dood door schuld

VR 2019/143 Dodingsopzet in het verkeer

Artikel
VR 2019/143 Dodingsopzet in het verkeer Een bespreking van A.A. van Dijk, Opzet, kans en keuzes, Zutphen 2017 Prof. mr. F. de Jong * * Als hoogleraar strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht. 1. Een analyse van doodslag in het verkeer In 2017 verscheen bij uitgeverij Paris het boek Opzet, kans en keuzes. Een analyse van doodslag in het verkeer van de hand van Alwin van Dijk. Het is een indrukwekkend boek; indrukwekkend niet alleen vanwege de lijvige omvang van

VR 2019/152 Dood door schuld. Rood verkeerslicht.

Jurisprudentie
De verdachte is in strijd met een voor zijn, verdachtes, rijrichting geldend rood licht uitstralend verkeerslicht de kruising opgereden en rechtdoorgaand overgestoken en/of heeft (daarbij) zijn aandacht niet voortdurend op de weg en het verkeer vóór hem gehouden en/of heeft (aldus rijdende) niet opgemerkt dat een bromfietser en een voetganger, die voor hem, verdachte, van rechts kwamen, zich inmiddels op de voor hen bestemde oversteekplaatsen bevonden terwijl de voor hen geldende verkeerslichten groen licht uitstraalden en/of die bromfietser en die voetganger niet heeft laten voorgaan en/of

VR 2019/150 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Roekeloosheid.

Jurisprudentie
De verdachte reed als bestuurder van een personenauto, terwijl hij onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank, met een snelheid van tussen de 90 en 113 km/u terwijl ter plaatse een maximumsnelheid van 50 km/u gold en negeerde vervolgens een rood verkeerslicht. Daardoor botste hij op een andere personenauto waardoor een inzittende van die personenauto zwaar gewond werd. Kennelijk wilde de verdachte ontkomen aan de politie die hem achtervolgde.Het handelen van de verdachte kenmerkt zich door het ontbreken van elke vorm van voorzichtigheid. De verdachte heeft kennelijk zonder enige remming

VR 2019/090 Dood door schuld. Roekeloosheid.

Jurisprudentie
De verdachte heeft als inzittende van een personenauto tijdens het rijden met een snelheid van ongeveer 70 km per uur aan de handrem getrokken. Daardoor raakte de auto in een slip en botste vervolgens tegen een pilaar van een spoorwegviaduct. Door de botsing werd een inzittende van de auto gedood en raakte een andere inzittende zwaar gewond. De verdachte heeft op deze wijze als passagier ingegrepen in de rijrichting en de voortbeweging van de personenauto en heeft daarmee de werkelijke bestuurder daarvan totaal verrast. Aldus handelend heeft hij door een buitengewoon onvoorzichtige gedraging

VR 2019/36 Dood door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig? Inschattingsfout. Beroepschauffeur. Gevaarzettend gedrag van wegbeheerder. Ondeugdelijke weginrichting.

Jurisprudentie
De verdachte heeft met de door haar bestuurde bus bij het inhalen van een fietser deze geraakt met de rechter buitenspiegel, waardoor deze ten val kwam en ten gevolge van het ongeval is overleden. De weginrichting voldeed niet aan de richtlijnen van het CROW wat betreft de breedte van de rij- en fietsstrook, waardoor op deze locatie op grond van de CROW richtlijnen twee naast elkaar fietsende fietsers niet kunnen worden ingehaald door een stadsbus. De rechtbank acht de inschattingsfout van de verdachte niet zodanig onbegrijpelijk en verwijtbaar dat deze fout kan worden aangemerkt als

VR 2019/31 Aanmerkelijke schuld. Dood door schuld. Rijden onder invloed.

Jurisprudentie
De verdachte, bestuurder van de Land Rover, heeft niet zoveel mogelijk rechts gehouden en is in een flauwe bocht naar rechts op de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomend verkeer terechtgekomen. Daarbij is verdachte met de linker voorzijde van zijn voertuig tegen de linker flank van de tegemoetkomende Kia Picanto gebotst, waardoor de Kia van de weg is geraakt en in de rechterberm tot stilstand is gekomen. Vervolgens is verdachte met de linker voorzijde van zijn Land Rover tegen de linker voorzijde van de tegemoetkomende Renault Twingo gebotst, die door het grote massaverschil tussen beide

VR 2019/27 Dood door schuld. Roekeloosheid?

Jurisprudentie
De verdachte bestuurde een verreiker en botste daarmee op twee voor hem rijdende fietsers waardoor één van die fietsers kwam te overlijden. Op de verreiker waren balen met hooi geladen op zodanige wijze dat de verdachte geen zicht had op de weg voor hem. Geen roekeloosheid omdat de onderhavige situatie zich niet op één lijn laat stellen met de situaties waarin in de jurisprudentie van de Hoge Raad roekeloosheid is aangenomen. Bovendien kan niet worden vastgesteld dat verdachte in die mate onverschillig is geweest ten aanzien van de gevolgen van zijn rijgedrag, dat gezegd kan worden dat hij

VR 2019/26 Dood door schuld. Roekeloosheid? Strafmaat.

Jurisprudentie
De verdachte heeft op 13 september 2015, in de nacht van zaterdag op zondag, in het donker en onder invloed van alcohol, over een afstand van meer dan een kilometer, gereden over de Oosteinderweg in de richting van het centrum van Aalsmeer, met een snelheid die ver boven de ter plaatse toegestane snelheid van vijftig kilometer per uur lag. Daarbij is hij tegen hem tegemoetkomende fietsers gebotst. Ten gevolge van die botsing is één fietser gedood, een andere fietser is zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De Oosteinderweg is een smalle weg binnen de bebouwde kom van Aalsmeer, met een grijs

VR 2019/24 Dood door schuld. Medeplegen. Straatrace. Geen roekeloosheid.

Jurisprudentie
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op (de pleegdatum) te (pleegplaats) tezamen en in vereniging met een ander, namelijk medeverdachte, hierna: M, als bestuurder van een motorrijtuig (auto van het merk Volkswagen) daarmede rijdende over de weg, de Generaal Spoorlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, namelijk doordat hij zeer onvoorzichtig en onoplettend, samen met zijn medeverdachte (bestuurder van een auto van het merk Peugeot), in strijd met het bepaalde in artikel 10 van de Wegenverkeerswet tijdens een

VR 2019/22 Schuld in de zin van art. 4, eerste lid, van de Landsverordening Wegverkeer Aruba. Epileptische aanval. Geen verontschuldigbare onmacht.

Jurisprudentie
De verdachte is met de door haar bestuurde auto op de linker weghelft gekomen en daar blijven rijden terwijl haar andere auto's tegemoet kwamen. Zij is op één van die auto’s gebotst waardoor een inzittende van die auto is gedood.Art. 4, eerste lid, van de Landsverordening Wegverkeer Aruba komt in de kern overeen met art. 6 Wegenverkeerswet 1994.De verdachte heeft onder meer verklaard dat zij er, ondanks de onvoorspelbaarheid en ernst van de epileptische aanvallen, voor gekozen heeft haar ziekte niet door middel van medicatie zoveel mogelijk onder controle te houden. Door met deze wetenschap en