Zoeken

275 resultaten gevonden

  1. VR 2019/63 Het voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de WAM-richtlijn

    Artikel
    VR 2019/63 Het voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de WAM-richtlijn Mr. K. Redeker-Gieteling * * Wetgevingsjurist bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven. In mei 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan tot wijziging van de WAM-richtlijn (hierna: het richtlijnvoorstel). Hierna schets ik eerst de voorgeschiedenis van het richtlijnvoorstel (zie 1.). Vervolgens bespreek ik de vijf inhoudelijke wijzigingen die het richtlijnvoorstel bevat. Deze wijzigingen zien op de reikwijdte van de WAM-richtlijn (zie 2.a.), de
  2. VR 2019/64 De zelfrijdende auto en het overmachtsverweer van art. 185 WVW

    Artikel
    VR 2019/64 De zelfrijdende auto en het overmachtsverweer van art. 185 WVW Mr. dr. N. Lavrijssen * en mr. M. Weitering ** * Docent bij de Juridische Hogeschool Avans & Fontys. Tevens lid van de kenniskring van het lectoraat Recht & Digitale Technologie van Fontys. ** Docent bij de Juridische Hogeschool Avans & Fontys. Tevens lid van de kenniskring van het lectoraat Digitalisering & Veiligheid van het Expertisecentrum Veiligheid van Avans. In het verleden heeft mw. Weitering met succes de Grotius specialisatieopleiding Personenschade afgerond en heeft zij als LSA-advocaat gewerkt. 1. Inleiding
  3. VR 2019/65 Ritsen. Rechts inhalen.

    Jurisprudentie
    Het door de verbalisant bestuurde voertuig en het door de gemachtigde bestuurde voertuig reden op enig moment naast elkaar, het eerste voertuig op de linker rijstrook, het tweede op de rechter rijstrook, terwijl het verkeer van de linker rijstrook diende in te voegen op de rechter rijstrook. Het betreft een situatie waarin van de verschillende weggebruikers wordt verlangd rekening met elkaar te houden en de snelheid aan te passen ten einde het invoegen (ritsen) zo soepel mogelijk te laten plaatsvinden. Het verkeer op de linker rijstrook dient daarbij te anticiperen op het verdrijvingsvlak en
  4. VR 2019/67 Wegvak. Gelding verkeersteken. Kruising.

    Jurisprudentie
    Uit de toelichting op de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens (Besluit 28 juni 1991, Stcrt. 1991, 134) volgt dat een bord A1 van kracht is voor het wegvak waarlangs het is geplaatst. Blijkens voormelde Uitvoeringsvoorschriften luidt de definitie van het begrip wegvak: "gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of - indien geen zijweg aanwezig is - tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft". In een geval als het onderhavige houdt dat in dat het bord A1 van kracht blijft tot aan het begin van het volgende wegvak, derhalve tot na de kruising.
  5. VR 2019/68 Milieuzone. Bewijs.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “handelen ism geslotenverklaring voor mrvtgen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990 (milieuzone)”. Naar oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Uit het dossier en wat door de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal is aangevoerd ter zitting, is gebleken dat het voertuig bij het verlaten van de milieuzone zou zijn gefotografeerd. Het voertuig van de betrokkene is vanaf de voorkant gefotografeerd. Op de foto van de gedraging is
  6. VR 2019/69 Buitengewoon opsporingsambtenaar. Bevoegdheid.

    Jurisprudentie
    Artikel 3, eerste lid, van het ten tijde van de gedraging geldende Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 9 november 2010, nr. 5672782/Justis/10, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de gemeente Enschede in het domein openbare ruimte, houdt in dat de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is tot het opsporen van de strafbare feiten behorend bij domein I, Openbare Ruimte, van bijlage A-1 van de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar (verder: de Circulaire).Anders dan de gemachtigde wil doen geloven, was ten tijde van de onderhavige
  7. VR 2019/7 Verkeersongeval bus en voetganger; overmacht; roekeloosheid;eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Gedaagde organiseert op Aruba excursies en exploiteert in dat verband zgn. Bananabussen. Op 2 maart 2012 heeft er een ongeval plaatsgevonden tussen eiser als voetganger en een Bananabus van gedaagde. De bus reed op de verkeerde weghelft achteruit en kwam daarbij in botsing met eiser, die op de rijbaan liep. Eiser is tientallen meters meegesleurd en heeft ernstig (deels blijvend) letsel opgelopen. Eiser vordert een verklaring voor recht dat gedaagde volledig aansprakelijk is. Gedaagde verweert zich door te stellen:- primair: dat sprake zou zijn van overmacht;- subsidiair: dat voor toepassing
  8. VR 2019/70 Maximumsnelheid. Trajectcontrole. Bebording.

