Zoeken

275 resultaten gevonden

  1. VR 2019/20 Aanscherping van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ernstige verkeersdelicten

    Artikel
    VR 2019/20 Aanscherping van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ernstige verkeersdelicten Prof. mr. W.H. Vellinga * * Oud A-G bij de Hoge Raad, tevens oud-redacteur van Verkeersrecht. Bestraffing van verkeersdelicten kan bijzonder lastig zijn. Dat komt onder meer doordat bij verkeersongevallen de mate van schuld en de ernst van de gevolgen niet steeds gelijk op lopen. Soms leidt een enkele aanmerkelijke onoplettendheid tot dood of zwaar lichamelijk letsel 1) en pleegt de bestuurder een misdrijf (art. 6 WVW 1994), soms blijven zeer ernstige misdragingen in het verkeer zonder gevolgen en
  2. VR 2019/200 Schadeherstelrecht: de tijd is er rijp voor

    Artikel
    VR 2019/200 Schadeherstelrecht: de tijd is er rijp voor J. Dierx * * Bestuurder/mediator bij De Mediation Coöperatie en lid van de commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Inleiding In dit artikel wordt betoogd dat toepassing van herstelrecht en mediation in de Nederlandse letsel- en overlijdensschadepraktijk wordt onderbenut. Restorative Justice (herstelrecht) is een theorie over recht-doen door het herstellen van schade, veroorzaakt door strafbaar gesteld of onrechtmatig gedrag. Dit wordt het best bereikt door vormen van samenwerking tussen alle belanghebbenden (deze omschrijving is
  3. VR 2019/201 'Roekeloze rijders' en rare wetgeving

    Column
    VR 2019/201 ‘Roekeloze rijders’ en rare wetgeving Al enige tijd geniet de figuur van de ‘verkeershufter’ verhoogde aandacht van de zijde van politie en justitie. Personen die zich structureel niets aan elementaire verkeersregels gelegen laten liggen, zouden streng moeten worden aangepakt. Om dit mogelijk te maken, is al meermalen gezegd dat in de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften een soort recidiveregeling zou moeten worden opgenomen. Dat houdt in dat het herhaaldelijk plegen van meerdere verkeersovertredingen in een kortere periode, meestal gaat het over
  4. VR 2019/202 Dood door schuld. Bestuurder van politieauto. Optische en geluidssignalen.

    Jurisprudentie
    De verdachte is, terwijl het verkeerslicht in zijn richting rood licht uitstraalde, met de door hem bestuurde politieauto over de busbaan een grote kruising opgereden met een snelheid van ten minste 90 km/u, waarbij alleen al de remweg even lang was als de gehele kruising, en is in botsing is gekomen met het slachtoffer dat van rechts op een snorfiets aankwam. Zodanig verkeersgedrag kan in beginsel de gevolgtrekking dragen dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden en dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte als bedoeld in art. 6 WVW 1994 is te wijten.Dat kan in
  5. VR 2019/203 Uitstel onherroepelijk worden uitspraak.

    Jurisprudentie
    In zijn arrest van 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2002, heeft de Hoge Raad overwogen dat onder 'grieven' als bedoeld in art. 410, eerste lid, Sv zowel bezwaren direct gericht tegen het oordeel van de rechter in eerste aanleg als andersoortige gronden voor het instellen van het beroep kunnen vallen. Dit geldt ook voor de in art. 416, eerste en tweede lid, Sv genoemde mondelinge 'bezwaren tegen het vonnis'. Als het indienen van een 'grief' of het opgeven van een 'bezwaar' in de hiervoor bedoelde zin kan echter niet worden aangemerkt de enkele omstandigheid dat namens de verdachte is aangevoerd
  6. VR 2019/204 Benadeelde partij. Proceskosten. (Voorwaardelijke) toevoeging.

    Jurisprudentie
    Door een benadeelde partij gemaakte kosten voor rechtsbijstand zijn - anders dan door de benadeelde partij gevorderde vermogensschade als bedoeld in art. 51a Sv en art. 6:96 BW - te rekenen tot de proceskosten waaromtrent de rechter ingevolge art. 592a Sv in de daar bedoelde gevallen een afzonderlijke beslissing dient te geven, die ingevolge art. 361, zesde lid, Sv in de uitspraak dient te worden opgenomen (vgl. HR 18 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1786).Een redelijke uitleg van art. 592a Sv brengt mee dat bij de begroting van de daar bedoelde kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in
  7. VR 2019/205 Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs. Datum van ingang. Bekendmaking.

    Jurisprudentie
    Art. 132, vierde lid, WVW 1994 bepaalt dat de ongeldigverklaring van kracht is met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van het rijbewijs is bekendgemaakt. Van enige vorm van bekendmaking van het besluit aan de verdachte geven de gebezigde bewijsmiddelen echter geen blijk. Derhalve kan in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen niet worden vastgesteld dat het rijbewijs van de verdachte op 3 juni 2014 ongeldig was verklaard, zodat evenmin uit deze bewijsmiddelen kan volgen dat de verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs
  8. VR 2019/206 Rijden onder invloed. Drugs. Strafmaat.

