Zoeken

145 resultaten gevonden

  1. VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

    Jurisprudentie

    Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

  2. VR 2026/130 Secondenlang op telefoon. Dodelijke kop-staartbotsing in file. Mate van schuld.

    Jurisprudentie

    Verdachte heeft met een bestelauto en aanhangwagen een dodelijke kop-staartbotsing op een provinciale weg veroorzaakt. Hij reed met een snelheid tussen de 90 en 95 km/u en botste met onverminderde snelheid op een stilstaande personenauto die deel uitmaakte van een file. Door de botsing werd deze auto tegen zijn voorganger gedrukt. De bestuurder overleed ter plekke aan zijn verwondingen. Uit onderzoek van de telefoon van verdachte blijkt dat hij gedurende de 43 seconden direct voorafgaand aan het ongeval verschillende handelingen op zijn in een houder geplaatste mobiele telefoon heeft verricht

  3. VR 2026/131 Rijden onder invloed van cocaïne, bloedafname, geen schending artikel 53 Sv.

    Jurisprudentie

    De verdachte staat terecht op verdenking van het besturen van een personenauto na gebruik van cocaïne. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het cocaïnegehalte in zijn bloed hoger is dan de toegestane grenswaarde. De verdediging voert aan dat de volgorde van voorgeleiding, verhoor en bloedafname onjuist was. De verdachte is namelijk eerst verhoord, tijdens dat verhoor is met zijn toestemming bloed afgenomen en pas daarna is hij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Volgens de verdediging maakt deze volgorde dat de resultaten van het bloedonderzoek niet voor het bewijs mogen worden gebruikt

  4. VR 2026/132 Artikel 164 WVW 1994 geen grondslag voor vergoeding schade bestuursrechtelijke ongeldigverklaring rijbewijs na strafrechtelijke vrijspraak. Wel toekenning rechtsbijstandskosten strafzaak.

    Jurisprudentie

    Verzoeker was vervolgd ter zake van een overtreding van artikel 8 WVW 1994. Naar aanleiding van deze verdenking deed de politie een schriftelijke mededeling bij het CBR als bedoeld in artikel 130 WVW 1994, waarna de geldigheid van zijn rijbewijs werd geschorst en het rijbewijs later ongeldig werd verklaard. De strafzaak is vervolgens geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker verzocht op grond van artikel 164 WVW 1994 om vergoeding van de door hem geleden schade als gevolg van het verlies van zijn rijbewijs (€ 62.170,72) en op grond van artikel 530 Sv de kosten van

  5. VR 2026/133 OM niet-ontvankelijk. Vertrouwensbeginsel. Rijden onder invloed van medicinale cannabis. Wel veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs.

    Jurisprudentie

    Verdachte is in 2025 driemaal op het politiebureau geweest voor het rijden onder invloed van cannabis. Uit bloedonderzoek bleek dat het THC-gehalte hoger was dan de wettelijke grenswaarde: 7,0 microgram per liter bloed in zaak 1, 9,1 microgram in zaak 2 en 6,9 microgram in zaak 3. De verdediging voert aan dat het openbaar ministerie in deze drie zaken niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat bij verdachte het vertrouwen is gewekt dat zij niet zou worden vervolgd. Verdachte gebruikt cannabis op doktersvoorschrift en het CBR heeft haar, hoewel het met dit cannabisgebruik bekend was

  6. VR 2026/134 Weigering verzekeraar. Vrije keuze belangenbehartiger. Voortzetting schaderegelingstraject.

    Jurisprudentie

    In deze kortgedingprocedure staat de vraag centraal of NN als verzekeraar mocht weigeren met Constans Letselschade B.V. samen te werken als belangenbehartiger in de letselschadedossiers van de benadeelden. De benadeelden werden aanvankelijk bijgestaan door Columbus Groningen, maar die samenwerking is beëindigd nadat NN ernstige bezwaren had geuit tegen de werkwijze van Columbus Groningen en tegen de daarin gezichtsbepalende persoon. Vervolgens maakten de benadeelden de overstap naar Constans, een nieuw opgerichte letselschadepraktijk waarin onder meer enkele voormalig medewerkers van Columbus

