telefoon

VR 2022/78 Hoe handhaaf je het verbod op handheld telefoongebruik in het verkeer?

Artikel
Afleiding is een risico in het verkeer en de mobiele telefoon en vooral ook de smartphone is een belangrijke bron van afleiding. Sinds 2002 is er in Nederland wetgeving die het handheld bedienen van een mobiele telefoon voor bestuurders van motorvoertuigen verbiedt; sinds 2019 geldt er een verbod op het vasthouden van mobiele telefoon of een ander mobiel elektronisch apparaat voor communicatie of informatieverwerking voor alle verkeersdeelnemers, dus ook voor fietsers. Het betrouwbaar en objectief vaststellen of er tijdens verkeersdeelname sprake is van handheld bedienen van een mobiele telefoon of een ander mobiel apparaat voor communicatie is echter niet eenvoudig. En daarmee is ook het handhaven van deze wet niet eenvoudig. SWOV heeft in 2020 geïnventariseerd welke handhavingsmethoden op dat moment in Nederland en elders gebruikt werden, wat de desbetreffende voor- en nadelen zijn en welke (technische) ontwikkelingen handhaving op termijn zouden kunnen vereenvoudigen. Deze bijdrage schetst de achtergrond en doet verslag van de belangrijkste bevindingen, waar mogelijk en nuttig aangevuld met recente ontwikkelingen.

VR 2022/65 Mobiele telefoon. Smartwatch. Vasthouden. Bewijs.

Jurisprudentie
De betrokkene betwist de waarneming van de verbalisant dat hij als bestuurder van een personenauto een mobiele telefoon in handen had. Hij voert onder meer aan dat hij op een smartwatch keek en de telefoon in de houder zat. Dit verweer is niet onderzocht. Mede gelet op de overige omstandigheden van het geval kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

VR 2022/35 Telefoon vasthouden. Fietser.

Jurisprudentie
Op basis van deze verklaring van de ambtenaar kan niet worden vastgesteld dat de betrokkene tijdens het fietsen een mobiel elektronisch apparaat vasthield. De verklaring van de ambtenaar dat hij zag dat de betrokkene met een mobiel aan het bellen was, geeft daaromtrent onvoldoende uitsluitsel, nu bellen ook mogelijk is zonder de telefoon, althans een elektronisch apparaat, vast te houden. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

VR 2022/06 Mobiel elektronisch apparaat. Mobiele telefoon. Vasthouden. Legaliteitsbeginsel.

Jurisprudentie
In dit geval - telefoon ligt op het bovenbeen - is geen sprake van een aan de bestuurder bevestigd hulpmiddel. Ten tijde van de constatering werd niet gebruik gemaakt van de telefoon. Bij bijvoorbeeld een zijwaartse beweging of plotseling remmen is er een gerede kans dat de telefoon valt. Dat kan een gevaarlijke situatie opleveren. Het los op een been of op de schoot laten liggen van een telefoon vormt dan ook een risico voor de verkeersveiligheid. Deze gevaarzetting is niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van ‘vasthouden’ in de zin van artikel 61a RVV 1990. Het gaat een redelijke

VR 2022/02 Mobiele telefoon. Vasthouden. Bewijs.

Jurisprudentie
Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”.De bestuurder hield het voertuig niet strak op de rijstrook, maar slingerde licht. Dit gaf de ambtenaar aanleiding om links naast de personenauto te gaan rijden om erin te kunnen kijken. Vanuit deze positie keek de ambtenaar in de personenauto en zag dat de bestuurder een geactiveerde mobiele telefoon in zijn rechterhand vasthield. Vervolgens is de bestuurder

VR 2021/159 Mobiel elektronisch apparaat vasthouden tijdens rijden. Gebruik?

Jurisprudentie
De stelling van de betrokkene dat hij niet al bellend aan het rijden was, kan hem niet baten, ook niet als zou blijken dat deze stelling juist is. De regelgever heeft namelijk het vasthouden van een mobiele telefoon strafbaar gesteld, zodat niet relevant is of de betrokkene heeft getelefoneerd. Om die reden waren de ambtenaren niet gehouden om in te gaan op het aanbod om de historische gegevens van de mobiele telefoon te controleren. Tot slot schrijft geen rechtsregel voor dat het bij de vaststelling dat een gedraging als deze is verricht, noodzakelijk is om bij de staandehouding vast te

VR 2021/158 Mobiele telefoon. Vasthouden?

Jurisprudentie
Hoewel het hof begrijpt dat met het oog op de verkeersveiligheid een sanctie voor het op schoot hebben van een telefoon tijdens het rijden gerechtvaardigd kan zijn, is het hof van oordeel dat artikel 61a van het RVV 1990 daarvoor geen grondslag biedt. Het op schoot of op het been hebben van een mobiele telefoon kan niet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van voornoemd artikel. Dat zou een zodanige extensieve interpretatie zijn dat dit de rechtsvormende taak van het hof te buiten gaat. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt wel dat de betrokkene in dit geval zodanig verkeersgedrag

VR 2021/138 Mogelijkheid tot staandehouding.

Jurisprudentie
Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”.De gemachtigde voert aan dat sprake was van langzaam rijdend verkeer en dat het daarom voor de ambtenaar mogelijk was om met een aantal collega’s staandehoudingen te verrichten. Dat hiermee volgens de gemachtigde wellicht de feitelijke mogelijkheid bestond om de bestuurder staande te houden, betekent naar oordeel van het hof echter niet zonder meer dat dit ook een reële mogelijkheid betrof. Uit de verklaringen van de ambtenaar volgt

VR 2021/122 Aanrijding auto en fiets; automobilist 100% aansprakelijk.

Jurisprudentie
In 2016 is een fietser (A) aangereden door een automobilist (B). Voorafgaand aan het ongeval fietste A op een fietspad naast een ventweg, B reed op de ventweg. B is bij het oversteken van het fietspad rechtsaf geslagen, terwijl A op de fiets van rechts kwam. B heeft A niet gezien en is tegen de linker zijkant van A gereden, waardoor A is gevallen. Een getuige (G) heeft 112 gebeld en A is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. G heeft aan de politie verklaard dat zij zag dat A voorafgaand aan het ongeval met haar telefoon "bezig was". Tussen partijen is niet in geschil dat de WAM