Zoeken

181 resultaten gevonden

  1. VR 2019/44 Deelgeschil; cognitieve klachten; causaal verband.

    Jurisprudentie
    Verzoeker is als voetganger aangereden door een bij Achmea verzekerde automobilist. Uit de beschikbare medische informatie volgt dat sprake is van zgn. licht schedelhersenletsel. Om de gevolgen daarvan te bepalen c.q. de door verzoeker geuite (cognitieve) klachten te objectiveren, is onder meer een neuropsychologisch onderzoek verricht. De conclusie van dit onderzoek is enerzijds dat de testresultaten zeer laag zijn, maar anderzijds dat er discrepanties en inconsistenties zijn waardoor deze resultaten geen betrouwbaar beeld lijken te geven. Het centrale verzoek betreft een verklaring voor
  2. VR 2019/45 Deelgeschil; verkeersongeval; verrekening AOV met schadevergoeding?

    Jurisprudentie
    Op 5 oktober 2011 is verzoeker als fietser slachtoffer geworden van een verkeersongeval waarbij hij letsel heeft opgelopen. Hij was op dat moment werkzaam als ondernemer en had in dat verband een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. De arbeidsongeschiktheidsverzekeraar heeft uitkeringen gedaan in verband met de arbeidsongeschiktheid naar aanleiding van voornoemd ongeval. Reaal is als WAM-verzekeraar jegens verzoeker aansprakelijk voor de schade als gevolg van het ongeval. Dit deelgeschil stelt de vraag aan de orde of de uitkeringen uit de AOV moeten worden verrekend met de
  3. VR 2019/46 Deelgeschil; eigen schuld (toepassing 'gordelkorting').

    Jurisprudentie
    Verzoeker is op 16 juli 2016 als automobilist aangereden door een bij NN verzekerde auto. NN heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Dit deelgeschil gaat voornamelijk over drie geschilpunten: a) Moet er wegens het niet-dragen van de gordel een zgn. eigen-schuld-aftrek plaatsvinden?b) Zo ja: moet die aftrek dan ook worden toegepast op de kosten van het deelgeschil?c) Is sprake van verlies aan verdienvermogen? Met betrekking tot (a) stelt verzoeker dat niet vaststaat dat het niet-dragen van de gordel van invloed is geweest op de aard en omvang van het ontstane letsel; volgens hem is
  4. VR 2019/47 Deelgeschil; klachten zonder medisch objectiveerbare oorzaak; causaal verband.

    Jurisprudentie
    Verzoeker is als automobilist van opzij aangereden door een bij Achmea verzekerde auto. Achmea heeft aansprakelijkheid erkend. Direct na het ongeval had verzoeker diverse lichamelijke klachten. Na behandeling zijn deze verdwenen, met uitzondering van rugklachten. Ten aanzien van die klachten heeft een orthopedische expertise plaatsgevonden. De orthopedisch chirurg concludeert dat (1) geen sprake is van medisch objectiveerbare afwijkingen die een verklaring voor de rugklachten zouden kunnen vormen en dat (2) wél sprake is van een (geringe) pre-existente scoliose. In dit deelgeschil staat de
  5. VR 2019/5 Verkeersongeval; bestaan en omvang klachten; causaal verband;
    schadebegroting.

    Jurisprudentie
    Appellante exploiteerde samen met haar echtgenoot een restaurant. In 2005 is haar een ongeval overkomen, in verband waarmee de voor dat ongeval aansprakelijke WAM-verzekeraar in totaal ca. € 100.000,- aan schadevergoeding heeft betaald. In 2010 is appellante opnieuw een verkeersongeval overkomen, waarbij zij als automobilist van achteren is aangereden en zgn. whiplashklachten heeft opgelopen. Bovemij is als WAM-verzekeraar aansprakelijk voor de gevolgen van dit ongeval. Bovemij heeft in totaal € 113.000,- aan voorschotten betaald en vordert in conventie een verklaring voor recht dat zij niets
  6. VR 2019/52 Wet administratiefrechtelijke handhavingverkeersovertredingen. Appelverbod. Overzichtsarrest.

    Jurisprudentie
    Art. 14, eerste lid, van de Wahv dient aldus te worden verstaan dat hoger beroep mogelijk is indien na de beslissing van de kantonrechter een sanctie resteert die meer bedraagt dan € 70,-.Noch uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 14, tweede lid, WAHV, noch uit het in art. 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, kan worden afgeleid dat artikel 14, tweede lid, van de Wahv van overeenkomstige toepassing dient te worden geacht voor de situatie dat de kantonrechter op een andere grond dan
  7. VR 2019/53 Maximumsnelheid. Snelheidsmeting. Onbewaakte
    detectorsnelheidsmeter. Voertuig op naastgelegen rijstrook.