  7. VR 2026/135 Doorbelasting schade.

    Jurisprudentie

    Eiseres heeft met LeasePlan, de rechtsvoorganger van Ayvens, een overeenkomst gesloten met ingang van 13 september 2016. In het kader van die overeenkomst beheerde Ayvens het wagenpark van eiseres en bemiddelde bij de verzekeringen van de bedrijfsauto’s. Op 10 augustus 2025 vond met een van die bedrijfsauto’s een kop-staartbotsing plaats. De auto werd op dat moment bestuurd door een werknemer van eiseres, die vooraf een gebruikersovereenkomst had ondertekend. Ayvens heeft de wederpartij van het verkeersongeval op grond van de WAM schadeloosgesteld en de daarmee samenhangende kosten vervolgens

  8. VR 2026/136 Vordering schadevergoeding voor autoschade na politieachtervolging.

    Jurisprudentie

    Op 10 januari 2024 reed gedaagde A in een auto van eiser X terwijl zijn rijbewijs was geschorst. Toen de politie hem een stopteken gaf, is A gevlucht. In zijn vlucht is A tegen twee geparkeerde voertuigen gebotst. Hierdoor ontstond schade aan zowel de auto van X als aan de voertuigen van derden. X vordert daarom van A een schadevergoeding. A verweert zich met de stelling dat de auto via een verhuurbedrijf was gehuurd door zijn vriendin, dat reeds huurbetalingen waren verricht en dat zijn aansprakelijkheid contractueel was beperkt. De kantonrechter oordeelt dat A toerekenbaar onrechtmatig heeft

  9. VR 2026/137 Aanvullend voorschot schadevergoeding na zwaar verkeersongeval.

    Jurisprudentie

    Verzoekster verzoekt de rechtbank om HDI Global SE, in haar hoedanigheid als WAM-verzekeraar, te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 83.295,73, en tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil. Aan de procedure ligt een zeer ernstig verkeersongeval ten grondslag dat plaatsvond op 1 oktober 2010, waarbij verzoekster op 8-jarige leeftijd zwaar letsel opliep. De auto waarin zij zich bevond, werd van achteren aangereden door een vrachtwagen en vervolgens tussen twee vrachtauto’s samengedrukt. HDI heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval al eerder

  10. VR 2026/138 Deelgeschil letselschade. Kopstaartbotsing door overstekend dier. Verkeersfout.

    Jurisprudentie

    Op 8 februari 2018 vond een kop-staartbotsing plaats waarbij verweerder A achterop de auto van verzoeker X reed. Het ongeval gebeurde buiten de bebouwde kom in een bocht op een weg waar 80 km/uur gold. Diezelfde avond vulden partijen samen een schadeformulier in en ondertekenden dit. A is verzekerd bij Bovemij. Later stelde X Bovemij aansprakelijk voor de schade, maar de verzekeraar wees dit af en stelde dat X zonder verkeersnoodzaak zou hebben geremd. Ook herhaalde aansprakelijkstellingen in 2023 leidden niet tot een ander standpunt. In het voorlopig getuigenverhoor verklaarde X dat hij

  11. VR 2026/139 Ongeval tussen elektrische bakfiets en snorscooter. Causaliteitsverdeling. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 5 april 2023 was verzoekster X zwanger van haar tweede kind en vervoerde zij haar eerste kind in een elektrische bakfiets. Rond 15:55 uur kwam zij in botsing met A op zijn snorscooter. Door de aanrijding heeft zij letsel opgelopen, dat volgens haar bestaat uit onder meer niet-aangeboren hersenletsel met aanhoudende klachten, waaronder cognitieve beperkingen, hoofdpijn, duizeligheid en vermoeidheid. Zij stelt daarnaast aanzienlijke schade te lijden, waaronder verlies van arbeidsvermogen. X exploiteert een drogisterij en parfumerie en stelt dat haar gezondheidsklachten niet alleen de

