aansprakelijkheid

VR 2026/43, Civiele uitspraak Uitglijden op parkeerdek winkelcentrum. Aansprakelijkheid parkeerdek. Kelderluikcriteria.

Jurisprudentie

Op 17 januari 2023 gleed eiseres X uit op het bovenste parkeerdek van het winkelcentrum. Door ijsvorming was deze zeer glad geworden. Bij het uitstappen van haar auto gleed haar linkerbeen weg terwijl haar rechterbeen nog vastzat, waardoor zij haar rechterbovenbeen brak. Het parkeerdek is eigendom van Retail Property, dat voor aansprakelijkheid verzekerd is bij Achmea. FHV Groep BV was via Sweco ingeschakeld voor schoonmaak en gladheidsbestrijding. Een medewerker was ter plaatse om zout te strooien, maar wachtte op een nieuwe levering. X werd per ambulance naar het ziekenhuis gebracht en

VR 2026/41, Civiele uitspraak Aansprakelijkheid reisorganisatie voor schade van gebroken glazen douchewand in hotel.

Jurisprudentie

Eiser X had met Corendon een pakketreisovereenkomst gesloten voor een reis naar Turkije. De pakketreis bestond onder andere uit een retourvlucht van Amsterdam naar Bodrum en een verblijf in het Palmwings Beach Hotel in Kusadasi. De pakketreis was voor vier personen en bedroeg in totaal € 4.087,00. Tijdens het verblijf in Kusadasi is de glazen schuifdeur van de douchecabine in de hotelkamer van de familie X gebroken. Naar aanleiding hiervan stelt X Corendon aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade die zij daardoor heeft geleden en nog zal lijden. Zij vordert onder meer een

VR 2026/40, Civiele uitspraak Val over transportdolly in supermarkt. Aansprakelijkheid supermarkt. Geen eigen schuld.

Jurisprudentie

In september 2022 viel appellante X over een transportdolly die in het gangpad van een Albert Heijn to go (AH to go) stond. Zij heeft daarbij blijvend letsel aan haar voet opgelopen. De AH to go wordt geëxploiteerd door Albron op het terrein van Tilburg University. Albron erkende aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval, maar beriep zich op eigen schuld aan de zijde van X. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat Albron aansprakelijk was, maar dat sprake was van 25% eigen schuld aan de zijde van X. In de daaropvolgende bodemprocedure achtte de rechtbank zich aan dit

VR 2026/30 Aansprakelijkheid. Zzp-er werkzaam als onderaannemer aangevallen door bewoonster.

Jurisprudentie

Verzoeker X is zelfstandig schilder en werkte als ZZP’er voor verweerster B bij een nieuwbouwproject. Na klachten over het schilderwerk kreeg hij opdracht tot herstelwerk bij een woning. Door miscommunicatie over de werkzaamheden en het tijdstip ontstond een conflict tussen X en de bewoners. De situatie escaleerde waarbij verweerder C hem fysiek aanviel. X liep lichamelijk en psychisch letsel op en heeft aangifte gedaan. Getuigen bevestigen het geweldsincident. In dit deelgeschil verzoekt X om hoofdelijke aansprakelijkheid van hen vast te stellen voor zijn schade als gevolg van de mishandeling

VR 2026/28 Patiënt overlijdt na vluchtpoging. Falend toezicht of gebrekkig opstal? Aansprakelijkheid GGZ-instelling.

Jurisprudentie

In maart 2024 overleed A op 29-jarige leeftijd na een vluchtpoging uit een gesloten HIC-afdeling van GGZ inGeest. Hij had sinds 2021 ernstige psychische klachten en verbleef daar sinds oktober 2023 op grond van een zorgmachtiging. Op 10 januari 2024 verplaatste A samen met een medepatiënt een voetbaltafel naar de patio en gebruikte deze om over de muur te klimmen. Daarbij viel of sprong A in een achterliggende gracht, waarbij hij ernstig letsel opliep. A belandde in een coma en op verzoek van zijn familie werd A overgebracht naar een ziekenhuis in Turkije. Daar overleed A zonder bij bewustzijn

VR 2026/24 Letselschade na val tijdens training hondencursus. Aansprakelijkheid bedrijf.

Jurisprudentie

Op 4 februari 2020 vond een ongeval plaats tijdens een hondentraining in de trainingshal van De Bréborgh. Tijdens de training was een parcours met hindernissen uitgezet. Toen de hond van appellant (A) bij een tunnel weigerde verder te lopen en A een stap achteruit deed, kwam hij ten val op een natte plek en liep hij ernstig armletsel op. A stelt dat De Bréborgh haar zorgplicht had geschonden. De door De Bréborgh genomen maatregelen – het beschikbaar stellen van dweilmateriaal en instructies aan deelnemers – waren volgens hem onvoldoende en ook ontbraken er waarschuwingsborden. In het

VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

Jurisprudentie

In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

Jurisprudentie

Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

Jurisprudentie

Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

VR 2026/12 Eenzijdig ongeval bij zware regenval. Aansprakelijkheid wegbeheerder. Adequate maatregelen getroffen?

Jurisprudentie

In de nacht van 5 op 6 augustus 2023 vond zeer zware regenval plaats. Rijkswaterstaat ontving op 6 augustus om 6:08 uur een melding van water op het wegdek van de A4 richting Rotterdam ter hoogte van hectometerpaal 56,0. Naar aanleiding daarvan werd op de matrixborden een snelheidsbeperking van 70 km/u ingesteld en werd een weginspecteur naar de locatie gestuurd. Tien minuten later raakte X (eiseres) betrokken bij een eenzijdig ongeval op dezelfde plaats. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het voertuig van X in botsing kwam met de muur van het aquaduct. Door de regen was sprake