    Jurisprudentie
    Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging in de onderhavige zaak is geconstateerd door middel van een trajectcontrole op de autosnelweg A2. In afwijking van de reguliere maximumsnelheid op autosnelwegen zou op het betreffende traject ook op het tijdstip van de gedraging niet harder dan 100 km/h mogen worden gereden. Of er op het betreffende traject borden zijn geplaatst waarop deze afwijkende snelheid is aangegeven, blijkt echter niet uit het zaakoverzicht of uit andere stukken in het dossier.Nu de betrokkene van meet af aan heeft betwist dat de juiste bebording was geplaatst en de
  9. VR 2019/71 Schadebegroting; redelijke verwachtingen.

    Jurisprudentie
    In 1996 is eiser, toen 30 jaar oud, een verkeersongeval overkomen. Direct na het ongeval was sprake van hoofd- en nekklachten. In 1997 en 2000 is eiser bovendien opgenomen geweest op de psychiatrische afdeling van verschillende ziekenhuizen. In 2001 stelde psychiater A de diagnose schizofrenie, waarbij hij overwoog dat het ongeval weliswaar mogelijk een luxerende factor was geweest, maar er op dat moment geen aanwijzingen meer waren dat de schizofrenie het gevolg was van het ongeval. In 2004 is eiser bovendien onderzocht door psychiater B, die onder meer concludeert dat eiser, indien het
  10. VR 2019/72 Ruiterongeval: uiting van de eigen energie van de pony (art.
    6:179 BW).

    Jurisprudentie
    Op 4 januari 2012 is appellante tijdens een groepsles een ongeval overkomen. Aan het einde van de les werd gesprongen over een parcours bestaande uit vier of vijf hindernissen. De laatste hindernis was een zogenaamde dubbelsprong, twee op korte afstand van elkaar geplaatste hindernissen die bij elkaar horen, waarbij het paard na de eerste hindernis vrijwel direct de volgende hindernis moet nemen. De moeilijkheidsgraad van het parcours werd geleidelijk opgebouwd, waarbij appellante met haar paard (C) de hindernissen zonder problemen nam. Op enig moment weigerde het paard de tweede hindernis van
  11. VR 2019/73 Onware schadeaangifte na aanrijding (art. 7:941 lid 5 BW)?

    Jurisprudentie
    Op 5 januari 2014 rond 23.00 uur heeft op de Binckhorstlaan te Den Haag een aanrijding plaatsgevonden tussen een door geïntimeerde bestuurde auto en een door betrokkene 1 bestuurde auto. Geïntimeerde reed daar op de als voorrangsweg aangeduide Binckhorstlaan toen betrokkene 1, komend vanuit een zijweg, die laan is opgereden en daarbij toen geen voorrang heeft verleend aan geïntimeerde. Betrokkene 1 is met de voorzijde van de door hem bestuurde auto aangereden tegen het midden van de rechterzijkant van de door geïntimeerde bestuurde Mercedes. Als gevolg van die aanrijding is schade ontstaan aan
  12. VR 2019/74 Regres op veroorzaker schade, schadestaat envaststellingsovereenkomst.

    Jurisprudentie
    Geïntimeerde heeft op 13 januari 2013 als bestuurder van een voertuig een ongeval veroorzaakt. Bij het ongeval was ook het voertuig van de heer B betrokken. Ten tijde van het ongeval was ten aanzien van het voertuig bestuurd door geïntimeerde een aansprakelijkheidsverzekering van kracht bij verzekeraar Bovemij. De verzekeraar is aangesproken tot betaling van door B geleden schade. Namens B is een voorlopige schadestaat opgesteld met een totaal te vorderen bedrag van € 25.418,28. Enige maanden later is tussen de verzekeraar en B een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op grond daarvan heeft de
  13. VR 2019/75 Ongeval door paard; betekenis van prejudiciële beslissing 'Imagine' over de aansprakelijkheid van medebezitters van het dier.

    Jurisprudentie
    Op 29 juni 2008 maakten geïntimeerde en appellante sub 2, samen met hun dochter, een rit met een koets die door middel van een enkelspan werd voortgetrokken door een paard. Appellante sub 2 zat rechts voorin op de bok in de hoedanigheid van koetsier. Bij het binnenrijden van de plaats Oude Ade werd het paard onrustig nadat het was geschrokken. Geïntimeerde is toen, op verzoek van appellante sub 2, links naast het paard gaan lopen in de hoop dat het paard zou kalmeren. Op dat moment kwam vanuit de tegengestelde richting een auto aanrijden. De bestuurder van de auto heeft zijn auto tot stilstand
  14. VR 2019/76 Achteropaanrijding; opzettelijk veroorzaakt verkeersongeval;verzekeringsfraude.