  12. VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.

    Jurisprudentie

    X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware

  13. VR 2026/141 Bestemmingsplan. Vrijliggende fietsverbinding langs N-weg. Fietsersbond. Relativiteit.

    Jurisprudentie

    De gemeenteraad van Gulpen-Wittem heeft het bestemmingsplan 'Fietsverbinding en reconstructie N595'vastgesteld. Het plan maakt de reconstructie van de N595 tussen Kapolder en Wittem mogelijk en voorziet onder meer in een nieuwe vrijliggende fietsverbinding tussen Wittem en Kapolder. De Fietsersbond is tegen het plan in beroep gegaan, omdat zij de gekozen inrichting van de N595 en het vrijliggende fietspad onvoldoende verkeersveilig vond. Volgens de Fietsersbond moeten fietsers daardoor vaker de N595 oversteken. Daarnaast meent de Fietsersbond dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met

  14. VR 2026/142 Onderzoek rijgeschiktheid. Alcoholmisbruik. Ongeldigverklaring rijbewijs. Betrouwbaarheid rapportage.

    Jurisprudentie

    Wederpartij is op 18 januari 2024 betrokken geweest bij een eenzijdig ongeval. Uit de ademanalyse bleek dat hij onder invloed van alcohol was en het alcoholgehalte 1075 µg/l bedroeg. Het CBR heeft hierop een onderzoek ingesteld naar de rijgeschiktheid van wederpartij. De psychiater heeft in zijn onderzoek van 25 mei 2024 vastgesteld dat de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ gesteld kan worden en dat het aannemelijk is dat wederpartij met het alcoholmisbruik is gestopt op 19 januari 2024. Op basis van het onderzoek heeft het CBR het rijbewijs van wederpartij ongeldig verklaard. Wederpartij

  15. VR 2026/143 Vasthouden mobiel navigatiesysteem tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat in zijn hand hield en daarnaar keek. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, omdat onvoldoende blijkt dat het ging om een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a RVV 1990. Het hof volgt dit betoog niet. Uit de getuigenverklaring en de door de gemachtigde overgelegde afbeelding volgt dat het apparaat volgens de betrokkene

  16. VR 2026/144 Mobiele telefoon in houder, vasthouden tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    /Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden met zijn rechterhand om zijn mobiele telefoon en de houder zat, terwijl hij de telefoon met zijn duim bediende. De betrokkene voert aan dat de telefoon in een houder zat en dat hij de telefoon kon bedienen zonder deze vast te houden. Het hof stelt voorop dat artikel 61a RVV 1990 niet het bedienen van een mobiele telefoon verbiedt, maar het vasthouden daarvan. Volgens het hof kan ook

  17. VR 2026/145 Telefoon op middenconsole, aantikken is geen vasthouden.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. Betrokkene voert aan dat hij handsfree belde via bluetooth en dat zijn telefoon op de middenconsole achter de versnellingspook tegen het dashboard stond. Volgens betrokkene gaf hij de telefoon af en toe een tikje om deze recht te zetten, maar hield hij de telefoon niet vast. Het hof oordeelt eerst dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden. Uit het beroepschrift blijkt namelijk dat

  18. VR 2026/146 Vrijspraak artikel 5 WVW, overtreding artikel 18 RVV, geldboete.

    Jurisprudentie

    De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert. De wetgever heeft met artikel 5 WVW 1994 slechts

  19. VR 2026/147 Verkeersongeval. Laagstaande zon, kort moment van onoplettendheid. Schuldigverklaring zonder straf.

    Jurisprudentie

    De verdachte rijdt met haar auto achterop een motorrijder die snelheid mindert. De motorrijder loopt daardoor letsel op, waaronder een gebroken ruggenwervel en een verwonding aan zijn pols. De verdachte wordt primair verweten dat zij schuld heeft aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Subsidiair wordt haar verweten dat zij gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW 1994. De rechtbank stelt voorop dat voor schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Die schuld kan

  20. VR 2026/148 Plaats ongeval verlaten, bijrijder, geen betrokkenheid in de zin van artikel 7 WVW.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt vervolgd voor het verlaten van de plaats van een ongeval. Zij zat als bijrijder in een personenauto waarmee een overstekend slachtoffer is aangereden. De bestuurder is na een korte stop doorgereden. Het slachtoffer is een dag later aan de gevolgen van de aanrijding overleden. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte als bijrijder kan worden aangemerkt als degene die bij het verkeersongeval betrokken was in de zin van artikel 7 WVW 1994. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad kan degene die niet de bestuurder was van het rechtstreeks bij het verkeersongeval

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!