Zoeken

181 resultaten gevonden

  1. VR 2019/26 Dood door schuld. Roekeloosheid? Strafmaat.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft op 13 september 2015, in de nacht van zaterdag op zondag, in het donker en onder invloed van alcohol, over een afstand van meer dan een kilometer, gereden over de Oosteinderweg in de richting van het centrum van Aalsmeer, met een snelheid die ver boven de ter plaatse toegestane snelheid van vijftig kilometer per uur lag. Daarbij is hij tegen hem tegemoetkomende fietsers gebotst. Ten gevolge van die botsing is één fietser gedood, een andere fietser is zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De Oosteinderweg is een smalle weg binnen de bebouwde kom van Aalsmeer, met een grijs
  2. VR 2019/27 Dood door schuld. Roekeloosheid?

    Jurisprudentie
    De verdachte bestuurde een verreiker en botste daarmee op twee voor hem rijdende fietsers waardoor één van die fietsers kwam te overlijden. Op de verreiker waren balen met hooi geladen op zodanige wijze dat de verdachte geen zicht had op de weg voor hem. Geen roekeloosheid omdat de onderhavige situatie zich niet op één lijn laat stellen met de situaties waarin in de jurisprudentie van de Hoge Raad roekeloosheid is aangenomen. Bovendien kan niet worden vastgesteld dat verdachte in die mate onverschillig is geweest ten aanzien van de gevolgen van zijn rijgedrag, dat gezegd kan worden dat hij
  3. VR 2019/28 Rijden onder invloed. Ademanalyse-apparaat. Tijdsinstelling.

    Jurisprudentie
    Onder de strikte waarborgen bij de ademanalyse moeten waarborgen worden verstaan die ertoe strekken de betrouwbaarheid (en juistheid) van het onderzoeksresultaat te verzekeren. In hetgeen is vastgesteld - namelijk dat het apparaat, zoals ook door de bedienaar onderkend, nog niet aan de (niet zo lang daarvoor ingegane) zomertijd was aangepast - ziet het hof echter geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de werking van het ademanalyseapparaat en evenmin aan de juistheid van het onderzoeksresultaat.
  4. VR 2019/29 Rijden onder invloed. Bloedonderzoek. Waarmerking, verpakking, verzegeling.

    Jurisprudentie
    Het onderzoek naar het bloedalcoholgehalte is door de wetgever omringd met een aantal strikte waarborgen. Deze waarborgen hebben ten doel, zoveel als mogelijk is, fouten en onvolmaaktheden die ten nadele van de verdachte strekken uit te schakelen. De maatregelen die erop toezien dat het bloed dat wordt onderzocht ook het bloed van verdachte is, behoren tot die waarborgen. Indien dergelijke maatregelen niet strikt worden nageleefd, levert dat de kans op - hoe klein ook - dat de identiteit van de verdachte en het opgestuurde bloed minder vaststaan dan wanneer de maatregel wel strikt wordt
  5. VR 2019/3 Uitleg reikwijdte verzekeringsplicht WAM; aanrijding metvorkheftruck.

    Jurisprudentie
    Verweerder heeft in Frankrijk voor TOP werkzaamheden verricht met een door TOP bij TWS gehuurde vorkheftruck. De werkzaamheden bestonden uit het plaatsen van een zgn. uiendroogwand, bestaande uit zgn. 'prefab' betonnen elementen van ca. 3.000 kg per stuk. Bij het verplaatsen van een van deze elementen is de bestuurder van de vorkheftruck tegen een ander, los op de grond staand betonnen element aangereden. Dit element is omgevallen en op de benen van een door verweerder ingeschakelde persoon terechtgekomen, die daarbij ernstig letsel heeft opgelopen. In deze procedure staat de vraag centraal of
  6. VR 2019/30 Gevaarzetting. Capriolen met motorfiets.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft op de weg, waar zich ander verkeer in de nabijheid bevond, als bestuurder van een motorfiets, twee keer een zogenoemde "burnout" en een zogenoemde "wheelie" gemaakt. Daardoor werd de stabiliteit van het motorrijtuig verstoord en waren de besturing, alsmede de beremming van het voorwiel, niet meer op de normale wijze mogelijk. Door die gedragingen van verdachte kon gevaar op die weg worden veroorzaakt.
  7. VR 2019/31 Aanmerkelijke schuld. Dood door schuld. Rijden onder invloed.

