Zoeken

9994 resultaten gevonden

  1. VR 2020/10 Dood door schuld? Aanrijding bij duisternis. Gevaar voor de veiligheid op de weg.

    Jurisprudentie
    De verdachte botste met de door haar bestuurde auto achterop een fietser die daardoor overleed. De verdachte reed niet harder dan ter plaatse was toegestaan. Voorts was de snelheid van de verdachte in de gegeven omstandigheden niet zodanig hoog dat haar handelen als zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig kan worden aangemerkt. Het verwijt dat de verdachte kan worden gemaakt, is dat zij geen, in elk geval onvoldoende rekening heeft gehouden met de mogelijke aanwezigheid van fietsers op de rijbaan en daarop onvoldoende haar snelheid heeft aangepast om een aanrijding te kunnen voorkomen. De
  2. VR 2020/100 Mobiele telefoon vasthouden. Bewijs.

    Jurisprudentie
    Anders dan de betrokkene kennelijk meent, is het niet zo dat de ambtenaar altijd in het gelijk wordt gesteld en op zijn woord wordt geloofd. Als de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of er specifieke feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van die verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Er
  3. VR 2020/101 Rood verkeerslicht. Negeren ten behoeve van hulpdiensten?

    Jurisprudentie
    Het staat weggebruikers niet vrij om een rood verkeerslicht te negeren teneinde daarmee hulpdiensten vrije doorgang te verlenen. Artikel 50 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bepaalt dat weggebruikers voorrangsvoertuigen voor moeten laten gaan. Dit voorschrift ontheft hen echter niet van de verplichting om gevolg te geven aan andere verkeersregels en -tekens.
  4. VR 2020/102 Kentekenaansprakelijkheid.

    Jurisprudentie
    Gelet op de omstandigheid dat de betrokkene het op zijn naam geregistreerde voertuig ter beschikking heeft gesteld aan het garagebedrijf en, naar het hof aanneemt, zijn sleutels daar ook heeft achtergelaten, zodat de overtreder van het voertuig gebruik kon maken, is niet aannemelijk geworden dat de betrokkene het gebruik van zijn voertuig redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Dat de betrokkene geen uitdrukkelijke toestemming had verleend voor dit gebruik, maakt dit oordeel niet anders. De betrokkene komt dan ook geen beroep toe op de uitzondering van artikel 8 van de Wahv.
  5. VR 2020/103 Maximumsnelheid. Aanwezigheid verkeersbord. Bewijs.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 107,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 13 km/h (verkeersbord A1)”. Bij het verweerschrift heeft de advocaat-generaal een foto van de situatie van mei 2016 overgelegd. Het hof is van oordeel dat deze foto onvoldoende steun biedt voor de weerlegging van het bezwaar dat de bebording op 28 maart 2016 niet aanwezig was. Op basis van de overgelegde informatie kan in het licht van het gevoerde verweer niet genoegzaam worden vastgesteld wat de maximumsnelheid ten tijde
  6. VR 2020/105 Parkeren. Blauwe streep.

    Jurisprudentie
    Het is vaste rechtspraak van dit hof dat de bepalingen in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zijn gericht tot de wegbeheerder. Weggebruikers kunnen aan die regels geen rechten ontlenen. Dat de blauwe streep als bedoeld in art. 25 RVV 1990, in afwijking van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens, 9 centimeter breed zou zijn in plaats van 10 centimeter, brengt niet mee dat er geen sprake is van een blauwe streep in de zin van genoemde bepaling.
  7. VR 2020/106 Rijden door rood licht. Bewijs.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”.In een situatie als de onderhavige, waarin een ambtenaar groen licht waarneemt op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, zal door de ambtenaar moeten worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd. De ambtenaar
  8. VR 2020/107 Administratieve sanctie. Bewijs. Camera.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd ter zake van “als (snor)fietser bij ontbreken (verplicht) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken (bijv. rijden op trottoir, voetpad)”, welke gedraging zou zijn verricht op de Museumstraat te Amsterdam met een snorfiets.Aan weerszijden van de doorgang onder het Rijksmuseum te Amsterdam is een camera-installatie geplaatst boven de weg ten behoeve van de handhaving van een voetgangersgebied, aangeduid door de borden volgens model G7, Bijlage 1 RVV 1990 voorzien van de tekst: "Zone"
  9. VR 2020/11 Kop-staartbotsing. Dood door schuld? Gevaarzetting.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto) op de weg, de Rijksweg A27, gereden. Zij heeft op die weg de snelheid van haar voertuig niet voldoende geminderd bij het naderen van haar voorligger en heeft geen of onvoldoende stuurbeweging met haar auto gemaakt toen haar auto de auto van haar voorligger naderde. Zij is vervolgens tegen de linker achterkant van de auto van het slachtoffer aangereden. Hierbij is de auto van het slachtoffer (meermalen) over de kop gegaan en in een nabij die rijbaan gelegen sloot terecht gekomen, waardoor het slachtoffer is gedood. In
  10. VR 2020/110 Geslotenverklaring. Milieuzone. Onderbord. Bewijs. Geautomatiseerde constatering.