    Jurisprudentie
    Uit het tussenarrest van 5 december 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:5463):Appellant is als automobilist van achteren aangereden door X toen hij voor een rotonde remde. Hij heeft de WAM-verzekeraar van X aangesproken tot vergoeding van de schade aan zijn auto. De kantonrechter heeft in eerste aanleg overwogen dat het enkele feit dat X niet in staat is geweest om haar voertuig tijdig tot stilstand te brengen, onvoldoende is om aan te nemen dat zij een verkeersfout heeft gemaakt. De kantonrechter heeft appellant vervolgens opgedragen te bewijzen dat X op onvoldoende zorgvuldige wijze aan het verkeer
  15. VR 2019/77 Dekkingsgeschil; joyriding.

    Jurisprudentie
    Eiser heeft sinds mei 2016 een bestelauto geleased bij Autolease Company. De bestelauto is 'Beperkt Casco' verzekerd bij ASR. Op 21 oktober 2016 is de zestienjarige zoon van eiser zonder diens toestemming in de bestelauto gaan rijden. Tijdens deze rit is de zoon een ongeval overkomen waarbij de bestelauto total loss is geraakt. ASR weigert vervolgens de schade aan de bestelauto te vergoeden, omdat de feitelijke bestuurder niet in het bezit was van een rijbewijs en omdat eiser niet de normale voorzichtigheid in acht heeft genomen om joyriding te voorkomen. ASR wijst erop dat ingevolge artikel 8
  16. VR 2019/78 Aansprakelijkheid ballonvaarder voor overlijden van
    papegaaien?

    Jurisprudentie
    Eiser woont in een woning die is gelegen op een aan hem toebehorend bosperceel en houdt daar hobbymatig papegaaien. Gedaagde is luchtballonvaarder. Op zaterdag 11 en zondag 12 maart 2017 nam hij deel aan een ballonvaart in wedstrijdvorm. De vraag die centraal staat is of de luchtballonvaarder aansprakelijk is voor het overlijden van drie papegaaien van eiser. Volgens de rechtbank is er sprake van een onrechtmatige daad van gedachte jegens eiser. Als de papegaaien zijn komen te overlijden ten gevolge van het overvaren met de luchtballon door gedaagde, dan heeft gedaagde hiermee inbreuk
  17. VR 2019/79 Achteropaanrijding, causaal verband.

    Jurisprudentie
    Eiser is in 2005 als automobilist voor een stoplicht van achteren aangereden door een bij ASR verzekerde bestelbus. ASR heeft (volledige) aansprakelijkheid erkend. Eiser is sindsdien arbeidsongeschikt. In deze procedure staat de vraag centraal of deze voortdurende arbeidsongeschiktheid het gevolg is van het ongeval. Daarbij is van belang dat juist in de periode direct rond het ongeval een conflict is ontstaan tussen eiser en zijn mede-vennoten, dat eiser daarbij grote financiële verliezen heeft geleden en dat sindsdien sprake is van ernstige depressieve klachten. ASR betwist het causaal
  18. VR 2019/8 WAM-verzekering; regres; ontbreken geldig rijbewijs.

    Jurisprudentie
    Een vriendin van gedaagde heeft met zijn auto een ongeval veroorzaakt. De WAM-verzekeraar heeft de schade van de wederpartij vergoed en neemt nu regres op gedaagde omdat de vriendin ten tijde van het ongeval niet beschikte over een geldig rijbewijs. De vordering wordt toegewezen. De vriendin beschikte uitsluitend over een Haïtiaans rijbewijs, terwijl zij op grond van de Landsverordening wegverkeer slechts mocht rijden met een Arubaans rijbewijs. Zij beschikte dus inderdaad niet over een geldig rijbewijs en op grond van de polisvoorwaarden bestaat er in die situatie geen dekking.
  19. VR 2019/80 Verzekeringszaak; uitleg begrip 'opzettelijk veroorzaakteschade' in polisvoorwaarden.

    Jurisprudentie
    Op 23 juni 2014 heeft een incident plaatsgevonden bij het terrein van de Rooi Pannen (ROC) in Tilburg. Toen gedaagde - vluchtend voor een docent - in zijn auto wegreed van het terrein, is hij tegen een stagiair-toezichthouder aangereden. Als gevolg van deze aanrijding heeft de stagiair-toezichthouder letsel opgelopen. Gedaagde is strafrechtelijk vervolgd voor deze aanrijding en bij verstek veroordeeld voor mishandeling. Ten tijde van het ongeval was de auto van gedaagde verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid bij eiseres. Eiseres heeft aan de stagiair-toezichthouder een schadevergoeding

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!