    Jurisprudentie
    Het hof acht niet aannemelijk dat in dit geval de snelheid is gemeten van de Fiat Panda op de naastgelegen rijstrook. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de deskundige heeft verklaard dat blijkens de gegevens onder de foto's van de gedraging het lussenpaar op rijstrook rechtdoor is geactiveerd. Vanaf links bekeken betreft dit de rijstrook waarop het voertuig van de betrokkene reed. Hieruit volgt dat de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden op de rijstrook waarop het voertuig van de betrokkene reed. Daarnaast kan de snelheidsmeting, gelet op de werking van de gebruikte apparatuur, geen
  8. VR 2019/54 Radarsnelheidscontrolemeter. Betrouwbaarheid. Nader
    onderzoek?

    Jurisprudentie
    Het gehanteerde meetinstrument is op basis van toetsing aan de daarvoor geldende wettelijke normen toegelaten, zodat in beginsel mag worden uitgegaan van de betrouwbare werking daarvan. Dit betekent niet dat wordt uitgegaan van feilloosheid van apparatuur. Er kunnen fouten optreden. Zulks kan, afhankelijk van de vraag welke standpunten daartoe worden aangevoerd, de rechter nopen tot nader onderzoek. Meting met dergelijke apparatuur kan een onjuist of onbetrouwbaar meetresultaat geven in het geval de bedienaar daarvan dit niet op de voorgeschreven wijze gebruikt. De door betrokkene geschetste
  9. VR 2019/55 Geslotenverklaring. Bevoegdheid verbalisant.

    Jurisprudentie
    Volgens de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar is de boa Openbare ruimte bevoegd om te handhaven op overtredingen van artikel 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het RVV 1990. Op 12 april 2011 is door het College van procureurs-generaal (brief met kenmerk Pag/B&S/15674) nadere invulling gegeven in het kader van gemeentelijke handhaving van de WVW. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is in relatie tot de openbare orde toegestaan.Gelet op bovengenoemde beleidsregels is de onderhavige boa louter bevoegd om in relatie tot de openbare orde op te treden ter
  10. VR 2019/56 Administratieve sanctie. Buitengewoon opsporingsambtenaar.Bevoegdheid. Digitale handhaving.

    Jurisprudentie
    Nog daargelaten de vraag of de boa op grond van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar überhaupt bevoegd was de sanctie op te leggen gelet op de restrictie dat alleen in relatie tot de openbare orde kan worden opgetreden, is de kantonrechter van oordeel dat niet aan de in bijlage L gestelde voorwaarden voor digitale handhaving is voldaan. Op de foto van de gedraging is het C bord namelijk niet zichtbaar, terwijl dit wel is vereist. Dit brengt mee dat de boa niet bevoegd was verbaliserend op te treden.
  11. VR 2019/57 Verkeersbesluit. Geslotenverklaring.

    Jurisprudentie
    Geslotenverklaring dijkwegen voor motoren in de weekenden en op feestdagen. Eiseressen hebben in beroep onder meer aangevoerd dat het bestreden besluit is gebaseerd op de belangen die zijn genoemd in artikel 2, eerste lid 1, onder a, b en c, van de WVW, maar dat niet is gebleken dat die belangen in het geding zijn en dat de maatregel van gesloten verklaren de doelen als geformuleerd in dat artikel dient. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt dit betoog. In het raadsvoorstel en het daaraan ten grondslag liggende evaluatierapport is geen steun te vinden voor het standpunt dat met het gesloten
  12. VR 2019/58 Administratieve sanctie. Maximumsnelheid. Bebording.Schouwrapport.

    Jurisprudentie
    De aanwezigheid van de bebording is cruciaal om de gedraging te kunnen vaststellen, omdat volgens de verbalisant sprake is van een snelheidsbeperking op een autosnelweg tot 100 km/h. Betrokkene heeft de plaatsing van de juiste bebording ook betwist. Een proces-verbaal of schouwrapport waaruit blijkt dat kort voor de vermeende gedraging een controle of schouw van de bebording ter plaatse heeft plaatsgevonden, zoals vereist volgens Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:3228, ontbreekt echter. Daaruit volgt dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is begaan.
  13. VR 2019/59 Schietpartij Alphen aan den Rijn; aansprakelijkheid
    toezichthouder; relativiteit; redelijke toerekening.

