Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

VR 2020/27 Onnodig geluid veroorzaken.

Jurisprudentie
Onder onnodig geluid moet worden verstaan dat geluid dat sterker is dan het geluid dat het rijden met een naar de eisen van de tijd normaal ingericht voertuig onvermijdelijk veroorzaakt. Van onnodig geluid zal men eerst kunnen spreken zodra het veroorzaakte geluid het normale, geaccepteerde, door voertuigen veroorzaakte geluid te boven gaat. Voor de vaststelling of er sprake is van onnodig geluid is niet bepalend of er iemand is die overlast heeft ondervonden van het geluid en evenmin of een bepaald geluidniveau wordt overschreden.

VR 2020/26 Administratieve sanctie. Bevoegdheid opsporingsambtenaar. Processtukken. Overzichtsarrest.

Jurisprudentie
Op grond van artikel 3, eerste en tweede lid, van de Wahv juncto artikel 2, eerste en tweede lid, van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeervoorschriften (Bahv) zijn de in artikel 141, onder b, en in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) nader omschreven ambtenaren bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie op grond van de Wahv.Voor zover het een ambtenaar belast met een algemene opsporingstaak betreft, zoals nader omschreven in artikel 141, onder b, van het WvSv, geldt dat sprake moet zijn van een ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2

VR 2019/185 Wet Mulder. Heroverweging proceskostenvergoeding.

Jurisprudentie
Tot op heden heeft het hof als uitgangspunt gehanteerd dat aanleiding bestaat om een verzoek om vergoeding van proceskosten in te willigen indien en voor zover een betrokkene in het gelijk wordt gesteld. Onder in het gelijk stellen wordt hierbij verstaan het op de door de betrokkene aangedragen gronden (geheel of gedeeltelijk) vernietigen van een beslissing van de kantonrechter, de officier van justitie of van de inleidende beschikking. Voor de beantwoording van de vraag of aanspraak kan bestaan op een proceskostenvergoeding wordt thans aansluiting gezocht bij de regeling van artikel 591a

VR 2019/151 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Onvoldoende bewijs aanmerkelijke schuld. Zelfstandige verkeersfout?

Jurisprudentie
Verdachte is met overschrijding van de maximumsnelheid de oversteekplaats voor fietsers genaderd. Verdachte heeft bij het naderen van de in zijn richting gelegen oversteekplaats voor fietsers de snelheid van de door hem bestuurde motorfiets niet zodanig aangepast dat hij deze tot stilstand heeft kunnen brengen binnen de afstand waarover de weg voor hem te overzien was. Het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt komt er in de kern op neer dat hij een snelheidsovertreding heeft begaan. Daarbij gaat het om een overschrijding van de toegestane snelheid die zodanig is dat deze - los van de

VR 2019/147 Rijden door rood licht. Gegevens op foto.

Jurisprudentie
Rijden door rood verkeerslicht? De gegevens in de databalk op de foto's zijn slecht leesbaar, de gegevens in de daaronder opgenomen gegevensbalk wijken af van de gegevens in de databalk (voor zover leesbaar) en de gegevens in het zaakoverzicht van het CJIB (het resultaat van de administratieve verwerking van de digitale registratie) wijken ook weer af van deze gegevens. Derhalve is niet komen vast te staan dat de betrokkene niet heeft gestopt voor een rood verkeerslicht.

VR 2019/145 Staande houden. Bekeuring op kenteken.

Jurisprudentie
Kennelijk heeft de verbalisant de buschauffeurs gewaarschuwd en vervolgens, nadat de bussen vijftig meter verder zijn gereden, twee sancties opgelegd aan de kentekenhouder. Naar het oordeel van het hof is niet goed voorstelbaar waarom in dit geval de sancties niet konden worden opgelegd aan de bestuurders van de bussen. De verbalisant heeft hierover geen opheldering gegeven, ook niet na een uitdrukkelijk verzoek van de officier van justitie daartoe. Nu de sancties met toepassing van artikel 5 van de Wahv zijn opgelegd aan de kentekenhouder, terwijl er een reële mogelijkheid bestond om de

VR 2019/126 Zaakoverzicht. Camerabeelden. Kosten van door een derdeberoepsmatig verleende rechtsbijstand.

Jurisprudentie
In zijn algemeenheid mag de eis worden gesteld dat uit de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring blijkt dat de verbalisant zijn wetenschap dat de gedraging is verricht ontleent aan camerabeelden. Indien er een foto van de gedraging is, dient deze te behoren tot de stukken van het dossier. Aan het verzoek van de gemachtigde om toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken is in administratief beroep geen gevolg gegeven. Die stukken waren ook niet alle aanwezig in het dossier zoals dat bij de rechtbank ter inzage heeft gelegen. Onder die omstandigheden kan aan het niet voeren van

VR 2019/123 Bevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar. Openbare orde.

Jurisprudentie
De buitengewoon opsporingsambtenaar was louter in relatie tot de openbare orde bevoegd op te treden ter zake van gedragingen in strijd met een geslotenverklaring. Uit het verkeersbesluit blijkt niet dat argumenten ontleend aan de 'openbare orde' grondslag voor de onderhavige geslotenverklaring hebben geboden. Het verbaliserende optreden van de hier betrokken boa had geen relatie met de openbare orde. Bij die stand van zaken blijkt niet dat deze sanctie door een daartoe bevoegde verbalisant is opgelegd.