    Jurisprudentie
    Met betrekking tot de straftoemeting ter zake van het rijden onder invloed van cocaïne in een geval als het onderhavige, waarin louter sprake is van de constatering dat de grenswaarde van die stof, genoemd in artikel 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer is overschreden, acht het hof als uitgangspunt een geldboete van € 850,-, subsidiair 17 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden passend en geboden. In strafmatigende zin houdt het hof rekening met de omstandigheid dat het rijbewijs van de verdachte
  9. VR 2019/207 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Hoge mate van schuld maar geen roekeloosheid. Rijden onder invloed.

    Jurisprudentie
    Door verdachte is een zeer gevaarlijke inhaalmanoeuvre verricht, waarbij hij twee voor hem rijdende auto’s heeft ingehaald en vervolgens een middengeleider met een voetgangersoversteekplaats links heeft gepasseerd, omdat er onvoldoende uitwijkruimte was om terug te gaan naar de rechter rijbaan. De verdachte is daarna over een afstand van ongeveer 90 meter tot de plaats van het ongeval gedeeltelijk links blijven rijden en zelfs gaan accelereren, terwijl hij een onoverzichtelijke bocht met een voetgangersoversteekplaats naderde. Voorafgaand en tijdens deze onverantwoorde inhaalactie heeft
  10. VR 2019/208 Dood door schuld. Geen roekeloosheid.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft met de door hem bestuurde personenauto met zeer hoge snelheid - 167 km/u waar 50 km/u was toegestaan - en onder invloed van alcohol gereden en is daarbij gebotst op een auto die vanuit een uitrit de weg opreed. De bestuurster van deze auto kwam hierbij om het leven. Dit rijgedrag moet worden aangemerkt als zeer onvoorzichtig, maar kan niet worden beschouwd als roekeloos in de zin van artikel 175, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachtes zoon reed met eveneens zeer hoge snelheid achter de verdachte aan maar er is geen bewijs voor een snelheidswedstrijd.
  11. VR 2019/209 Dood door schuld? Medeplegen? Gevaarzetting.

    Jurisprudentie
    Verdachtes vader heeft met de door hem bestuurde personenauto met zeer hoge snelheid - 167 km/u waar 50 km/u was toegestaan - en onder invloed van alcohol gereden en is daarbij gebotst op een auto die vanuit een uitrit de weg opreed. De bestuurster van deze auto kwam hierbij om het leven. Verdachte reed met eveneens zeer hoge snelheid achter zijn vader aan. Hij bracht zijn auto tijdig tot stilstand. Geen bewijs voor medeplegen van dood door schuld, wel voor het in gevaar brengen van de veiligheid van het verkeer op de weg.
  12. VR 2019/21 Aanmerkelijke schuld. Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Black-out. Verontschuldigbare onmacht.

    Jurisprudentie
    Verdachte is op 3 juli 2012 te Helvoirt met de door hem bestuurde auto tegen het - aan de rechterkant van de rijbaan fietsende - slachtoffer aangereden, waardoor deze op de motorkap van de auto van verdachte terecht is gekomen en daarna aan de linkerkant van de rijbaan is beland. Het slachtoffer heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen.Hof: Zodanig verkeersgedrag kan in beginsel de gevolgtrekking dragen dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en/of oplettend (de Hoge Raad begrijpt: onoplettend) heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte, als bedoeld
  13. VR 2019/210 Ongeval zetbank: onrechtmatigheid en beroep verzekeraar op uitsluiting dekking in algemene voorwaarden.

    Jurisprudentie
    In de zomer van 2013 heeft appellant als zzp-er in opdracht van geïntimeerde in hoofdzaak (appellant in de vrijwaringszaak) schilderwerkzaamheden verricht aan het pand van geïntimeerde in de hoofdzaak (appellant in de vrijwaringszaak). Tijdens het verplaatsen van een zware zetbank met behulp van een heftruck en palletwagen valt de zetbank van de lepels van de heftruck en komt op appellant terecht die letselschade oploopt. In de hoofdzaak heeft appellant bij dagvaarding van 31 augustus 2015 geïntimeerde in de hoofdzaak aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. Aan deze vordering
  14. VR 2019/211 Bewijsopdracht omtrent toedracht ongeval.

    Jurisprudentie
    De door de echtgenoot van appellante bestuurde auto is van achter aangereden door de verzekerde van geïntimeerde. In beide uitspraken staat de vraag centraal of de verzekerde van geïntimeerde onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van art. 6:162 BW jegens appellante als eigenaar van de auto. Het hof stelt in zijn tussenuitspraak art. 150 Rv als hoofdregel voorop. Volgens vaste rechtspraak biedt het enkele feit dat de achterste auto op de voorste auto is gebotst onvoldoende basis om de bestuurder van de voorste auto geslaagd te achten in het bewijs dat de bestuurder van de achterste auto een
  15. VR 2019/212 Ongeval op rolband in parkeergarage; aansprakelijkheid gemeente afgewezen.

