurovereenkomst pas wanneer de scooter correct is geparkeerd. Op basis hiervan meent Check dat de beschikking dient te worden vernietigd op grond van art. 8 sub b Wahv. De kantonrechter overweegt dat deze conclusie niet volgt
De kantonrechter vermindert ambtshalve de verkeersboete vanwege een te late uitspraak in de zaak. De kantonrechter beslist echter niet dat de proceskosten moeten worden vergoed voor de fase waarin te laat uitspraak wordt gedaan. Hierbij gaat de kantonrechter in op zogeheten no cure no pay-bureau's die vele Wet Mulderzaken voeren. Volgens de rechter is het niet redelijk om een proceskostenvergoeding toe te kennen als de reden daarvoor mede in procedeergedrag is gelegen.
Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als (snor)fietser bij ontbreken (verplicht)(brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken (bijv. rijden op trottoir, voetpad)”. De betrokkene heeft met zijn scooter door het voetgangersgebied gereden. Door al duwend zijn weg te vervolgen heeft de betrokkene de scooter bestuurd. Dat hij dit deed terwijl de motor niet in werking was gesteld, brengt niet mee dat hij die bromfiets niet bestuurde en niet als bestuurder daarvan in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 kan
Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de telefoonhouder zo was gemonteerd dat de telefoon voor het gezicht van de betrokkene kwam te staan. Hieruit blijkt voldoende dat het uitzicht werd belemmerd. Naar het oordeel van het hof heeft de ambtenaar de juiste feitcode(N420b) gebruikt, nu de telefoonhouder aan de voorruit was gemonteerd.