deelgeschil

VR 2019/197 Deelgeschil; kop-staart-botsing; causaal verband; frauderegistratie.

Jurisprudentie
Verzoeker is in zijn Renault aangereden door een bij Allianz verzekerde Mercedes. De politie heeft over het ongeval opgenomen dat (1) de Renault uitsluitend al bestaande schade leek te hebben en dat (2) de bijrijder van verzoeker verklaarde dat verzoeker al eerder rug- en nekklachten had. Allianz heeft daarop aangegeven geen schade te zullen vergoeden en heeft verzoeker op verdenking van fraude opgenomen in een intern registratiesysteem. De rechtbank concludeert dat Allianz, alle twijfels over het causaal verband daargelaten, aansprakelijk is jegens verzoeker. Wel moet er nog verder onderzoek

VR 2019/196 Aanrijding op kruising; aansprakelijkheid voorrangsgerechtigde afgewezen.

Jurisprudentie
In 2016 heeft een aanrijding op een kruising buiten de bebouwde kom plaatsgevonden tussen de door verzoekster bestuurde personenauto en de door verweerder bestuurde bedrijfswagen. Vast staat dat verzoekster geen voorrang heeft verleend aan verweerder, terwijl zij hiertoe wel verplicht was. Verzoekster verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat verweerder en Univé (in haar hoedanigheid van WAM-verzekeraar van verweerder) aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval en gehouden zijn ten minste 50% te vergoeden van de door verzoekster geleden en te lijden schade. De rechtbank stelt

VR 2019/186 Procesrecht; deelgeschilbeschikking; kostenveroordeling; hoger beroep; tussenuitspraak; niet-ontvankelijk in cassatie.

Jurisprudentie
A is als bromfietser een aanrijding overkomen met een bestelwagen. C is de aansprakelijkheidsverzekeraar van de bestuurder (B) van de bestelwagen. In een deelgeschilprocedure heeft de rechtbank voor recht verklaard dat B en C aansprakelijk zijn voor de schade die A door het ongeval heeft geleden en heeft B en C veroordeeld in de kosten van het deelgeschil (art. 1019aa lid 1 Rv jo. 6:96 lid 2 BWW). In deze bodemprocedure hebben B en C een verklaring voor recht gevorderd dat zij niet aansprakelijk zijn voor de schade van A en zij hebben verlof gevorderd om tussentijds hoger beroep in te stellen

VR 2019/139 Deelgeschil; volstrekt onnodig en onterecht aanhangig
gemaakte procedure.

Jurisprudentie
Verzoeker is op 28 september 2013, rijdend op een motor, aangereden door een personenauto die werd bestuurd door een bij Allianz verzekerde bestuurder. Allianz heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Naar aanleiding van het ongeval zijn een vijftal expertises verricht, waarbij partijen steeds overeenstemming hebben bereikt over de te benoemen deskundige(n). Het verzoek strekt er in de kern toe dat Allianz wordt veroordeeld tot betaling van de schade zoals die is vastgesteld in de (als laatst verrichte) rekenkundige expertise. Het verzoek wordt afgewezen. Anders dan verzoeker doet

VR 2019/111 Deelgeschil; letsel na duik in ondiep water; onvoldoende
gewaarschuwd.

Jurisprudentie
Het Meerschap is de beheerder van een merengebied ten zuiden van de stad Groningen. Een onderdeel van dit gebied is de Hoornseplas - een op zomerse dagen drukbezocht recreatiegebied - en het Hoornsemeer. De Hoornseplas en het Hoornsemeeer zijn van elkaar gescheiden door een kunstmatige dam (de Nijdam), met daarop onder meer een voetpad. Op de toegangswegen naar het merengebied heeft het Meerschap borden laten plaatsen waarop staat dat het verboden is om in de Hoornseplas te duiken en waarop de diepte van het water staat vermeld. Bovendien zijn in de Hoornseplas drijflijnen aangebracht, waarmee

VR 2019/109 Verkeersongeval; whiplash; geen causaal verband.

Jurisprudentie
In 2013 is verzoekster betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Zij reed in haar auto op de A10 toen zij van achteren door een ander voertuig werd aangereden. Het andere voertuig was voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Allianz. Allianz heeft aansprakelijkheid voor de toedracht van het ongeval erkend. Uit de rapporten van een neuroloog en van een neuropsycholoog uit 2017 blijkt dat de vrouw nekklachten, spierspanningen, hoofd(pijn)klachten, vermoeidheidsklachten en cognitieve klachten heeft. Verzoekster verzoekt dat de rechtbank voor recht verklaart dat voornoemde klachten aan het

VR 2019/46 Deelgeschil; eigen schuld (toepassing 'gordelkorting').

Jurisprudentie
Verzoeker is op 16 juli 2016 als automobilist aangereden door een bij NN verzekerde auto. NN heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Dit deelgeschil gaat voornamelijk over drie geschilpunten: a) Moet er wegens het niet-dragen van de gordel een zgn. eigen-schuld-aftrek plaatsvinden?b) Zo ja: moet die aftrek dan ook worden toegepast op de kosten van het deelgeschil?c) Is sprake van verlies aan verdienvermogen? Met betrekking tot (a) stelt verzoeker dat niet vaststaat dat het niet-dragen van de gordel van invloed is geweest op de aard en omvang van het ontstane letsel; volgens hem is

VR 2019/43 Aanrijding tussen (zit)grasmaaier en personenauto; toedracht ongeval onduidelijk.

Jurisprudentie
Op 21 juni 2014 reed A met haar personenauto over een circa 4 meter brede weg die is gelegen in het buitengebied. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 50 km per uur. Verzoeker maaide op dat moment een strook voor zijn woning gelegen gras met een (zit)grasmaaimachine. Op enig moment heeft verzoeker met de grasmaaier een manoeuvre gemaakt waarbij hij geheel of ten dele over de weg heeft gereden. Beide voertuigen zijn met elkaar in botsing gekomen. Vanwege het ongeval zijn de rechter voorzijde van de personenauto en de linker achterzijde van de grasmaaier beschadigd geraakt. Verzoeker heeft

VR 2018/165 Deelgeschil; internationale verkeersaansprakelijkheid; eigen
schuld.

Jurisprudentie
Verzoeker is eigenaar van een garagebedrijf voor motoren. Op 22 april 2015 is hij tijdens een proefrit met een motor van een klant in botsing gekomen met een door Y bestuurde auto met aanhangwagen. Volgens verzoeker was de toedracht als volgt: - hij wilde uit een uitrit linksaf de weg oprijden en zag ca. 60-70 meter links van hem de door Y bestuurde auto met aanhangwagen stilstaan op de (voor verzoeker) linker rijbaan;- hij is daarop de weg opgereden en heeft tijdens het optrekken naar de tellers van zijn motor gekeken;- zodra hij opkeek, zag hij plotseling de auto met aanhanger keren en

VR 2018/153 Deelgeschil; val trappenhuis; zorgplicht werkgever.

Jurisprudentie
Verzoekster overkwam een ongeval toen zij via het trappenhuis van de 17e naar de 16e etage liep voor een overleg met collega's. Zij was op dat moment in loondienst van financieel dienstverlener Robidus die ten tijde van het ongeval de 16e en 17e etage van het kantoorpand huurde. Verzoekster is door de val met haar hoofd tegen een betonnen muur geslagen en heeft hierdoor hersenletsel opgelopen. Partijen twisten over de vraag of de zorgplicht van de werkgever (Robidus) zich uitstrekt tot de trap en het trappenhuis in het kantoorpand. De kantonrechter overweegt dat de centrale toegang van het