    Jurisprudentie
    De verdachte, bestuurder van de Land Rover, heeft niet zoveel mogelijk rechts gehouden en is in een flauwe bocht naar rechts op de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomend verkeer terechtgekomen. Daarbij is verdachte met de linker voorzijde van zijn voertuig tegen de linker flank van de tegemoetkomende Kia Picanto gebotst, waardoor de Kia van de weg is geraakt en in de rechterberm tot stilstand is gekomen. Vervolgens is verdachte met de linker voorzijde van zijn Land Rover tegen de linker voorzijde van de tegemoetkomende Renault Twingo gebotst, die door het grote massaverschil tussen beide
  8. VR 2019/32 Gevaarlijk rijden. Maximumsnelheid. Stopteken. Rijden onder invloed. Rijden zonder rijbewijs. Vrijheidsstraf. Motivering.

    Jurisprudentie
    De verdachte zat met een medepassagier in zijn auto en zag een politiecontrole, waarop hij bewust zijn autolampen heeft gedoofd en met een hoge snelheid langs de politie is gereden. De verdachte is er vervolgens vandoor gegaan met hoge snelheden binnen de bebouwde kom en heeft een stopteken genegeerd. In een poging om de verdachte te stoppen heeft de politie vijf politieauto’s opgesteld. De verdachte heeft al slalommend de politieauto’s trachten te ontwijken en heeft hierbij een eenzijdig ongeval veroorzaakt door met zijn auto tegen een voetbalkooi aan te rijden. De verdachte is vervolgens de
  9. VR 2019/33 Lichamelijk letsel door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig. Onvoldoende rechts houden. Plaatselijke bekendheid.

    Jurisprudentie
    De verdachte is bij het nemen van de bocht van zijn rechter weghelft afgeweken naar links en heeft vervolgens bij het afslaan naar links deze bocht te krap genomen, waardoor hij op de linkerkant van de weg is komen te rijden. Door deze manoeuvre is er een aanrijding ontstaan met een hem op die weghelft tegemoetkomende motorrijder, slachtoffer S, die hierdoor zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen.De rijstijl van de verdachte is aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest en dit gedrag is ook verwijtbaar. Immers, indien de verdachte bij nadering van de splitsing voldoende rechts, op
  10. VR 2019/35 Gevaar veroorzaken. Rood licht. Snelheid.

    Jurisprudentie
    De verdachte reed met de door hem bestuurde personenauto door rood licht en botste daardoor tegen een zich op de kruising bevindende personenauto. Het verkeerslicht voor rechtdoor straalde op het in het geding zijnde moment voor de verdachte rood licht uit, welk rood licht door de verdachte niet is gezien dan wel is genegeerd, waarna de aanrijding met het voertuig van het slachtoffer heeft plaatsgevonden. De wettelijk toegestane maximumsnelheid betrof ter plaatse 50 kilometer per uur. Voldoende is komen vast te staan dat de verdachte aanmerkelijk harder heeft gereden. Dit blijkt uit de
  11. VR 2019/36 Dood door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig? Inschattingsfout. Beroepschauffeur. Gevaarzettend gedrag van wegbeheerder. Ondeugdelijke weginrichting.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft met de door haar bestuurde bus bij het inhalen van een fietser deze geraakt met de rechter buitenspiegel, waardoor deze ten val kwam en ten gevolge van het ongeval is overleden. De weginrichting voldeed niet aan de richtlijnen van het CROW wat betreft de breedte van de rij- en fietsstrook, waardoor op deze locatie op grond van de CROW richtlijnen twee naast elkaar fietsende fietsers niet kunnen worden ingehaald door een stadsbus. De rechtbank acht de inschattingsfout van de verdachte niet zodanig onbegrijpelijk en verwijtbaar dat deze fout kan worden aangemerkt als
  12. VR 2019/37 Vasthouden telefoon. Tesla Autopilot.

    Jurisprudentie
    In artikel 1 onder n van de WVW 1994 is bepaald dat de bestuurder van een motorrijtuig degene is die het motorrijtuig bestuurt of degene die, overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarde, wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen. Naar het oordeel van de kantonrechter bepaalt de feitelijke bestuurder van een auto waar de auto heen gaat, hoe te handelen in noodsituaties en is deze verantwoordelijk voor wat de auto doet. Betrokkene heeft verder ter zitting verklaard dat hij als degene die op de bestuurdersplaats zit regelmatig het
  13. VR 2019/38 Busbaan. Kenbaarheid. Aanduiding op wegdek. Beperking tot wegvak?

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “als weggebruiker gebruik maken van busbaan of -strook aangeduid met: lijnbus”.Het woord 'lijnbus' is niet herhaald na elke zijweg. Dat na elke zijweg het woord 'lijnbus' dient te worden herhaald, is geen vereiste dat volgt uit de regelgeving. In de toelichting op de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is weliswaar bepaald dat de werking van bebording is beperkt tot het wegvak waarlangs het is geplaatst, maar dit is niet overeenkomstig toegepast ten aanzien van
  14. VR 2019/39 Inhaalverbod. Gelding verkeersteken. Zijweg.

