schadevergoeding

VR 2026/155 Afwijzing vergoeding buitengerechtelijke kosten na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

Jurisprudentie

In juni 2023 raakten twee cliënten van eiser, een Nederlands advocatenkantoor, betrokken bij een verkeersongeval met een verzekerde van Agro, een Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar. Avus treedt in Nederland op als vertegenwoordiger van Agro. Agro erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval en betaalde de cliënten een voorschot op hun schadevergoeding. Daarna ontstond alleen nog discussie over de vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Eiser vordert dat Agro € 1.235,27 betaalt, vermeerderd met rente en kosten. Volgens eiser moet Agro deze kosten vergoeden omdat zij aansprakelijk is

VR 2026/153 Letselschade na verkeersongeval. Geen causaal verband tussen ongeval en klachten.

Jurisprudentie

Eiser raakt als bestuurder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij met zijn auto tegen een geparkeerde auto rijdt. Na het ongeval ervaart eiser verschillende lichamelijke en psychische klachten. Volgens eiser zijn deze klachten door het ongeval veroorzaakt en beperken deze hem in zijn dagelijks leven en in zijn werk. Hij doet een beroep op de bij Allianz afgesloten schadeverzekering voor inzittenden (SVI) en vordert vergoeding van de schade die hij door het ongeval lijdt. Eiser vraagt de rechtbank voor recht te verklaren dat zijn klachten door het ongeval zijn veroorzaakt en Allianz te

VR 2026/123 Schadeafwikkeling. Meerdere vaststellingsovereenkomsten. Onnodige procedure.

Jurisprudentie

In 2011 raakte verzoeker X als bijrijder gewond bij een verkeersongeval met een auto die verzekerd was bij InShared. In 2012 erkende InShared aansprakelijkheid. Er volgden daarna jaren van onderhandelingen over de letselschade, waarbij voorschotten werden betaald. In 2017 deed InShared een voorstel tot finale regeling via een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO 2017) met een totale schadevergoeding van € 393.000,-. Deze overeenkomst was al door InShared ondertekend, maar werd door X na advies van een nieuwe advocaat niet geaccepteerd. Daarna werd de schadeafwikkeling voortgezet, inclusief

VR 2026/122 Verkeersongeval. Overlijdensschade na dood ouders. Schadebegroting bij verblijf buitenland.

Jurisprudentie
Op 30 augustus 2018 vond in Burgos (Spanje) een eenzijdig verkeersongeval plaats waarbij beide ouders van twee minderjarige kinderen zijn overleden. Het voertuig was verzekerd bij National Academic Verzekeringsmaatschappij N.V. (NA). Het gezin woonde in Nederland, maar na het ongeval zijn de kinderen bij hun grootouders in het buitenland gaan wonen. De grootouders en een tante voorzien sindsdien in de verzorging en opvoeding van de kinderen. NA heeft aansprakelijkheid erkend voor de schade van de kinderen als gevolg van het overlijden van hun ouders. Tussen partijen zijn vervolgens

VR 2026/118 Letselschade door mishandeling. Schadevergoeding. Rotterdamse Schaal.

Jurisprudentie
Op 26 november 2016 sloeg gedaagde A met een gebalde vuist hard in het gezicht van eiser X. Daardoor kwam X ten val en liep hij ernstig letsel op, waaronder een schedelbreuk en hersenbloedingen. A is hiervoor in 2018 strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank al beslist dat A civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade van X. In het eindvonnis lag daarom alleen nog de omvang van de schadevergoeding voor. X stelt dat hij als gevolg van het geweld blijvende klachten heeft ontwikkeld, waaronder

VR 2026/117 Botsing op geparkeerde auto. Onder invloed alcohol. Dekking WAM-verzekering. Te goeder trouw.

Jurisprudentie
Op 21 september 2014 veroorzaakte geïntimeerde X onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een Suzuki Alto. Hij botste tegen een geparkeerde auto, waarna die een lantaarnpaal raakte. Een inzittende passagier liep daarbij letsel op. De auto was van de ouders van X en werd zonder hun toestemming gebruikt. Voor de auto gold een WAM-verzekering bij Univé, maar volgens de polis bestaat geen dekking bij rijden onder invloed. Univé betaalde € 105.000,- schadevergoeding aan de inzittende en wil dit bedrag verhalen op X. Univé heeft X gedagvaard op grond van artikel 15 lid 1 WAM. Volgens die

VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.

Jurisprudentie

Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster

VR 2026/93 Smartengeld zus aan broer vanwege ontnemen van mogelijkheid tot afscheid moeder.

Jurisprudentie

In 2020 overleed de vader van appellant (A) en geïntimeerde (X). Daarna volgde een ernstig conflict tussen hen over een hypotheek ten gunste van X. Beide ouders hadden hiervoor meegetekend en de situatie escaleerde op 11 december 2022 in aanwezigheid van hun destijds 87-jarige moeder. De politie werd hierbij ingeschakeld en sindsdien stond ook de verhouding tussen A en zijn moeder onder druk. Drie maanden later overleed de moeder. Zij had in haar testament X benoemd tot uitvaartexecuteur. X had A een rouwkaart gestuurd met informatie over de afscheidsdienst en de crematie. X verscheen bij de

VR 2026/79 Fataal ongeval auto en motorrijder. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar voor schade autobestuurder.

Jurisprudentie

Op de avond van 22 juni 2017 stond de auto van eiseres X geparkeerd in een parkeerstrook langs de weg. Toen zij vanuit deze parkeerplaats wegreed, kwam zij in botsing met motorrijder A. Hij kwam hierbij om het leven. Uit getuigenverklaringen blijkt dat A samen met twee motorrijders als groep reden. Over de exacte snelheid bestaat onduidelijkheid: sommige getuigen schatten deze op ongeveer 40 tot 65 km/u, terwijl anderen aangaven dat de motoren mogelijk harder reden, mede omdat zij veel geluid maakten. Een omstander hoorde de motoren naderen en kort daarna een harde klap, maar zag het ongeval

VR 2026/78 Aanrijding tussen motor en auto. Onduidelijke toedracht. Letselschade.

Jurisprudentie

Op 27 maart 2022 was eiser X met vrienden A en B aan het motorrijden. De drie reden achter elkaar en sloegen bij een rotonde rechtsaf. Kort na het verlaten van de rotonde werd X ingehaald door de gedaagde in zijn blauwe Citroën. Tijdens deze manoeuvre kwam het tot een botsing, waarna X de controle over zijn motor verloor en tot stilstand kwam. Gedaagde reed na het incident door. Tijdens het politieonderzoek is niet met zekerheid vastgesteld welk voertuig het andere heeft geraakt, maar wel dat de Citroën de motor van X inhaalde en dat beide voertuigen zeer waarschijnlijk met elkaar in contact