deelgeschil

VR 2024/87 Aansprakelijkheid hondenbezitter. Schade minderjarige. Dubbele redelijkheidstoets.

Jurisprudentie

Op 15 juni 2022 heeft verzoeker letsel opgelopen in het Kortenbospark in Den Haag toen zij achtervolgd werd door een pitbull. Verweerder was op dat moment de eigenaar van de hond. De politie heeft een onderzoek uitgevoerd en heeft hiervan een mutatierapport opgemaakt. Volgens het rapport is verzoeker ten val gekomen nadat de pitbull haar achterna rende. De politie heeft verweerder telefonisch geïnformeerd over het ongeval en zij had toen aangegeven de schade te willen vergoeden. Echter, verweerder heeft niet gereageerd op de brieven van gemachtigde van verzoeker over de aansprakelijkstelling

VR 2024/86 Fietser ten val door kabelgoot. Onrechtmatige daad? Eigen verantwoordelijkheid.

Jurisprudentie

In 2022 benaderen verweerders ’t Hekeltje voor hun bruiloft op 25 juni 2022. Voor het evenement hebben zij feestbenodigdheden gehuurd, inclusief een toiletwagen. Op de dag van het evenement legden zij een afvoerslang over een openbare weg om de toiletwagen op het riool aan te sluiten. In de nacht van 25 op 26 juni viel een 15-jarig meisje met haar elektrische fiets op de openbare weg waar de afvoerslang lag. Zij liep hierdoor letsel op. Verzoekers, de ouders van het meisje, stellen dat ’t Hekeltje en verweerders aansprakelijk zijn voor de geleden en nog te lijden schade. In de brief aan de

VR 2024/85 Deelgeschil. Causaal verband tussen letselschade en ongeval. Realiteitsgehalte klachten.

Jurisprudentie

Op 7 oktober 2019 werd X in zijn stilstaande auto schuin van achteren aangereden door een auto die ongeveer 40 km/u reed. Deze auto was WAM-verzekerd bij Ethias. Dekra behandelde de letselschadezaak namens Ethias en erkende aansprakelijkheid voor het ongeval. X was destijds 60 jaar en zelfstandig huisschilder. Direct na het ongeval ervaarde X weinig klachten, maar op de tweede dag had X last van nek-, schouder-, rug-, hoofdpijn en slaapproblemen. Na gezamenlijk overleg hebben experts A en B neurologische en orthopedische onderzoeken uitgevoerd. A stelt aanhoudende brandende nekpijn en

VR 2024/84 Dwarslaesie door duik in ondiep water. Schending zorgplicht. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie

Op 12 juni 2020 nam X een duik in ondiep water waardoor hij een hoge dwarslaesie opliep. X was zestien jaar oud toen dit plaatsvond. Het Landschap is de eigenaar/beheerder van het natuurgebied waar het meer gelegen is. X stelt dat het Landschap en haar verzekeraar NN aansprakelijk zijn. Zij hebben niet aan hun zorgplicht voldaan door bezoekers niet te waarschuwen voor het ondiepe water en hebben hiermee onrechtmatig gehandeld. Het Landschap en NN verwerpen de verzoeken van X. Ze stellen dat het natuurgebied in kwestie geen zwemrecreatiegebied is en dus niet onder de Wet hygiëne en veiligheid

VR 2024/83 Ongeval tijdens wielrennen. Sport- en spelsituatie? Geen aansprakelijkheid maar ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Jurisprudentie
Dit deelgeschil betreft een fietsongeval waarbij vijf personen betrokken waren. De betrokkenen vormden een fietsclub en zij fietsten wekelijks gemiddeld 50-70 kilometer op racefietsen. In 2020 namen verzoeker samen met verweerder, A, B en C deel aan een fietstocht in de omgeving van Bergeijk. Na ongeveer 15 kilometer ontstond een botsing tussen verweerder en verzoeker. Verzoeker liep letsel op, waaronder een gebroken bekken. Het ongeval vond plaats op de Molenstraat in Riethoven bij de afslag naar de Vlasstraat, een T-splitsing waar het fietspad aan de rechterkant overging naar een

