deelgeschil

VR 2023/13 Zaak niet geschikt voor deelgeschilprocedure. Verzochte beslissing draagt niet bij aan totstandkoming vaststellingsovereenkomst.

Jurisprudentie

Op 24 september 2011 is X aangereden terwijl zij voor een rood verkeerslicht stilstond. ASR, de verzekeraar van de andere bestuurder, erkent aansprakelijkheid voor het ongeval. X stelt als gevolg van het ongeval pijnklachten te hebben in haar hoofd, nek/schouder, heup, rug en been, en daarnaast concentratiestoornissen, vermoeidheidsklachten en duizeligheid. Tussen partijen ontstaat discussie over de causaliteit tussen de klachten en het ongeval en over de omvang van de klachten. Om deze reden zijn in 2013 en 2016 deelgeschilprocedures gevoerd en in 2013 een verzoekschriftprocedure, naar

VR 2022/01 Hoger beroep in de deelgeschilprocedure: beperkt, maar niet onmogelijk

Artikel
VR 2022/1 Hoger beroep in de deelgeschilprocedure: beperkt, maar niet onmogelijk Mr. A.F. Collignon * * Advocaat bij Legaltree Advocaten. 1. Inleiding Hoger beroep tegen een beschikking in een deelgeschil is alleen mogelijk bij een beslissing over de materiele rechtsverhouding of wanneer sprake is van één van de in de jurisprudentie ontwikkelde doorbrekingsgronden. De reden hiervoor is dat de deelgeschilprocedure in het leven is geroepen om het buitengerechtelijk onderhandelingsproces te bevorderen, waarbij partijen een eenvoudige en snelle toegang krijgen tot de rechter indien het

VR 2021/131 Fietsongeval; aanspreken WAM-verzekeraar na uitkering Waarborgfonds.

Jurisprudentie
Een racefietser (A) is in 2007 een ongeval overkomen. A reed op de Kanaaldijk in Heerde. Een witte bestelbus en een personenauto (bestuurd door B) reden in tegengestelde richting. De auto reed achter de bus. De bus is, zonder richting aan te geven, linksaf geslagen en heeft daarbij geen voorrang verleend aan A. Om een aanrijding met de bus te voorkomen, is A uitgeweken naar de (voor hem) linker weghelft. A is toen op B gebotst. De identiteit van de bestuurder van de bestelbus is onbekend gebleven. Het Waarborgfonds Motorvoertuigen heeft aansprakelijkheid erkend en een schadevergoeding van €

VR 2021/121 Aanrijding scooter en auto; ontvankelijkheid; kosten mantelzorg.

Jurisprudentie
Op 22 november 2016 is scooterrijder A aangereden door automobilist B. A was toen 22 jaar. Als gevolg van deze aanrijding heeft A letsel opgelopen. De verzekeraar van B (VGH) heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. A vraagt de rechtbank om over meerdere geschilpunten te beslissen. A verzoekt de rechtbank onder meer om VGH hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 45.780,- voor mantelzorg. De rechtbank beoordeelt eerst of de zaak geschikt is voor behandeling als deelgeschil. Zij overweegt in dat verband dat A verschillende geschilpunten voorlegt aan

VR 2021/58 Letselschadezaak; vraagstelling expertiseonderzoek; informatie huisartsenjournaal.

Jurisprudentie
A is in zijn auto van achteren aangereden door een auto die werd bestuurd door een verzekerde van B. Na het ongeval kampt A met whiplashachtige klachten. B heeft aansprakelijkheid erkend voor de schade die A als gevolg van het ongeval heeft geleden. A verzoekt dat de rechtbank B gebiedt om mee te werken aan een neurologisch of neuropsychologisch onderzoek ter beoordeling van de vraag of de klachten van A ongevalsgerelateerd zijn. De rechtbank overweegt dat A en B het erover eens zijn dat een neurologische of neuropsychologische expertise moet worden uitgevoerd. B stelt echter terecht dat

VR 2020/189 Deelgeschil over buitengerechtelijke kosten; uurtarief en aantal uren te hoog.

