gevaarzetting

VR 2020/201 Val van balkon; huurder en verhuurder aansprakelijk; geen eigen schuld.

Jurisprudentie
Op 19 maart 2016 bezocht A een feestje van haar vriendin B in een woning op de eerste verdieping. B huurde de woning van C. Op enig moment is A naar het balkon gegaan. Terwijl zij bellend tegen het hekwerk van het balkon stond aangeleund, is zij vanaf het balkon naar beneden gevallen. Vaststaat dat C eerder het hekwerk aan de zijkant van het balkon had doorgezaagd en met (ijzer)draad weer aan elkaar had bevestigd. A vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat C en B aansprakelijk zijn voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden. In de vrijwaringszaak vordert B dat

VR 2020/180 De veiligheid in gevaar brengen. Verbod een terrein te betreden.

Jurisprudentie
De opvatting dat voor overtreding van art. 5 WVW 1994 is vereist dat medeweggebruikers door het rijgedrag van de verdachte concreet gevaar of hinder moeten hebben ondervonden en/of dat dat gevaar of die hinder zich in het verleden regelmatig heeft verwezenlijkt, vindt geen steun in het recht.Voor een bewezenverklaring ter zake van art. 461 Sr, een overtreding, is niet vereist dat de verdachte opzettelijk een hem bekend toegangsverbod overtreedt.

VR 2020/176 Ongeval met halterstang van squatrek; geen aansprakelijkheid sportschool; geen gevaarzetting.

Jurisprudentie
A is een ongeval overkomen in de sportschool die werd geëxploiteerd door B. A trainde in de sportschool twee à drie keer per week, zonder begeleiding, aan de hand van oefeningen die door zijn fysiotherapeut waren voorgeschreven. Tijdens een training verrichtte A een buikspieroefening (genaamd ''windshield wiper'') waarbij hij met de rug op de grond lag, zijn benen van links naar rechts bewoog en tegelijkertijd een halterstang vasthield boven zijn borst. Tijdens het uitvoeren van deze oefening lag A met zijn hoofd richting een squatrek. Op enig moment is A plotseling op zijn hoofd geraakt door

VR 2020/164 Letselschade door afgebroken boomtak; kelderluikcriteria; gemeente aansprakelijk.

Jurisprudentie
Op een windstille zomerdag in juli 2015 is A een ongeluk overkomen. Zij stond met anderen te wachten bij de opstaplocatie van een fluisterboot, toen een hoofdtak van een grote kastanjeboom afbrak en op haar terechtkwam. Bij dit ongeval heeft A ernstig letsel opgelopen. A stelt de gemeente (B) als eigenaar van de boom op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) aansprakelijk voor de schade die zij door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Volgens A heeft B de boom onvoldoende onderhouden en gecontroleerd, waardoor B een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen. Het hof stelt

VR 2020/128 Doodslag? Dood door schuld. Rijden onder invloed.

Jurisprudentie
(Na terugwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 19 maart 2019, VR 2019/148). Het is een feit van algemene bekendheid dat door het gebruik van alcoholhoudende drank het reactievermogen afneemt, de waarneming slechter wordt en het derhalve moeilijker wordt om te rijden. Het risico op een ongeval neemt door het gebruik van alcohol dan ook aanzienlijk toe. In dit geval had de verdachte een zeer grote hoeveelheid alcoholhoudende drank genuttigd. Gelet hierop, in samenhang bezien met de aard van de weg waarop de verdachte reed, het nachtelijk tijdstip en de afwezigheid van straatverlichting, is

VR 2020/119 ANWB hulpverlener rijdt met zwaai- en alarmlichten achteruit op A2 en wordt aangereden door automobilist.

Jurisprudentie
In 2013 vond een aanrijding plaats op de A2 tussen twee voertuigen, waarbij beide voertuigen deels op de vluchtstrook terechtkwamen. Ten tijde van de aanrijding was sprake van invallende duisternis en lichte regen, terwijl op de plaats van de aanrijding geen straatverlichting aanwezig was. Een ANWB-hulpverlener (X) is ter plaatse gekomen en heeft zijn voertuig voorbij het ongeval op de vluchtstrook tot stilstand gebracht. Nadat X de stand van zaken had bekeken, heeft hij, om een veilige situatie te creëren, besloten om zijn voertuig vóór de plaats van de aanrijding te zetten. Daartoe heeft hij

VR 2020/92 Val in tuincentrum; toedracht ongeval onduidelijk; aansprakelijkheid afgewezen.

Jurisprudentie
Een 83-jarige vrouw heeft haar heup gebroken bij een val in een tuincentrum. De vrouw stelt dat de automatische deuren bij de ingang ineens sloten toen zij met haar rollator deze deuren wilde passeren en dat zij hierdoor is gevallen. De vrouw stelt het tuincentrum aansprakelijk op grond van gevaarzetting (art. 6:162 BW) en op grond van art. 6:174 BW, en vordert schadevergoeding.De rechtbank beschikt met betrekking tot de toedracht/oorzaak van het ongeval alleen over de schriftelijke verklaringen van de vrouw en haar echtgenoot, en de verklaring van de vrouw ter zitting. In die verklaringen zit

VR 2020/88 Gebruik van lachgas. Invloed op rijvaardigheid? De veiligheid op de weg in gevaar brengen.

Jurisprudentie
De verdachte raakt met een door hem bestuurde auto van de weg en botst tegen een paal waardoor een inzittende van het door hem bestuurde voertuig gewond raakt. Invloed van twee of drie ballonnetjes lachgas op rijgedrag kan niet worden vastgesteld. Verdachte heeft wel de veiligheid op de weg in gevaar gebracht.

VR 2020/48 Veiligheid op de weg. Gevaar. Mobiele telefoon.

Jurisprudentie
De verdachte heeft tijdens het besturen van zijn personenauto op een mobiele telefoon naar een voetbalwedstrijd gekeken en heeft daarbij slingerend gereden. Hierdoor is de veiligheid op de weg in gevaar gebracht c.q. kon de veiligheid op de weg in gevaar worden gebracht, ook al had de verdachte zijn telefoon bevestigd op een wijze waarop ook een navigatiesysteem kan worden bevestigd.

VR 2020/11 Kop-staartbotsing. Dood door schuld? Gevaarzetting.

Jurisprudentie
De verdachte heeft als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto) op de weg, de Rijksweg A27, gereden. Zij heeft op die weg de snelheid van haar voertuig niet voldoende geminderd bij het naderen van haar voorligger en heeft geen of onvoldoende stuurbeweging met haar auto gemaakt toen haar auto de auto van haar voorligger naderde. Zij is vervolgens tegen de linker achterkant van de auto van het slachtoffer aangereden. Hierbij is de auto van het slachtoffer (meermalen) over de kop gegaan en in een nabij die rijbaan gelegen sloot terecht gekomen, waardoor het slachtoffer is gedood. In