deelgeschil

VR 2018/148 Deelgeschil. Val door verrot houten dak; aansprakelijkheid
boedel; eigen schuld.

Jurisprudentie
Verzoekster verrichtte werkzaamheden op het dak van een garage/schuur/overkapping van haar vader. Zij kwam daarbij ten val en viel door een door verrotting zwak geworden deel van het dak heen. Zij spreekt haar twee zussen aan in hun hoedanigheid van (mede-)erfgenamen van haar inmiddels overleden vader. Zij stelt dat haar vader aansprakelijk was op grond van art. 6:174 BW, omdat het dak gebrekkig was. De rechtbank oordeelt dat het dak gebrekkig was en dat de vader van de vrouw aansprakelijk is. Van een dak mag in beginsel worden verwacht dat het voldoende stevig is om het gewicht van een

VR 2018/137 Deelgeschil; valpartij racefietser; sport en spel;
ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Jurisprudentie
Deelgeschil letselschade. Twee valpartijen van racefietser tijdens recreatieve tocht: eerst wordt verzoeker door een van zijn twee fietsmaten (verweerder 1) rechts ingehaald en daarbij met een schouder aangeraakt waarna hij valt, daarna wordt hij door zijn andere fietsmaat (verweerder 3) bemoedigend op de schouder aangeraakt waarna hij van het fietspad afraakt en ten val komt, met ernstig schouderletsel tot gevolg. De Rechtbank oordeelt dat de fietsmaten niet aansprakelijk zijn en overweegt daarbij als volgt: Ten aanzien van de eerste valpartij: de drie fietsers reden op de openbare weg, waar

VR 2018/136 Deelgeschil; ongeval op bouwplaats, geen aansprakelijkheid
opdrachtgever.

Jurisprudentie
Verzoeker was in opdracht van Vink Systemen aan het werk op een bouwplaats toen hij in een vloersparing is gevallen. Hij heeft daarbij onder meer een heupfractuur opgelopen. De vloersparing kon worden afgesloten met een mandragende houten plaat. De plaat had vastgezeten met spijkerpluggen, maar bleek voor het ongeval (kennelijk: met geweld) te zijn verwijderd. Het is onbekend gebleven wie de plaat heeft verwijderd. Vink Systemen heeft geweigerd aansprakelijkheid te erkennen. In dit deelgeschil vordert verzoeker alsnog een daartoe strekkende verklaring voor recht. De deelgeschilrechter stelt

VR 2018/114 Deelgeschil; eenzijdig verkeersongeval; bewijsrecht.

Jurisprudentie
Verzoeker was ten tijde van het ongeval in 2012 16 jaar. Hij zat in de auto bij vriendin A, een 24-jarige vrouw. Er bestaat onduidelijkheid over hun precieze relatie; volgens verzoeker vond A hem leuk, maar had hij haar zojuist verteld dat hij het contact wilde verbreken. De auto is in een slip geraakt en meerdere malen over de kop geslagen. A is daarbij overleden. Verzoeker heeft tegenover de politie onder meer verklaard dat A zich niet goed voelde en vreemde slingerbewegingen begon te maken, waarop hij het stuur zou hebben gegrepen in een poging de auto recht te houden. Uit de in opdracht

VR 2018/113 Deelgeschil. Aanrijding bij inhalen/afslaan; eigen schuld.

Jurisprudentie
A reed in zijn auto over een weg binnen de bebouwde kom. Hij heeft snelheid geminderd en is vervolgens afgeslagen. Daarbij is hij in botsing gekomen met verzoeker, die op een motor bezig was A en de auto's achter A (die eveneens snelheid hadden geminderd) in te halen. De rechtbank is met verzoeker van mening dat hij zich ten tijde van de manoeuvre van A (afslaan) al zodanig dicht achter A bevond dat deze hem had moeten laten voorgaan. Door dit niet te doen heeft A art. 18 RVV geschonden en is hij aansprakelijk jegens verzoeker. Niet is komen vast te staan dat verzoeker voor A nog niet te

VR 2018/97 Deelgeschil; val van paard, eigen schuld; kosten deelgeschil.

