onrechtmatige daad
VR 2026/42, Civiele uitspraak Kleuter valt op hoofd tijdens gymles. Afwijzing aansprakelijkheid ouders klasgenootje.
Tijdens een gymles op school viel de 4-jarige A van de glijbaan. Zij had haar klasgenootje B gevraagd om een duwtje te geven. Door de val kwam A hard op haar hoofd terecht en liep zij ernstig letsel op, waaronder een schedelbreuk en een epidurale bloeding, waarvan zij nog steeds klachten ervaart. Namens A heeft haar moeder de rechtbank verzocht te verklaren dat de ouders van B op grond van artikel 6:169 lid 1 BW aansprakelijk zijn voor de schade van A, en dat hun aansprakelijkheidsverzekeraar Klaverblad verplicht is deze schade te vergoeden. Allereerst stelt de rechtbank vast dat het ongeval
VR 2026/41, Civiele uitspraak Aansprakelijkheid reisorganisatie voor schade van gebroken glazen douchewand in hotel.
Eiser X had met Corendon een pakketreisovereenkomst gesloten voor een reis naar Turkije. De pakketreis bestond onder andere uit een retourvlucht van Amsterdam naar Bodrum en een verblijf in het Palmwings Beach Hotel in Kusadasi. De pakketreis was voor vier personen en bedroeg in totaal € 4.087,00. Tijdens het verblijf in Kusadasi is de glazen schuifdeur van de douchecabine in de hotelkamer van de familie X gebroken. Naar aanleiding hiervan stelt X Corendon aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade die zij daardoor heeft geleden en nog zal lijden. Zij vordert onder meer een
VR 2026/40, Civiele uitspraak Val over transportdolly in supermarkt. Aansprakelijkheid supermarkt. Geen eigen schuld.
In september 2022 viel appellante X over een transportdolly die in het gangpad van een Albert Heijn to go (AH to go) stond. Zij heeft daarbij blijvend letsel aan haar voet opgelopen. De AH to go wordt geëxploiteerd door Albron op het terrein van Tilburg University. Albron erkende aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval, maar beriep zich op eigen schuld aan de zijde van X. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat Albron aansprakelijk was, maar dat sprake was van 25% eigen schuld aan de zijde van X. In de daaropvolgende bodemprocedure achtte de rechtbank zich aan dit
VR 2026/30 Aansprakelijkheid. Zzp-er werkzaam als onderaannemer aangevallen door bewoonster.
Verzoeker X is zelfstandig schilder en werkte als ZZP’er voor verweerster B bij een nieuwbouwproject. Na klachten over het schilderwerk kreeg hij opdracht tot herstelwerk bij een woning. Door miscommunicatie over de werkzaamheden en het tijdstip ontstond een conflict tussen X en de bewoners. De situatie escaleerde waarbij verweerder C hem fysiek aanviel. X liep lichamelijk en psychisch letsel op en heeft aangifte gedaan. Getuigen bevestigen het geweldsincident. In dit deelgeschil verzoekt X om hoofdelijke aansprakelijkheid van hen vast te stellen voor zijn schade als gevolg van de mishandeling
VR 2026/25 Verkeersongeval. Geremd voor overstekende hond. Verkeersnoodzaak?
Op 14 juli 2018 vond een verkeersongeval plaats op de A20. Daarbij botste een Renault Megane, bestuurd door Y en verzekerd bij Euro Insurances (vertegenwoordigd door AMS), met de rechtervoorzijde tegen de linkerachterzijde van een Kia Picanto. De Kia werd bestuurd door X en was verzekerd bij TVM. Het ongeval ontstond doordat de Kia, die op de linkerrijstrook reed, plotseling en krachtig afremde, waarna de achteropkomende Renault een aanrijding niet meer kon voorkomen. De rechtbank Den Haag oordeelde op 9 augustus 2023 dat TVM als WAM-verzekeraar aansprakelijk was voor de schade die uit het
VR 2026/24 Letselschade na val tijdens training hondencursus. Aansprakelijkheid bedrijf.
Op 4 februari 2020 vond een ongeval plaats tijdens een hondentraining in de trainingshal van De Bréborgh. Tijdens de training was een parcours met hindernissen uitgezet. Toen de hond van appellant (A) bij een tunnel weigerde verder te lopen en A een stap achteruit deed, kwam hij ten val op een natte plek en liep hij ernstig armletsel op. A stelt dat De Bréborgh haar zorgplicht had geschonden. De door De Bréborgh genomen maatregelen – het beschikbaar stellen van dweilmateriaal en instructies aan deelnemers – waren volgens hem onvoldoende en ook ontbraken er waarschuwingsborden. In het
VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.
X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware
VR 2026/07 Dwarslaesie opgelopen bij deelname aan hindernisbaan. Onrechtmatige gevaarzetting.
VR 2025/148 Aansprakelijkheid exploitant kermisattractie ‘Funhouse’ voor letsel kind.
Op 16 juni 2010 bezocht X (verzoekster) met haar dochter en 3-jarige zoon de kermis in Nijkerk. In de zogenaamde ‘fun-house’ genaamd New York New York ging het mis. Haar zoon viel en kwam met zijn hand klem te zitten tussen de band en de vloer. De band bleef draaien, waardoor hij brandwonden en een gekneusde hand opliep. Hij werd geopereerd en kreeg een huidtransplantatie. X stelt de eigenaresse van de attractie aansprakelijk voor de schade. Uit onderzoek van de NVWA bleek dat er meerdere ongevallen met kinderen waren geweest en dat de attractie niet voldeed aan veiligheidsvoorschriften. Er