Jurisprudentie
A is in 2013 een arbeidsongeval overkomen waarbij hij letsel heeft opgelopen aan zijn linkerbeen. A heeft B hiervoor aansprakelijk gesteld. Nadat X een toedrachtsonderzoek heeft uitgevoerd, heeft B aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X heeft de schadeafwikkeling voor B ter hand genomen. A heeft zich in 2018 gewend tot zijn gemachtigde Z. Z heeft contact opgenomen met X. In 2019 heeft Z aan X een declaratie verzonden van € 4.605,82. Deze is onbetaald gebleven. A verzoekt dat de rechtbank B beveelt dit bedrag te vergoeden. De rechtbank beantwoordt eerst de vraag of er sprake is van een

VR 2020/135 Verkeersongeval 2006; deelgeschil 2013; bodemprocedure 2017; niet-ontvankelijk wegens berusting.

Jurisprudentie
A is in 2006, toen was hij 16 jaar oud, op zijn bromfiets aangereden door een auto. B is de WAM-verzekeraar van de auto. Na het ongeval steggelen A en B over de vraag of de (lage) rugklachten van A het gevolg zijn van het ongeval. Op gezamenlijk verzoek heeft orthopeed C twee deskundigenrapporten opgesteld. C heeft geen "blijvende posttraumatische afwijking" of een "medisch oorzakelijk causaal verband" tussen het ongeval en de klachten kunnen vaststellen. Bij beschikking van 7 november 2013 heeft de rechtbank voor recht verklaard dat sprake is van een (juridisch) causaal verband tussen de

VR 2020/66 Bodemrechter gebonden aan beslissing in deelgeschil op grond van art. 1019cc lid 1 Rv.

Jurisprudentie
Op 3 juli 2010 is eiser betrokken geraakt bij een aanrijding waarbij ook mevrouw A betrokken was. De auto die A bestuurde was voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij AllSecur. AllSecur heeft ten opzichte van eiser de aansprakelijkheid betwist. In de tussen partijen gevoerde deelgeschilprocedure heeft eiser een verklaring voor recht verzocht dat AllSecur aansprakelijk is voor de door haar als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade. In de deelgeschilprocedure heeft de rechtbank beslist dat AllSecur niet aansprakelijk is voor het ongeval dat eiser is overkomen, omdat de

VR 2019/213 Toedracht incident onduidelijk; deelgeschilprocedure niet bedoeld voor voorleggen volledig geschil; verzoek onterecht en onnodig; geen kostenbegroting.

Jurisprudentie
Verzoekers hebben in 2016 het evenement '4x4 Beach' op het strand van Katwijk aan Zee bezocht. Dit evenement wordt georganiseerd door vrijwilligers en staat in het teken van het rijden met terreinwagens. Tijdens dit evenement hebben verzoekers meegereden in de rallyvrachtwagen van A, die gratis offroad ritjes aanbood op het hiertoe beschikbaar gestelde parcours op het strand. Tijdens het rijden heeft verzoeker 2 zich beklaagd over pijn in zijn rug. Hij is afgevoerd in een ambulance. In het ziekenhuis is geconstateerd dat hij een gebroken borstwervel had. Verzoeker 1 heeft na het voorval haar

VR 2019/198 Deelgeschil bij 7:611-schade; whiplash; (bewijs van) causaal verband.

Jurisprudentie
Verzoekster is in de uitoefening van haar werkzaamheden voor een marketingbedrijf een verkeersongeval overkomen. Zij heeft de werkgever aansprakelijk gesteld op grond van art. 7:611 BW, de verplichting om in het kader van goed werkgeverschap een behoorlijke verzekering af te sluiten. De AVB-verzekeraar van de werkgever (NN) heeft aansprakelijkheid erkend. Nadien is twijfel gerezen over het causaal verband tussen het ongeval en een aantal door verzoekster geuite klachten, te weten (a) licht schedelhersenletsel, (b) migraine, (c) cognitieve klachten en (d) somatisch symptoomstoornis. De