verkeersdelict

VR 2020/094 Hoger beroep in verkeerszaken

Artikel
VR 2020/094 Hoger beroep in verkeerszaken Resultaten van het instellen van hoger beroep door het OM 1) Mr. J.C.M. de Haas * * Junior juridisch medewerker Rechtbank Zeeland-West-Brabant. 1. Inleiding Te hard rijden, met een paar drankjes op achter het stuur gaan zitten en rijden zonder een rijbewijs. Het zijn enkele van de vele verkeersovertredingen die dagelijks worden begaan. Het lijken kleine vergrijpen, maar ze kunnen ernstige gevolgen hebben, met in het ergste geval een dodelijke afloop, groot verdriet voor nabestaanden en een geschokte maatschappij. Het blijft belangrijk om de plegers van

VR 2020/01 Verkeersveiligheid en verkeershandhaving

Artikel
VR2020-1_illu
VR 2020/1 Verkeersveiligheid en verkeershandhaving Wetgeving en beleid 2016-2019 Mr. A.H.J.M. Damen * * Officier van justitie bij het parket CVOM van het Openbaar Ministerie. Inleiding Het terrein van de verkeershandhaving is volop in beweging. Na de beide alcoholslot-uitspraken in 2015 van de Hoge Raad 1) en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 2) zijn er verschillende beleidsbrieven door de beide verkeersministers aan de Kamer geschreven, is er een regeerakkoord met een verkeersparagraaf en ligt een wetsvoorstel voor voor wijziging van de Wegenverkeerswet. In deze bijdrage

VR 2018/51 Verkeersongeval. Schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en
onoplettend handelen. Letsel. Strafmaat.

Jurisprudentie
De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto een bijzondere manoeuvre - keren - willen uitvoeren op een plaats waar dit verboden was. Door deze manoeuvre uit te voeren op een plaats waar deze verboden was, zonder goed uit te kijken of hij daarmee anderen niet in gevaar zou brengen, heeft verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld. Als gevolg van deze ernstige verkeersovertreding heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen.De ontzegging van de rijbevoegdheid wordt voorwaardelijk opgelegd omdat de verdachte zonder zijn rijbewijs zijn werk als

VR 2018/34 Bestraffing en strafbaarstelling van ernstige verkeersdelicten

Artikel
VR 2018/34 Bestraffing en strafbaarstelling van ernstige verkeersdelicten Mr. A. Postma & prof. mr. H.D. Wolswijk * * A. Postma is wetenschappelijk medewerker van het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad; H. D. Wolswijk is hoogleraar straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van Verkeersrecht. 1. Inleiding Over de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten bestaat veel maatschappelijke discussie. In de media is nogal eens het geluid te horen dat slachtoffers en nabestaanden de opgelegde straffen te laag vinden. Teleurstelling is er soms ook over de juridische

VR 2018/40 Verkeersongeval. Schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en
onoplettend handelen. Letsel. Strafmaat.

Jurisprudentie
Verdachte keerde een door hem bestuurde auto op een plaats waar dit verboden was. Door deze manoeuvre uit te voeren op een plaats waar dit verboden was, terwijl hij wist dat de bestuurder van een motorfiets hem naderde, en zonder voldoende uit te kijken of hij met zijn handelen anderen in gevaar zou brengen, heeft verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld. Daardoor heeft de bestuurder van de motorfiets zodanig lichamelijk letsel opgelopen dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Omdat het verkeersongeluk meer dan twee

VR 2018/39 Verkeersongeval. Schuld. Aanmerkelijk onoplettend rijden.
Zwaar lichamelijk letsel. Dood. Causaal verband. Wens nabestaanden.

Jurisprudentie
Verdachte verleende als bestuurder van een personenauto geen voorrang aan een op een tot een voorrangsweg behorend fietspad rijdende fietser. Deze liep daardoor zwaar lichamelijk letsel (diverse breuken) op. Twee dagen na het ongeval overleed het slachtoffer in het ziekenhuis aan een inwendige bloeding.Nu verdachte bekend was met de verkeerssituatie en wist dat het om een (gevaarlijke) kruising ging waar je niet vrij kan kijken, mocht van de verdachte als wegbestuurder worden verwacht dat hij extra oplettend was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte in onvoldoende mate heeft

VR 2017/097 Dood door schuld. Roekeloosheid.

Jurisprudentie
Verdachte is 's nachts met bijna vier keer het toegestane alcoholpromillage, met te hoge snelheid, zwalkend en zwabberend over de snelweg rijdend en daarbij andere auto’s links en rechts, en zelfs over de vluchtstrook rakelings inhalend, waarbij door de verdachte ook eenmaal bijna tegen de vangrail wordt gereden, over de snelweg gereden. Verdachte is uiteindelijk vermijdbaar en verwijtbaar achterop de auto van het slachtoffer gebotst met als uiteindelijke gevolg het overlijden van het slachtoffer. Het rijgedrag van de verdachte in combinatie met het als gevolg van alcoholgebruik niet in staat

VR 2016/175 Deelgeschil; verkeersaansprakelijkheid; eigen schuld.

Jurisprudentie
Verzoeker is, rijdend op een motor, in een 30 km/u-zone met een veel te hoge snelheid tegen een auto aangereden die uit een parkeervak kwam. Hij heeft de bestuurder van deze auto aansprakelijk gesteld op grond van overtreding van art. 54 RVV, dat bepaalt dat bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren het overige verkeer moeten laten voorgaan. De bestuurder heeft aangevoerd dat hij geen rekening hoefde te houden met de buitensporige snelheidsovertreding van verzoeker. De rechtbank overweegt dat iedere verkeersdeelnemer tot op zekere hoogte rekening dient te houden met fouten van andere

VR 2015/096 Bewuste roekeloosheid in het verkeersaansprakelijkheidsrecht

Artikel
VR 2015/96 Bewuste roekeloosheid in het verkeersaansprakelijkheidsrecht Mw. mr. drs. I. Haazen * * Docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht. Zij bedankt Carla Sieburgh, Piet-Hein van Kempen en Olav Haazen voor hun commentaar. 1. Inleiding In het civiele recht is een laedens slechts aansprakelijk indien door zijn onrechtmatig handelen of nalaten schade wordt veroorzaakt en dit gedrag aan hem kan worden toegerekend. Voor toerekenbaarheid is een zeer lichte vorm van schuld voldoende. Soms volstaat zelfs