VR 2026/117 Botsing op geparkeerde auto. Onder invloed alcohol. Dekking WAM-verzekering. Te goeder trouw.
Op 21 september 2014 veroorzaakte geïntimeerde X onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een Suzuki Alto. Hij botste tegen een geparkeerde auto, waarna die een lantaarnpaal raakte. Een inzittende passagier liep daarbij letsel op. De auto was van de ouders van X en werd zonder hun toestemming gebruikt. Voor de auto gold een WAM-verzekering bij Univé, maar volgens de polis bestaat geen dekking bij rijden onder invloed. Univé betaalde € 105.000,- schadevergoeding aan de inzittende en wil dit bedrag verhalen op X. Univé heeft X gedagvaard op grond van artikel 15 lid 1 WAM. Volgens die
VR 2026/118 Letselschade door mishandeling. Schadevergoeding. Rotterdamse Schaal.
Op 26 november 2016 sloeg gedaagde A met een gebalde vuist hard in het gezicht van eiser X. Daardoor kwam X ten val en liep hij ernstig letsel op, waaronder een schedelbreuk en hersenbloedingen. A is hiervoor in 2018 strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank al beslist dat A civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade van X. In het eindvonnis lag daarom alleen nog de omvang van de schadevergoeding voor. X stelt dat hij als gevolg van het geweld blijvende klachten heeft ontwikkeld, waaronder
VR 2026/119 Verkeersongeval. Erkenning aansprakelijkheid WAM-verzekeraar bindt verzekerde.
Op 29 oktober 2021 raakte X als motorrijder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij tijdens een inhaalmanoeuvre in botsing kwam met een afslaande automobilist. Als gevolg van dit ongeval heeft X ernstig letsel opgelopen, waaronder een gedeeltelijke amputatie van zijn rechterbeen. De automobilist was WAM-verzekerd bij Allianz, terwijl X WAM-verzekerd was bij Bovemij. Op basis van onder meer een schadeformulier en een politierapport heeft Bovemij de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X stelt dat hij zich de toedracht van het ongeval niet herinnert. X verzoekt in deze procedure voor
VR 2026/120 Fietsongeval met kinderen. Risicoaansprakelijkheid ouders. Verkeersfout?
Op 20 mei 2015 vond een fietsongeval plaats op een tweerichtingsfietspad in Santpoort-Noord. X fietste in de richting van haar werk en kwam een groep schoolgaande meisjes tegemoet. Binnen deze groep reed de destijds 13-jarige A samen met de andere meisjes deels naast elkaar. Bij het passeren ontstond contact tussen X en A, waarna zij en een ander meisje uit de groep allen ten val kwamen. X heeft hierbij letsel opgelopen, waaronder botbreuken en blijvend zenuwletsel. Zij heeft vervolgens de ouders van A en hun aansprakelijkheidsverzekeraar aansprakelijk gesteld voor haar schade. X stelt dat het
VR 2026/121 Deelgeschil als tegenverzoek op voorlopig deskundigenprocedure. Aansprakelijkheid ziekenhuis.
Dit deelgeschil is als tegenverzoek aanhangig gemaakt in een letselschadezaak. Verzoekers treden in dit geschil op voor zowel zichzelf als de wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter. Verweerder is een stichting. In deze zaak staat centraal in hoeverre kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt in het kader van aansprakelijkstelling en schadeafwikkeling voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank stelt voorop dat buitengerechtelijke kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen indien zij redelijk zijn en in redelijkheid zijn gemaakt. Hierbij wordt