VR 2024/73 Risicoaansprakelijkheid voor dieren. Ongeval bij paardrijden. Eigen schuld en billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie

Op 18 juli 2021 vond een ongeval plaats tijdens het paardrijden tussen de zussen verzoekster en verweerster. Zij reden in galop achter elkaar toen het voorste paard met zijn linkerachterhoef naar achteren schopte en de rechterknie van verzoekster raakte. Hierdoor verloor verzoekster haar balans en viel zij van haar paard. Als gevolg hiervan liep verzoekster ernstig letsel op, namelijk onder andere een verbrijzelde rechterknie en een gebroken rechter onderbeen. Op 10 augustus 2021 stelde de gemachtigde van verzoekster verweerster aansprakelijk voor de geleden en de toekomstige schade als gevolg

VR 2024/37 Ongeluk voetganger en tram. Aansprakelijkheid. Geen overmacht. Causale verdeling.

Jurisprudentie

Op 8 april 2022 vond er een aanrijding plaats bij een tramhalte in Den Haag tussen een minderjarige voetganger en een tram van HTM Personenvervoer. De minderjarige voetganger was net uit de tram gestapt en was op weg naar de voetgangersoversteekplaats in de buurt. Tijdens de oversteek is hij aangereden door een andere tram die vanuit de tegenovergestelde richting de halte naderde. Als gevolg van de aanrijding werd hij enkele meters met de tram meegesleurd en raakte hij ernstig gewond. Er wordt in dit deelgeschil verzocht om HTM aansprakelijk te stellen voor de geleden en nog te lijden schade

VR 2024/35 Deelgeschil. Causaal verband tussen ongeval en klachten. Looptijdbeperking.

Jurisprudentie

Op 11 december 2017 vond er een verkeersongeval plaats waarbij verzoeker en de zoon van verweerder betrokken waren. Verweerder was destijds verzekerd bij Allianz. Allianz heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en heeft verzoeker een bedrag van € 87.000,- aan voorschotten betaald. Direct na het ongeval heeft verzoeker zich ziekgemeld, maar na drie dagen is hij weer aan het werk gegaan. Verzoeker heeft op grond van artikel 1019w Rv om een gerechtelijke uitspraak verzocht waarin verklaard wordt dat de beschreven klachten en beperkingen volledig het gevolg zijn van voorgenoemd ongeval

VR 2023/125 Verkeersongeval tussen scooter en fietser. Eigen schuld. Geen hand uitsteken bij afslaan.

Jurisprudentie

Op 6 oktober 2020 vond in Leiden een verkeersongeval plaats. Verzoeker reed op zijn scooter achter verweerder die op zijn fiets reed. Zij reden in dezelfde richting en toen verweerder links afsloeg zonder zijn hand uit te steken, botste verzoeker tegen de afslaande verweerder aan waarna verzoeker en verweerder ten val zijn gekomen. Verzoeker heeft hierbij letsel opgelopen. ASR heeft als de aansprakelijkheidsverzekeraar van verweerder aangegeven 75% van de schade van verzoeker te willen vergoeden. Verzoeker gaat hiermee akkoord. Partijen zijn het echter niet eens over de oorzaak van de

VR 2023/124 Deelgeschil letselschadezaak. Vergoeding kosten huishoudelijke hulp. Buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie

Op 28 september 2021 heeft verzoeker een verkeersongeval gehad waarbij hij ernstig letsel heeft opgelopen, waaronder een gebroken knieschijf en afgescheurde pezen in de knie. Hij is dezelfde dag geopereerd. Na het ongeval is hij bij de ouders van zijn partner gaan wonen. Op 12 oktober 2021 heeft verzekeringsmaatschappij Nationale Nederlanden (NN) de aansprakelijkheid erkend en is er een voorschot van € 2.000,- betaald. Er zijn tussen partijen besprekingen geweest over de hoogte van de schadevergoeding en over veel zaken werd overeenstemming bereikt. Echter, er waren nog geschillen over enkele