    Jurisprudentie
    Ingevolge artikel 1, aanhef en onder e, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (afgekort BABW) wordt onder een wegvak verstaan: "gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of - indien geen zijweg aanwezig is - tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft". Het bord F1 blijft derhalve van kracht tot in ieder geval de volgende zijweg of een verkeersbord waardoor de werking van het bord F1 weer wordt opgeheven (= bord F2).In het onderhavige geval is niet gebleken dat vlak voor het kruisingsvlak een bord F2 is geplaatst. Ter plaatse is sprake van een T
  15. VR 2019/4 Bedrijfsongeval; aanrijding tussen pompwagen en
    orderpicktruck; aansprakelijkheid werkgever ex art. 7:658 BW.

    Jurisprudentie
    Op 15 april 2010 is appellant een bedrijfsongeval overkomen in een magazijn. Toen appellant in een pompwagen wilde wegrijden van een sealapparaat, is hij geraakt door een vork/de vorken van de orderpicktruck van een collega. Als gevolg van dit ongeval moesten twee tenen van de rechtervoet van appellant worden geamputeerd. Appellant stelt zijn werkgeefster aansprakelijk voor deze schade op grond van art. 7:658 BW. Het hof stelt voorop dat de werkgeefster op grond van art. 7:658 lid 1 BW de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee zij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze
  16. VR 2019/40 Regres WAM-verzekeraar op verzekerde; polisuitsluiting; ongeldig rijbewijs.

    Jurisprudentie
    Op 10 juli 2011 is appellant, op dat moment WAM-verzekerd bij ASR, met zijn auto betrokken geraakt bij een verkeersongeval. ASR heeft aansprakelijkheid jegens de andere betrokkenen aanvaard en de schade vergoed. ASR heeft vervolgens regres genomen op appellant. Die vordering is door de rechtbank (integraal) toegewezen. Het hof stelt vast dat de polisvoorwaarden een tweetal dekkingsuitsluitingen bevatten ten aanzien van (1) het niet beschikken over een geldig rijbewijs en (2) het ontbreken van rijbevoegdheid. Blijkens de polisvoorwaarden gelden deze uitsluitingen niet voor de verzekerde die
  17. VR 2019/41 Ongeval met luchtkussen op festivalterrein; aansprakelijkheid organisator ex art. 6:173 BW.

    Jurisprudentie
    Op 5 juli 2014 is eiser een ongeval overkomen toen hij het Wish Outdoor Event, een muziekfestival/dance-event, bezocht. Op het festivalterrein bevond zich een attractie, de zogenaamde Big Air, een hoge toren bestaande uit twee verdiepingen, met op 4 meter en op 9 meter hoogte een springgedeelte waarvan gesprongen kon worden op een daaronder gelegen luchtkussen. Op 9 meter hoogte was tevens een uitkijkplateau dat van het springgedeelte was gescheiden door middel van een horizontaal bevestigde steigerbuis op heuphoogte. Eiser is over de steigerbuis gestapt van het uitkijkgedeelte naar het
  18. VR 2019/42 Verkeersongeval; verjaring; rechtsverwerking.

    Jurisprudentie
    In 2000 zijn eiser en X op de snelweg met elkaar in botsing gekomen. Eiser heeft in eerste instantie RNS aangesproken, de toenmalige WAM-verzekeraar van X. De rechtsopvolger van RSN (ANG) heeft in 2002 aansprakelijkheid erkend. In 2008 heeft ANG de onderhandelingen formeel afgebroken in de zin van art. 10 lid 5 WAM. In 2009 is X (door een andere oorzaak dan het ongeval) overleden. In 2012 heeft eiser ANG gedagvaard en onder meer hervatting van de schaderegeling gevorderd. Deze vordering is bij (onherroepelijk) vonnis van Rechtbank Rotterdam van 17 juli 2013 afgewezen, omdat de vordering op
  19. VR 2019/43 Aanrijding tussen (zit)grasmaaier en personenauto; toedracht ongeval onduidelijk.

    Jurisprudentie
    Op 21 juni 2014 reed A met haar personenauto over een circa 4 meter brede weg die is gelegen in het buitengebied. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 50 km per uur. Verzoeker maaide op dat moment een strook voor zijn woning gelegen gras met een (zit)grasmaaimachine. Op enig moment heeft verzoeker met de grasmaaier een manoeuvre gemaakt waarbij hij geheel of ten dele over de weg heeft gereden. Beide voertuigen zijn met elkaar in botsing gekomen. Vanwege het ongeval zijn de rechter voorzijde van de personenauto en de linker achterzijde van de grasmaaier beschadigd geraakt. Verzoeker heeft

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!