gevaarzetting

VR 2023/116 Gevaar of hinder. Ontoereikend proces-verbaal.

Jurisprudentie

Uit het dossier blijkt onvoldoende dat het voertuig van de betrokkene zodanig stond dat daardoor voor het verkeer op de weg gevaar of hinder werd veroorzaakt dan wel kon worden veroorzaakt. De ambtenaar heeft niet concreet aangegeven waaruit dat gevaar of die hinder zou hebben (kunnen) bestaan. Hij heeft slechts verklaard dat de doorgang voor het verkeer werd dan wel kon worden geblokkeerd, maar heeft dit niet toegelicht. Een foto van de gedraging heeft hij niet toegevoegd.

VR 2023/103 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Mate van schuld. Verontschuldigbare onmacht?

Jurisprudentie

De verdachte heeft een verkeersfout gemaakt, namelijk het als bestuurder niet zoveel mogelijk rechts (blijven) rijden. Zij is op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer gekomen met overschrijding van de dubbel ononderbroken streep gelegen tussen de beide weghelften en daarbij op een tegenligger gebotst met zwaar lichamelijk letsel van inzittenden van de tegenligger als gevolg. De strekking van de verkeersregel dat een ononderbroken streep niet mag worden overschreden, is dat er anders in de gegeven situatie een ontoelaatbare mate van voorzienbaar gevaar voor de verkeersveiligheid zou

VR 2023/102 Dood door schuld. Verontschuldigbare onmacht.

Jurisprudentie

De verdachte is met de door hem bestuurde auto op de linker weghelft geraakt en daardoor op een tegemoetkomende auto gebotst waardoor de bestuurder van die auto om het leven is gekomen. Met de neuroloog acht het hof het meest aannemelijk dat het handelen van de verdachte een medische oorzaak heeft gehad, in de vorm van een epileptische aanval. Derhalve geen schuld in de zin van art. 6 WVW 1994 en ontslag van rechtsvervolging t.a.v. art. 5 WVW 1994.

VR 2023/73 Art. 6 WVW 1994. Vrijspraak.

Jurisprudentie

Verdachte wordt vrijgesproken van art. 6 WVW 1994. Volgens de rechtbank vereist de culpa uit art. 6 een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. In deze zaak meent de rechtbank dat er sprake is van een op zichzelf staande verkeersfout. De verdachte is namelijk een moment onoplettend geweest door in slaap te vallen. Vervolgens is hij tegen de auto voor hem gebotst. Deze fout is niet ernstig genoeg om hem het verwijt uit art. 6 toe te rekenen. Dit zou anders zijn geweest als het in slaap vallen voorzienbaar zou zijn geweest. Wel meent de rechtbank dat de verdachte art. 5 WVW 1994

VR 2023/64 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Politie. Melding. Optische en geluidssignalen. Snelheid.

Jurisprudentie

De verdachte reed in een herkenbaar dienstvoertuig van de politie en nam deel aan een achtervolging van een motorvoertuig, waarbij hij optische en geluidssignalen voerde. Tijdens deze achtervolging heeft de verdachte binnen de bebouwde kom met een snelheid van meer dan 130 km/u gereden en heeft hij onvoldoende oog gehad voor de veiligheid van de overige weggebruikers. Uiteindelijk is hij in botsing gekomen met het op dat moment stilstaande voertuig van de aangever. Zowel de aangever als de bijrijder van het politievoertuig, de getuige, hebben langdurig hun normale werkzaamheden niet kunnen

VR 2023/62 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Mate van schuld. Voorrangsvoertuig.

Jurisprudentie

De verdachte reed als bestuurder van een politievoertuig met optische en geluidssignalen met een snelheid ver boven de ter plaatse geldende snelheid en kwam daarbij in aanrijding met een van rechts komend voertuig waarvan de bestuurder zwaar gewond is geraakt. Aangezien de verdachte vanuit een (rij)richting kwam die het slachtoffer niet hoefde te verwachten, moest door de verdachte worden geanticipeerd op de mogelijkheid dat het slachtoffer zou (kunnen) optrekken. Het gebruik van optische en geluidssignalen maakt dat niet anders. Het beroep op overmacht/noodtoestand gaat niet op omdat volgens

VR 2023/30 Aanrijding met zakpaal bij oprijden privéterrein. Gevaarzetting; kelderluikcriteria. Geen eigen schuld.

Jurisprudentie

Op 12 januari 2018 is A een ongeval overkomen. Hij wilde zijn bedrijfswagen in het donker parkeren op het privéterrein van Y. Dit terrein was afgesloten met een zakpaal in het midden van het wegdek. De zakpaal was tijdelijk naar beneden gegaan voor een uitrijdende auto en terwijl A het terrein opreed, kwam de zakpaal weer omhoog. Hierdoor is de bedrijfswagen beschadigd en total loss verklaard. De bedrijfswagen is verzekerd bij Allianz. Allianz vordert schadevergoeding van Y, omdat door Y onvoldoende is gewaarschuwd voor het gevaar van de zakpaal, waardoor zij onrechtmatig heeft gehandeld. Y

VR 2023/22 Ernstige mate schenden van verkeersregels. Opzet. Gevaar te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

Jurisprudentie

Doordat de verdachte, die met veel te hoge snelheid reed op een weg binnen de bebouwde kom met meerdere voetgangersoversteekplaatsen, onvoldoende afstand heeft gehouden tot het voorliggende voertuig en aldus zeer dicht tegen dat voertuig heeft aangereden (art. 5a, eerste lid, onder h WVW 1994) en zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien (art. 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990), is vervolgens ter hoogte van een voetgangersoversteekplaats een botsing met die

VR 2023/20 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Roekeloosheid. Inhalen. Maximumsnelheid.

Jurisprudentie

De verdachte is als bestuurder van een auto op een smallere weg, terwijl er vanwege duisternis en mist een beperkt zicht was, evident gevaarlijk een andere auto gaan inhalen. Daardoor heeft hij een tegemoetkomende bromfietser aangereden die daardoor zwaar lichamelijk letsel opliep. Daarbij heeft verdachte, gezien het type weg en het beperkte zicht, een uitzonderlijk hoge en onverantwoorde snelheid gehanteerd. Met dergelijk weggedrag heeft verdachte bewust onverantwoorde risico’s genomen, daarmee geen enkel respect getoond voor de belangen van andere verkeersdeelnemers en daarmee laten zien

VR 2023/11 Dwarslaesie door duik in ondiep recreatiemeer. Provincie niet aansprakelijk; beheerder wel. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie

Op 25 juli 2019 neemt X een duik in een ondiep deel van een recreatiemeer. Hij loopt een dwarslaesie op, waardoor hij vanaf zijn schouders naar beneden verlamd raakt. X stelt RAUM als beheerder en de provincie Noord-Holland als toezichthouder van het recreatiegebied aansprakelijk. De verzekeraar van RAUM, Avéro Achmea, erkent aansprakelijkheid, maar is wegens eigen schuld van X niet bereid om meer dan 80% van de schade te vergoeden. X verzoekt in dit deelgeschil onder meer een verklaring voor recht dat RAUM en de provincie hoofdelijk en volledig aansprakelijk zijn. De rechtbank wijst het