Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

VR 2023/70 Uitzicht belemmerende onnodige voorwerpen. Feitcode.

Jurisprudentie

Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de telefoonhouder zo was gemonteerd dat de telefoon voor het gezicht van de betrokkene kwam te staan. Hieruit blijkt voldoende dat het uitzicht werd belemmerd. Naar het oordeel van het hof heeft de ambtenaar de juiste feitcode(N420b) gebruikt, nu de telefoonhouder aan de voorruit was gemonteerd.

VR 2023/31 De ontwikkeling van automatische nummerplaatherkenning voor opsporingsdoeleinden in Nederland

Artikel
VR2023-3_illu
Zowel publieke als private organisaties maken in Nederland gebruik van camera’s langs de weg om het verkeer te monitoren. Zo beheert Rijkswaterstaat 3.000 camera’s om verkeersstromen te monitoren langs wegen, tunnels en bruggen. De politie, de Koninklijke Marechaussee (KMar) en het Openbaar Ministerie (OM) gebruiken soortgelijke camera’s voor opsporings- en handhavingsdoeleinden. Deze camera’s kunnen automatisch kentekens herkennen van passerende voertuigen, zodat bijvoorbeeld trajectcontroles kunnen worden uitgevoerd of voortvluchtige personen kunnen worden aangehouden. Tot 2019 was het gebruik van deze camera’s beperkt tot het registeren van een overtreding of het registreren van een voertuig dat gesignaleerd stond. Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om met deze camera’s kentekengegevens van alle passerende voertuigen voor een periode van vier weken op te slaan en aan opsporingsambtenaren die het onderzoek uitvoeren te verstrekken. Zij kunnen daarnaast een foto van het voertuig ontvangen. De inzittenden van het voertuig moeten door een daartoe geautoriseerde opsporingsambtenaar onherkenbaar worden gemaakt. Op basis van het nieuwe artikel 126jj Wetboek van Strafvordering (hierna 126jj) kan de politie deze gegevens inzien ten behoeve van de opsporing van een misdrijf of van voortvluchtige personen. De wet is na invoering gemonitord en geëvalueerd. De wet was op het moment van inwerkingtreding tijdelijk van aard, maar is mede op basis van de resultaten uit de evaluatie permanent geworden. In het onderhavige artikel wordt ingegaan op de ontwikkeling van automatische nummerplaatherkenning in Nederland, de achtergrond en juridische aspecten van de nieuwe wet en ten slotte op de belangrijkste bevindingen uit de evaluatie.

VR 2023/19 Administratieve sanctie. Samenloop.

Jurisprudentie

Bij de beoordeling of in het geval van meerdere gedragingen sprake is van een voortgezette handeling stelt het hof voorop dat een verkeersdeelnemer voortdurend te maken krijgt met nieuwe verkeerssituaties, waarin hij alert dient te zijn en waarin hij derhalve bij voortduring beslissingen neemt en moet nemen. Er is niet snel sprake van meerdere gedragingen die voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Dat is in dit geval niet anders. De bestuurder reed van de invoegstrook over het puntstuk naar rijstrook 2 (dat was de eerste overtreding) en koos er vervolgens voor om direct door te rijden

VR 2023/18 Administratieve sanctie. Gelijkheidsbeginsel.

Jurisprudentie

De omstandigheid dat aan de betrokkene een sanctie is opgelegd (i.c. voor rijden door rood licht), terwijl er in het kader van een landelijke politieactie geen sancties zouden worden opgelegd voor kleine verkeersovertredingen, brengt niet met zich dat de betrokkene van een sanctie gevrijwaard zou moeten worden. Voor zover de betrokkene een beroep doet op het gelijkheidsbeginsel, wordt dit verworpen. Immers van een schending van het gelijkheidsbeginsel zou slechts sprake zijn indien zonder (juridische) geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken van geldend beleid met

VR 2022/23 Parkeerovertreding. Kentekenaansprakelijkheid. Deelscooter. Verhuur.

Jurisprudentie
Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene wordt verweten een bromfiets te plaatsen waar dat niet mag (bord E3, verbod (brom)fietsen te plaatsen). De gedraging is op 29 augustus 2020 om 00:21 uur aan de Vijzelstraat, ter hoogte van Giftshop, te Amsterdam geconstateerd.Op grond van artikel 5 van de Wahv wordt de sanctie opgelegd aan de kentekenhouder als is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met een motorrijtuig waarvoor een

VR 2022/22 Overschrijding redelijke termijn. Proceskosten.

Jurisprudentie
De beslissing van de kantonrechter tot matiging van het sanctiebedrag is niet gegrond op een materiële beoordeling van de sanctiebeschikking, maar is uitsluitend gebaseerd op de door de kantonrechter geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Vaste jurisprudentie van het hof is dat bij een sanctie als deze in geval van overschrijding van de redelijke termijn van berechting met de vaststelling daarvan kan worden volstaan. Derhalve heeft de betrokkene geen rechtens te respecteren belang bij vergoeding van de proceskosten.

VR 2021/134 De reële mogelijkheid tot staandehouding: voor elk wat wils?

Artikel
VR 2021/134 De reële mogelijkheid tot staandehouding: voor elk wat wils? De rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over het (on)terecht afzien van staandehouding in ‘mulderzaken’ Mr. I.N.D.J. (Indy) Rissema * * Wetenschappelijk docent rechtsgeleerdheid aan de Erasmus School of Law in Rotterdam en vanuit zijn onderneming Bezwaartegenverkeersboetes.nl werkzaam als professioneel gemachtigde in WAHV-zaken. 1. Inleiding Waar de praktijk rondom de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) voor een belangrijk deel wordt beheerst door hard and fast rules

VR 2021/139 Administratiefrechtelijke sanctie. Staande houden. Kentekenhouder.

Jurisprudentie
Uit artikel 5 van de Wahv volgt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd - i.c. het rijden door rood licht -, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.De ambtenaar constateerde de gedraging terwijl hij reed in burgerkleding, op een privémotor en zonder verbindingsmiddelen met de politiemeldkamer en terwijl hij voor een rood verkeerslicht stond te wachten.In

VR 2021/137 Wet Mulder. Proceskosten. Samenhangende zaken.

Jurisprudentie
De kantonrechter is het eens met betrokkene dat de beslissing van de officier van justitie moet worden vernietigd, omdat daarin geen motivering wordt gegeven waarom in het kader van de vergoeding van proceskosten sprake is van samenhangende zaken. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat de officier van justitie ten onrechte een vergoeding van proceskosten heeft toegekend op basis van een vergoeding voor samenhangende zaken. Volgens de officier van justitie is deze zaak als samenhangend met andere zaken aangemerkt, omdat de beslissing over de proceskosten in één besluit is genomen en

VR 2020/157 Stilstaan langs gele streep. Wettelijke grondslag. Sanctie.

Jurisprudentie
De betrokkene wordt verweten dat zij geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt (artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)). Volgens vaste jurisprudentie van het hof staat het niet ter beoordeling van de weggebruiker of een verkeersteken overeenkomstig de voorschriften - daaronder te begrijpen: overeenkomstig een geldig verkeersbesluit - en terecht is geplaatst. Dat is slechts anders in het geval de situatie klaarblijkelijk zo afwijkend is van die waarop het verkeersteken betrekking heeft, dat bij gevolg geven aan dat teken de