Verkeersrecht 2026 10

Editie
VR 2026-10 cover
Datum uitgave: 

VR 2026/145 Telefoon op middenconsole, aantikken is geen vasthouden.

Jurisprudentie

Aan betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. Betrokkene voert aan dat hij handsfree belde via bluetooth en dat zijn telefoon op de middenconsole achter de versnellingspook tegen het dashboard stond. Volgens betrokkene gaf hij de telefoon af en toe een tikje om deze recht te zetten, maar hield hij de telefoon niet vast. Het hof oordeelt eerst dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden. Uit het beroepschrift blijkt namelijk dat

VR 2026/146 Vrijspraak artikel 5 WVW, overtreding artikel 18 RVV, geldboete.

Jurisprudentie

De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert. De wetgever heeft met artikel 5 WVW 1994 slechts

VR 2026/147 Verkeersongeval. Laagstaande zon, kort moment van onoplettendheid. Schuldigverklaring zonder straf.

Jurisprudentie

De verdachte rijdt met haar auto achterop een motorrijder die snelheid mindert. De motorrijder loopt daardoor letsel op, waaronder een gebroken ruggenwervel en een verwonding aan zijn pols. De verdachte wordt primair verweten dat zij schuld heeft aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Subsidiair wordt haar verweten dat zij gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW 1994. De rechtbank stelt voorop dat voor schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Die schuld kan

VR 2026/148 Plaats ongeval verlaten, bijrijder, geen betrokkenheid in de zin van artikel 7 WVW.

Jurisprudentie

De verdachte wordt vervolgd voor het verlaten van de plaats van een ongeval. Zij zat als bijrijder in een personenauto waarmee een overstekend slachtoffer is aangereden. De bestuurder is na een korte stop doorgereden. Het slachtoffer is een dag later aan de gevolgen van de aanrijding overleden. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte als bijrijder kan worden aangemerkt als degene die bij het verkeersongeval betrokken was in de zin van artikel 7 WVW 1994. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad kan degene die niet de bestuurder was van het rechtstreeks bij het verkeersongeval

VR 2026/149 Ongeval veroorzaakt na door rood rijden. Criterium roekeloosheid bij regresvordering verzekeraar. WAM.

Jurisprudentie

Een bestuurder van een gehuurde en WAM-verzekerde personenauto veroorzaakte in Amsterdam een verkeersongeval door met een snelheid van 61 tot 68 km/u door rood licht te rijden en een fietser aan te rijden. De bestuurder is strafrechtelijk veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 WVW 1994. De WAM-verzekeraar vergoedde de letselschade van het slachtoffer en stelde vervolgens op grond van artikel 15 lid 1 WAM regres in tegen de bestuurder. Volgens de verzekeraar was sprake van roekeloosheid in de zin van de polisvoorwaarden en artikel 7:952 BW, zodat de schade van dekking was uitgesloten en