Jurisprudentie
Verzoekster volgde bij verweerder, een manege, een paardrijles. Het paard waar zij op zat weigerde over een hindernis te springen en bewoog in plaats daarvan onverwacht naar links. Verzoekster is daarbij van het paard gevallen en heeft ernstig rugletsel opgelopen, met 6% blijvende invaliditeit gehele persoon tot gevolg. Tussen partijen is niet in geschil dat de manege aansprakelijk is; er bestaat wel onenigheid over het al dan niet bestaan van eigen schuld. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat er in verband met de specifieke omstandigheden van het geval (onder meer haar jonge leeftijd

VR 2018/96 Deelgeschil; val door gladheid; aansprakelijkheid
wegbeheerder; geen gebrek.

Jurisprudentie
Eiser is ten val gekomen op een brug. Deze brug is tot enkele meters voor hij overgaat in de boulevard voorzien van een afscheiding en over de resterende meters van een stalen geleiderand van enkele centimeters hoog (zie foto's in de uitspraak op rechtspraak.nl onder r.o. 2.3). Eiser is ten val gekomen toen hij iets voor het einde van de brug al op de boulevard wilde stappen en daarbij uitgleed op de (door vorst en ijzel) gladde geleiderand. Hij stelt hiervoor de gemeente aansprakelijk op grond van art. 6:162 en 6:174 BW. De Rechtbank stelt voorop dat van aansprakelijkheid op grond van art. 6

VR 2018/95 Deelgeschil, verkeersongeval, eigen schuld,
billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie
Verzoekster is door A aangereden terwijl zij een voorrangsweg wilde oprijden en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. A reed (zo blijkt uit een verkeersongevallenanalyse) ca. 72 km/u waar ter plaatse 50 km/u is toegestaan. De verkeersongevallenanalyst concludeerde dat het ongeval zich niet zou hebben voorgedaan als A zich aan de toegestane maximumsnelheid zou hebben gehouden. A is door de politierechter veroordeeld wegens overtreding van art. 5 WVW. Verzoekster stelt dat zij geen fout heeft gemaakt en dat Achmea (de WAM-verzekeraar van A) de schade derhalve volledig dient te vergoeden

VR 2018/94 Deelgeschil; aansprakelijkheid wegbeheerder voor losliggendepaal?

Jurisprudentie
Verzoeker is met zijn fiets ten val gekomen, naar eigen zeggen toen hij in botsing kwam met een los op de weg liggende (houten) paal. Een aantal van deze palen staan verticaal verankerd in de grond en functioneren als scheiding tussen auto's en fietsers. Deze paal was kennelijk losgeraakt. De door verzoeker gestelde toedracht acht de rechtbank (gelet op de beschikbare getuigenverklaringen) voldoende aannemelijk. In het kader van het beroep op art. 6:174 BW is dan de vraag of de aanwezigheid van een losliggende paal een gebrek van de weg vormt. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. In

VR 2018/93 Aanrijding fiets/scooter; reflexwerking art. 185 WVW; geen
overmacht.

Jurisprudentie
Deelgeschil letselschade. Reflexwerking artikel 185 WVW. Verzoekster is - rijdend op haar scooter - tijdens een inhaalmanoeuvre in aanraking gekomen met verweerder, die op zijn fiets voor haar reed. Verzoekster is daarbij ten val gekomen en heeft letsel opgelopen. Verzoekster stelt dat sprake is van overmacht, zodat verweerder zich niet kan beroepen op de reflexwerking van art. 185 WVW en hij volledig aansprakelijk is. Het beroep op overmacht slaagt niet. Weliswaar is vast komen te staan dat het ongeval het gevolg is van het feit dat verweerder - die 'bezig was' met zijn telefoon -