    Jurisprudentie
    Op 23 mei 2016 is verzoekster een ongeval overkomen op een hellende rolband in een parkeergarage. Als gevolg van dit ongeval heeft zij een breuk in haar scheen- en kuitbeen opgelopen. Verzoekster verzoekt te bepalen dat de gemeente aansprakelijk is voor de door haar geleden materiële en immateriële schade, primair op grond van art. 6:174 BW en subsidiair op grond van art. 6:162 BW. De rechtbank onderzoekt of de rolband in de gegeven omstandigheden aan de veiligheidseisen voldeed en of de gemeente in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs meer veiligheidsmaatregelen had moeten nemen
  16. VR 2019/213 Toedracht incident onduidelijk; deelgeschilprocedure niet bedoeld voor voorleggen volledig geschil; verzoek onterecht en onnodig; geen kostenbegroting.

    Jurisprudentie
    Verzoekers hebben in 2016 het evenement '4x4 Beach' op het strand van Katwijk aan Zee bezocht. Dit evenement wordt georganiseerd door vrijwilligers en staat in het teken van het rijden met terreinwagens. Tijdens dit evenement hebben verzoekers meegereden in de rallyvrachtwagen van A, die gratis offroad ritjes aanbood op het hiertoe beschikbaar gestelde parcours op het strand. Tijdens het rijden heeft verzoeker 2 zich beklaagd over pijn in zijn rug. Hij is afgevoerd in een ambulance. In het ziekenhuis is geconstateerd dat hij een gebroken borstwervel had. Verzoeker 1 heeft na het voorval haar
  17. VR 2019/214 Letselschade; voorschot op schadevergoeding afgewezen; reeds voldoende voorschot betaald.

    Jurisprudentie
    In 2011 heeft eiser een verkeersongeval gehad. Terwijl hij met zijn auto stilstond om verkeer op een voorrangsweg voorrang te verlenen, is hij door een verzekerde van Univé aan de achterzijde van zijn auto aangereden. Na het ongeval heeft eiser nekklachten ervaren en in 2013 is bij hem een nekhernia vastgesteld. Univé heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. In kort geding vordert eiser dat de voorzieningenrechter Univé veroordeelt tot betaling van een voorschot op de door hem geleden schade van € 12.000,-. De voorzieningenrechter stelt vast dat Univé vóór de diagnose nekhernia € 11
  18. VR 2019/22 Schuld in de zin van art. 4, eerste lid, van de Landsverordening Wegverkeer Aruba. Epileptische aanval. Geen verontschuldigbare onmacht.

    Jurisprudentie
    De verdachte is met de door haar bestuurde auto op de linker weghelft gekomen en daar blijven rijden terwijl haar andere auto's tegemoet kwamen. Zij is op één van die auto’s gebotst waardoor een inzittende van die auto is gedood.Art. 4, eerste lid, van de Landsverordening Wegverkeer Aruba komt in de kern overeen met art. 6 Wegenverkeerswet 1994.De verdachte heeft onder meer verklaard dat zij er, ondanks de onvoorspelbaarheid en ernst van de epileptische aanvallen, voor gekozen heeft haar ziekte niet door middel van medicatie zoveel mogelijk onder controle te houden. Door met deze wetenschap en
  19. VR 2019/23 Rijden onder invloed. Grondslag van de tenlastelegging.
    Specialis?

    Jurisprudentie
    Het hof heeft blijkens de bewezenverklaring de tenlastelegging aldus verstaan dat daarin aan de verdachte onder meer wordt verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig na het in art. 8, tweede lid aanhef en onder a, WVW 1994 bedoelde gebruik van alcoholhoudende drank. Deze - aan de feitenrechter voorbehouden - uitleg van de tenlastelegging is niet onverenigbaar met de bewoordingen ervan en moet in cassatie worden geëerbiedigd. Van die uitleg uitgaande heeft het hof bij de bewezenverklaring de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten.
  20. VR 2019/24 Dood door schuld. Medeplegen. Straatrace. Geen roekeloosheid.

    Jurisprudentie
    Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op (de pleegdatum) te (pleegplaats) tezamen en in vereniging met een ander, namelijk medeverdachte, hierna: M, als bestuurder van een motorrijtuig (auto van het merk Volkswagen) daarmede rijdende over de weg, de Generaal Spoorlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, namelijk doordat hij zeer onvoorzichtig en onoplettend, samen met zijn medeverdachte (bestuurder van een auto van het merk Peugeot), in strijd met het bepaalde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet tijdens een

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!