letselschade

VR 2026/157 Buitengerechtelijke kosten bij voortgezette schadeafwikkeling na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

Jurisprudentie

De twee verzoekers zijn op 25 augustus 2020 samen betrokken geraakt bij een kettingbotsing in Amsterdam. Zij zaten in een auto die van achteren werd aangereden, waarna hun auto tegen een ander voertuig botste. Allianz, de WAM-verzekeraar van de veroorzaker, heeft de aansprakelijkheid erkend en heeft beide verzoekers een voorschot van € 10.000,- op hun schadevergoeding betaald. Na het ongeval kregen verzoekers verschillende gezondheidsklachten. Deskundigenonderzoek bracht echter geen medisch causaal verband tussen deze klachten en het ongeval aan het licht, mede vanwege hun medische

VR 2026/156 Ongeval bestelauto en 17-jarige fietser. Rood verkeerslicht. 50 %-regel. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie

Verzoeker − ten tijde van het ongeval 17 jaar oud − raakte ernstig gewond toen hij op zijn fiets op een kruispunt in botsing kwam met een bestelauto. De WAM-verzekeraar van de bestelauto erkende aansprakelijkheid voor 50 % van de schade op grond van de 50 %-regel van artikel 185 WVW 1994. Verzoeker vraagt de rechtbank te bepalen dat de verzekeraar de volledige schade, dan wel een groter deel dient te vergoeden. De rechtbank stelt vast dat verzoeker een verkeersfout heeft gemaakt door een kruising over te steken terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Daarnaast negeerde hij de

VR 2026/153 Letselschade na verkeersongeval. Geen causaal verband tussen ongeval en klachten.

Jurisprudentie

Eiser raakt als bestuurder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij met zijn auto tegen een geparkeerde auto rijdt. Na het ongeval ervaart eiser verschillende lichamelijke en psychische klachten. Volgens eiser zijn deze klachten door het ongeval veroorzaakt en beperken deze hem in zijn dagelijks leven en in zijn werk. Hij doet een beroep op de bij Allianz afgesloten schadeverzekering voor inzittenden (SVI) en vordert vergoeding van de schade die hij door het ongeval lijdt. Eiser vraagt de rechtbank voor recht te verklaren dat zijn klachten door het ongeval zijn veroorzaakt en Allianz te

VR 2026/147 Verkeersongeval. Laagstaande zon, kort moment van onoplettendheid. Schuldigverklaring zonder straf.

Jurisprudentie

De verdachte rijdt met haar auto achterop een motorrijder die snelheid mindert. De motorrijder loopt daardoor letsel op, waaronder een gebroken ruggenwervel en een verwonding aan zijn pols. De verdachte wordt primair verweten dat zij schuld heeft aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Subsidiair wordt haar verweten dat zij gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW 1994. De rechtbank stelt voorop dat voor schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Die schuld kan

VR 2026/146 Vrijspraak artikel 5 WVW, overtreding artikel 18 RVV, geldboete.

Jurisprudentie

De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert. De wetgever heeft met artikel 5 WVW 1994 slechts

VR 2026/137 Aanvullend voorschot schadevergoeding na zwaar verkeersongeval.

Jurisprudentie

Verzoekster verzoekt de rechtbank om HDI Global SE, in haar hoedanigheid als WAM-verzekeraar, te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 83.295,73, en tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil. Aan de procedure ligt een zeer ernstig verkeersongeval ten grondslag dat plaatsvond op 1 oktober 2010, waarbij verzoekster op 8-jarige leeftijd zwaar letsel opliep. De auto waarin zij zich bevond, werd van achteren aangereden door een vrachtwagen en vervolgens tussen twee vrachtauto’s samengedrukt. HDI heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval al eerder

VR 2026/118 Letselschade door mishandeling. Schadevergoeding. Rotterdamse Schaal.

Jurisprudentie
Op 26 november 2016 sloeg gedaagde A met een gebalde vuist hard in het gezicht van eiser X. Daardoor kwam X ten val en liep hij ernstig letsel op, waaronder een schedelbreuk en hersenbloedingen. A is hiervoor in 2018 strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank al beslist dat A civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade van X. In het eindvonnis lag daarom alleen nog de omvang van de schadevergoeding voor. X stelt dat hij als gevolg van het geweld blijvende klachten heeft ontwikkeld, waaronder

VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.

Jurisprudentie

Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster

VR 2026/95 Oud verkeersongeval. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar. Aanvullende schadevergoeding?

Jurisprudentie
In 2008 is appellant A als 3-jarig kind aangereden door een auto waarvan de bestuurder WAM-verzekerd was bij ASR. ASR heeft de aansprakelijkheid erkend en in totaal € 18.500,- vergoed, inclusief € 7.500,- aan kosten. Tussen partijen is daarna discussie ontstaan over de vraag of deze betaling de volledige schade dekt, of dat A nog aanvullende schade heeft geleden, met name in verband met mogelijk blijvend letsel. ASR heeft bij de rechtbank verzocht voor recht te verklaren dat zij met deze betaling volledig is gekweten, terwijl A in reconventie onder meer heeft verzocht om medewerking aan een

VR 2026/82 Deelgeschil. Ongeval auto en fiets op industrieterrein. Overmacht.

Jurisprudentie

Op 5 oktober 2023 fietste X samen met haar echtgenoot door een industrieterrein in Sneek. Op het kruispunt ontstond een ongeval. De echtgenoot van X kon op tijd stoppen voor een vrachtwagen, maar X kon dat niet en botste tegen de rechterzijkant van de vrachtwagen. Door het ongeval heeft X ernstig letsel aan haar linkerbeen opgelopen, bestaande uit drie complexe beenbreuken met grote wonden. In dit deelgeschil verzoekt X voor recht te verklaren dat Achmea als WAM-verzekeraar van de vrachtwagen aansprakelijk is voor haar schade. Achmea beroept zich op overmacht. Volgens vaste jurisprudentie