    Jurisprudentie
    Op zaterdag 9 april 2011 heeft X in en rond het winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn met vuurwapens op mensen geschoten, waarbij zes mensen zijn gedood en zestien mensen gewond zijn geraakt. X heeft daarna zelfmoord gepleegd. Appellanten zijn onder meer slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers. Deze procedure gaat over de vraag of de Politieregio, de instantie die X een wapenvergunning heeft verstrekt, aansprakelijk is voor de door X veroorzaakte schade. Daarbij komen drie elementen aan de orde: - Onrechtmatigheid (art. 6:162 BW);- Relativiteit (art. 6:163 BW);- Causaal
  14. VR 2019/6 Art. 185 WVW; beroep op overmacht slaagt.

    Jurisprudentie
    B reed als automobilist een bocht naar links in. Op datzelfde moment reden K en haar echtgenoot op de fiets op dezelfde weg. Zij naderden de bocht vanuit de tegenovergestelde richting. K fietste achter haar echtgenoot. Op het moment dat K de auto van B zag, heeft zij geremd en haar stuur naar rechts gedraaid. Zij is van haar fiets gevallen en op het asfalt terechtgekomen, naast de auto van B.Niet in geschil is dat art. 185 WVW van toepassing is en dat B aansprakelijk is, tenzij hij aannemelijk maakt dat sprake is van overmacht. Het beroep op overmacht slaagt. Op grond van
  15. VR 2019/60 Aansprakelijkheid na aanrijding tussen bierfiets en
    treinstel?

    Jurisprudentie
    Op 20 april 2015 is er door Partybike een bierfiets met een fust bier verhuurd aan het eerste elftal van een voetbalvereniging. Op die dag is de bierfiets op een bewaakte spoorwegovergang aangereden door een trein van NS Reizigers. Een speler van het voetbalelftal is daarbij om het leven gekomen. NS vordert op grond van onrechtmatige daad veroordeling van Partybike tot betaling van de kosten ten gevolge van de ontstane schade aan een treinstel van NS Reizigers.Volgens de rechtbank is de enkele omstandigheid dat Partybike een bierfiets verhuurt waarop alcohol gedronken kan worden niet zonder
  16. VR 2019/61 Verkeersongeval, juridische toerekenbaarheid.

    Jurisprudentie
    Eiser is op een motor in botsing gekomen met een door X bestuurde en bij Unigarant verzekerde auto. Eiser reed op een kruising rechtdoor; X kwam uit de tegenovergestelde richting, sloeg linksaf en verleende eiser daarbij geen voorrang. Unigarant stelt dat X weliswaar een verkeersfout heeft gemaakt, maar dat haar die niet kan worden toegerekend omdat eiser door zijn verkeersgedrag (rechts inhalen met een te hoge snelheid) pas zichtbaar werd voor X op het moment dat zij een aanrijding niet meer kon voorkomen. De Rechtbank acht het op basis van getuigenverklaringen en een rapport van
  17. VR 2019/65 Ritsen. Rechts inhalen.

    Jurisprudentie
    Het door de verbalisant bestuurde voertuig en het door de gemachtigde bestuurde voertuig reden op enig moment naast elkaar, het eerste voertuig op de linker rijstrook, het tweede op de rechter rijstrook, terwijl het verkeer van de linker rijstrook diende in te voegen op de rechter rijstrook. Het betreft een situatie waarin van de verschillende weggebruikers wordt verlangd rekening met elkaar te houden en de snelheid aan te passen ten einde het invoegen (ritsen) zo soepel mogelijk te laten plaatsvinden. Het verkeer op de linker rijstrook dient daarbij te anticiperen op het verdrijvingsvlak en
  18. VR 2019/67 Wegvak. Gelding verkeersteken. Kruising.

    Jurisprudentie
    Uit de toelichting op de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens (Besluit 28 juni 1991, Stcrt. 1991, 134) volgt dat een bord A1 van kracht is voor het wegvak waarlangs het is geplaatst. Blijkens voormelde Uitvoeringsvoorschriften luidt de definitie van het begrip wegvak: "gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of - indien geen zijweg aanwezig is - tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft". In een geval als het onderhavige houdt dat in dat het bord A1 van kracht blijft tot aan het begin van het volgende wegvak, derhalve tot na de kruising.
  19. VR 2019/68 Milieuzone. Bewijs.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “handelen ism geslotenverklaring voor mrvtgen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990 (milieuzone)”. Naar oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Uit het dossier en wat door de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal is aangevoerd ter zitting, is gebleken dat het voertuig bij het verlaten van de milieuzone zou zijn gefotografeerd. Het voertuig van de betrokkene is vanaf de voorkant gefotografeerd. Op de foto van de gedraging is

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!