Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

VR 2026/146 Vrijspraak artikel 5 WVW, overtreding artikel 18 RVV, geldboete.

Jurisprudentie

De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert. De wetgever heeft met artikel 5 WVW 1994 slechts

VR 2026/145 Telefoon op middenconsole, aantikken is geen vasthouden.

Jurisprudentie

Aan betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. Betrokkene voert aan dat hij handsfree belde via bluetooth en dat zijn telefoon op de middenconsole achter de versnellingspook tegen het dashboard stond. Volgens betrokkene gaf hij de telefoon af en toe een tikje om deze recht te zetten, maar hield hij de telefoon niet vast. Het hof oordeelt eerst dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden. Uit het beroepschrift blijkt namelijk dat

VR 2026/143 Vasthouden mobiel navigatiesysteem tijdens het rijden.

Jurisprudentie

Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat in zijn hand hield en daarnaar keek. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, omdat onvoldoende blijkt dat het ging om een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a RVV 1990. Het hof volgt dit betoog niet. Uit de getuigenverklaring en de door de gemachtigde overgelegde afbeelding volgt dat het apparaat volgens de betrokkene

VR 2026/108 Door rood rijden met fiets, verkeerslicht ook bestemd voor fietsers, sanctie terecht.

Jurisprudentie

Aan betrokkene is een Wahv-sanctie van € 120,- opgelegd omdat hij met de fiets is doorgereden bij een rood driekleurig verkeerslicht. Betrokkene erkent dat hij door rood is gereden, maar stelt dat dit verkeerslicht alleen voor automobilisten gold. Volgens hem stond iets verderop een apart fietsersverkeerslicht op groen en mocht hij daarom doorfietsen. Hof oordeelt dat het rode verkeerslicht ook voor fietsers gold. Het verkeerslicht gold voor verkeer vanuit de richting waar betrokkene vandaan kwam, waaronder fietsers. Dat blijkt mede uit de fietsruimte op het wegdek, de stopstreep vóór het

VR 2025/133 Ook aangehouden verdachte is passagier in de zin van art. 59 RVV 1990. Sanctie voor niet dragen autogordel terecht opgelegd.

Jurisprudentie
Betrokkene is aangehouden en wordt in een politievoertuig naar het politiebureau vervoerd. Omdat betrokkene weigert de autogordel te gebruiken, wordt hier een administratieve sanctie voor opgelegd. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene niet als passagier in de zin van artikel 59, eerste lid van het RVV 1990 kan worden aangemerkt, nu betrokkene ten tijde van de gedraging als aangehouden verdachte in een politiebus zat. Het hof overweegt dat het RVV 1990 geen definitie bevat van het begrip passagier en geen uitzonderingen kent voor het vervoer van personen in een voertuig van de politie

VR 2025/127 Afwijzing ontheffing parkeren op de openbare weg. Belangenafweging.

Jurisprudentie
Appellant dient een aanvraag in voor een ontheffing om gedeeltelijk op de openbare weg te parkeren. Appellant wil zijn auto parkeren naast zijn woning, maar de zijtuin van zijn woning is daarvoor te smal. Het college wijst de aanvraag af, vanwege onder meer het waarborgen van de bruikbaarheid en veiligheid op de weg. Daarbij heeft het college het belang van een vrije en veilige doorgang voor onder andere de brandweer en vuilniswagens laten prevaleren boven het belang van appellant. Het college verklaart het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank verklaart het ingestelde beroep gegrond

VR 2025/101 Ook als (alleen) de achterkant van een voertuig een rood verkeerslicht passeert, geldt dat als door rood rijden.

Jurisprudentie

Betrokkene krijgt een administratieve sanctie voor het rijden door rood licht met een vrachtwagen. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging en voert aan dat het voertuig voorbij de verkeerslichten en half op de kruising tot stilstand is gekomen vanwege een file. De achterkant van de vrachtwagen is hierdoor geflitst. Naar de mening van de gemachtigde ten onrechte, omdat de vrachtwagen al voorbij de stopstreep en het verkeerslicht was. Het hof overweegt dat uit de aanwezige foto’s in het dossier blijkt dat de achterkant van de vrachtwagen rijdend de stopstreep is gepasseerd, terwijl

VR 2025/87 Aanrijding fietser en voetganger. 50% eigen schuld voetganger aan ontstaan ongeval.

Jurisprudentie

Op 26 maart 2021 vond rond zes uur 's avonds een verkeersongeval plaats tussen A (appellant) en X (geïntimeerde). X stak te voet een fietspad over terwijl A op zijn fiets andere fietsers aan het inhalen was. Hierbij raakte A hem waardoor X ten val kwam en een week in het ziekenhuis lag. Het fietspad was destijds ongeveer anderhalve meter breed en bevond zich tussen een trottoirband en een overdekte winkelgalerij. De politie heeft ter plaatse A als verdachte verhoord, maar er volgde geen strafrechtelijke vervolging. A was niet verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid. In de bodemprocedure

VR 2025/55 Plaatsen verkeerslichten en stopstrepen. Verkeersbesluit. Geluidshinder omwonenden.

Jurisprudentie

De wederpartij (in de uitspraak: X; red. VR) heeft bezwaar gemaakt tegen de plaatsing van verkeerslichten door het college van burgemeester en wethouders van Waalre bij een fietsersoversteek. Het college meende dat voor het plaatsen van deze verkeerslichten geen verkeersbesluit nodig was, omdat het als een feitelijke handeling werd beschouwd. Het college verklaarde daarom het bezwaar van de wederpartij niet-ontvankelijk. De rechtbank was van oordeel dat het plaatsen van verkeerslichten volgens de WVW 1994 wel een verkeersbesluit vereiste. Dit omdat verkeerslichten worden beschouwd als

VR 2025/49 Afwijzing vrijstelling verkeersregels DHL niet in strijd met gelijkheidsbeginsel: UPD-status PostNL rechtvaardigt verschil.

Jurisprudentie

DHL verzoekt om een vrijstelling van een aantal verkeersregels, zodat bezorgers mogen rijden en parkeren op plaatsen waar dat normaal niet is toegestaan. De minister weigert deze vrijstelling te verlenen, omdat de dienstverlening van DHL niet is aan te merken als een openbare of daarmee gelijk te stellen dienst. Deze vrijstelling is wel aan PostNL verleend. In geschil is of de minister hiermee in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt dat dit niet zo is. In tegenstelling tot DHL is PostNL door de minister aangewezen als universele postdienst (UPD). De