deelgeschil

VR 2017/77 Begroting smartengeld; gebondenheid bodemrechter aan
beslissing deelgeschil.

Jurisprudentie
X is op 24 november 2011 als voetganger op een zebrapad aangereden door een automobilist. Hij heeft daarbij zeer ernstig (hersen)letsel opgelopen, als gevolg waarvan hij op 8 maart 2012 is overleden. Univé heeft als WAM-verzekeraar van de automobilist volledige aansprakelijkheid erkend. In een deelgeschil tussen de echtgenote van X en Univé heeft de Rechtbank Overijssel een smartengeld van € 125.000,- billijk geacht en Univé veroordeeld tot betaling daarvan. Univé heeft daarop deze bodemprocedure gestart en vordert een verklaring voor recht dat het smartengeld moet worden begroot op € 25.000,-

VR 2017/60 Deelgeschil, terugkomen op een eerdere beslissing.

Jurisprudentie
De rechtbank komt terug op een tussenbeslissing (ECLI:NL:RBMNE:2016:4610). Verzoeker is ten val gekomen bij het instappen in een door A bestuurde personenauto. A heeft bij Vivat zowel een WAM-verzekering als een Schadeverzekering Inzittenden (SVI) afgesloten. Vivat heeft aangeboden 50% van de schade te vergoeden. Verzoeker heeft een deelgeschil aanhangig gemaakt. Hij stelt primair dat A aansprakelijk is, omdat hij gevaarzettend heeft gehandeld door op te trekken terwijl hij wist dat verzoeker nog niet volledig in de auto zat. Daarnaast beroept verzoeker zich eveneens op dekking van de SVI. De

VR 2017/50 Deelgeschil; aanrijding voetganger door fietser; overmacht.

Jurisprudentie
Verweerder fietste op een recht fietspad. Verzoekster kwam vanachter een grote staande bloembak en stak het fietspad over. Zij werd daarbij aangereden door verweerder, kwam ten val en liep letsel op. Nationale Nederlanden weigert aansprakelijkheid te erkennen. Verzoekster verzoekt in deze procedure een alsnog daartoe strekkende verklaring voor recht. Zij stelt dat verweerder aansprakelijk is wegens overtreden van art. 5 WVW (verbod een gevaarlijke situatie te veroorzaken) en/of art. 19 RVV (een bestuurder moet zijn voertuig tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan

VR 2017/47 Verkeersongeval; terugkomen van eindbeslissing deelgeschil;eigen schuld.

Jurisprudentie
X reed op een bromfiets op de rechterzijde van de weg. Hij schrok van Y in een taxi (verzekerd bij Aegon) die vooruit rijdend uit een parkeervak kwam aan de linkerzijde van de weg, remde abrupt en kwam ten val. Er is geen contact tussen de voertuigen geweest. Y heeft na het ongeval bij de politie verklaard dat hij al enige tijd stilstond op de linkerzijde van de weg, omdat hij X zag aankomen. Hij zag dat X kennelijk schrok en ten val kwam. Een deel van de getuigen volgt deze verklaring, een ander deel (vrienden van X) verklaren dat Y plotseling en hard uit het parkeervak kwam rijden. In een

VR 2016/167 Naschrift Wesselink

Artikel
VR 2016/167 Naschrift Wesselink Het schrijven van een artikel over een proefschrift heeft tot nadeel dat je je moet beperken. Gelukkig bieden de reacties op mijn artikel de mogelijkheid om wat meer uit te wijden over enkele van mijn aanbevelingen die ik in mijn artikel buiten beschouwing heb gelaten. Ik maak dan ook graag van de gelegenheid gebruik kort te reageren. Alvorens dat te doen, wil ik eerst verduidelijken hoe ik tot de conclusie ben gekomen dat in het onderhandelingsveld over personenschade sprake is van een onevenwichtige machtsverhouding ten nadele van de benadeelde. Dat is van

VR 2016/166 Zuinig zijn op de deelgeschilprocedure

Artikel
VR 2016/166 Zuinig zijn op de deelgeschilprocedure Mr. Jaap Sap* * Lid van het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao, St. Maarten en van Bonaire, St. Eustatius en Saba. Tevens redacteur van dit blad. In het hoofdartikel van dit nummer geeft mr. Wesselink een mooi overzicht van de werking van de deelgeschilprocedure. Haar overall conclusie is dat deze procedure iets toevoegt aan het bestaande arsenaal aan procedures en ook effectief is als het gaat om de finale geschilbeslechting. Die conclusie deel ik in grote lijnen. Ik veroorloof mij (mede gezien de beperkte ruimte die thans wordt geboden

VR 2016/165 'De deelgeschilprocedure werkt'. Enige signaleringen vanuit het perspectief van de aansprakelijk gestelde partij

Artikel
VR 2016/165 ‘De deelgeschilprocedure werkt’ Enige signaleringen vanuit het perspectief van de aansprakelijk gestelde partij Mr. Veneta Oskam * * Advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De titel ‘De deelgeschilprocedure werkt’ impliceert dat door alle betrokkenen in het letselschadetraject de deelgeschilprocedure als positief en effectief wordt ervaren. Het is als advocaat van de aansprakelijk gehouden partijen en de betrokken verzekeraars mijn ervaring dat deze stelling vaak, maar niet altijd instemmend zal worden beantwoord. Naast alle positieve effecten die door mr. Wesselink in

VR 2016/164 Reactie uit de slachtofferpraktijk: de kosten

Artikel
VR 2016/164 Reactie uit de slachtofferpraktijk: de kosten Mr. Geertruid van Wassenaer * * Advocaat bij Van Wassenaer Wytema Letselschade-advocaten & Mediation te Haarlem, tevens redacteur van dit blad. De invoering van de Deelgeschillenprocedure heeft de slachtofferpraktijk veel goeds gebracht. Door de invoering van de mogelijkheid een bepaald geschil tussen een slachtoffer en een aansprakelijke partij tussentijds door de rechter te laten toetsen, hoeft een slachtoffer zich een voor hem of haar ongunstig standpunt van de verzekeraar niet meer te laten welgevallen, louter en alleen uit

VR 2016/163 De deelgeschilprocedure werkt: tijd voor uitbreiding?!

Artikel
VR 2016/163 De deelgeschilprocedure werkt: tijd voor uitbreiding?! Mr. dr. M. Wesselink* * Programmamanager bij de Academie voor Wetgeving en de Academie voor overheidsjuristen. Inleiding Kan een gerechtelijke procedure de buitengerechtelijke onderhandelingen over personenschade faciliteren? 1) Die vraag rees bij de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade die op 1 juli 2010 in werking trad. 2) Een rechter kan uiteraard een oordeel vellen, maar leidt dat ook ertoe dat partijen de onderhandelingen zelf verder minnelijk kunnen afronden? Een procedure kan immers tot polarisatie

VR 2016/180 Deelgeschil, buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie
In 2011 is Y op de fiets aangereden door een tegenligger op een bromfiets. De dochter van Y, in een kidcar achter de fiets, is daarbij gewond geraakt. Begroting van haar schade kan pas plaatsvinden wanneer zij is volgroeid, op zijn vroegst in 2023. Y is bevoegd een directe actie in te stellen jegens Univé, de verzekeraar van de tegenligger. Univé heeft direct aansprakelijkheid erkend. Univé heeft geweigerd tussentijds de buitengerechtelijke kosten te vergoeden omdat sprake zou zijn van een wanverhouding tussen de hoofdsom en de advocaatkosten, waarop Y een deelgeschil aanhangig heeft gemaakt