    Jurisprudentie
    Op het onderbord ontbreekt de voor de betrokkene relevante aanduiding betreffende personenauto's diesel 31 december 2000. In dit geval kan daarom aan de verklaring van de ambtenaar dat door middel van een tekst op het onderbord is aangegeven dat de geslotenverklaring ook betrekking heeft op dieselauto's van 31 december 2000 en ouder niet de betekenis toekomen dat kan worden vastgesteld dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
  11. VR 2020/111 Camerabeelden. Vormvoorschrift. Bewijs. Gebrek in vooronderzoek.

    Jurisprudentie
    Volgens artikel 177h lid 1 Wetboek van Strafvordering van Sint Maarten staat aan een in dat artikel bedoeld schriftelijk bevel gelijk ‘een mondeling bevel dat, op straffe van nietigheid, binnen drie dagen op schrift is gesteld’. De omstandigheid dat het desbetreffende mondeling bevel door tijdsverloop nietig is, staat er niet aan in de weg dat een nadien gegeven schriftelijk bevel is te beschouwen als een geldig bevel in de zin van dat artikel.
  12. VR 2020/112 Doorrijden na ongeval. Verlaten plaats ongeval.

    Jurisprudentie
    De verdachte is als bestuurder van een motorrijtuig betrokken geweest bij een verkeersongeval op een voetgangersoversteekplaats, waarbij een voetganger gewond is geraakt. Vervolgens heeft de verdachte haar voertuig nabij de plaats van het ongeluk achtergelaten en is zij weggegaan. Zij heeft, voordat zij de plaats van het ongeval verliet, niet kenbaar gemaakt dat haar voertuig betrokken is geweest bij het ongeval en zij heeft ook niet haar eigen identiteit bekendgemaakt. Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof dat artikel 7 lid 1, aanhef en onder a, WVW 1994 van toepassing is
  13. VR 2020/113 Weigering bloedproef. Recht op ademonderzoek?

    Jurisprudentie
    Indien ten aanzien van een verdachte de verdenking is gerezen dat hij - kort gezegd - art. 8 WVW 1994 heeft overtreden, kan de procedure worden toegepast strekkende tot een onderzoek naar het alcoholgehalte in zijn adem, dan wel zijn bloed als bedoeld in art. 8, tweede lid, WVW 1994. Het in de eerste volzin van het vierde lid van art. 163 WVW 1994 gegeven voorschrift vormt een procedurele waarborg dat de opsporingsambtenaar zijn bevoegdheid tot het vragen van toestemming tot medewerking aan het bloedonderzoek niet buiten de in de wet voorziene gevallen uitoefent. De enkele omstandigheid dat
  14. VR 2020/114 Dood door schuld? Gevaar. Schuldigverklaring zonder toepassing van straf.

    Jurisprudentie
    Bij de inhaalmanoeuvre met de door de verdachte bestuurde bus is de rechterbuitenspiegelsteun in aanraking gekomen met het linker handvat van de fiets van de fietsster die op dat moment op de fietsstrook fietste. De verdachte heeft dus een inschattingsfout gemaakt ten aanzien van de ruimte die op dat moment beschikbaar was om veilig langs de fietssters te rijden. Bij nader inzien bleek dat met name door de uitstekende rechterbuitenspiegelsteun, de ruimte om de twee naast elkaar rijdende fietssters in te halen, op die plaats en op dat moment te krap was. Hoewel de gevolgen van deze
  15. VR 2020/115 Dood door schuld. Rijden onder invloed. Maximumsnelheid. Mate van schuld. Straf.

    Jurisprudentie
    De verdachte is in de nacht van 17 september 2017 na een avond stappen onder invloed van veel meer dan de toegestane hoeveelheid alcoholhoudende drank in de auto gestapt en heeft binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid met in elk geval 50 kilometer per uur overschreden. De verdachte reed in een voor hem onbekende auto en was afgeleid, omdat hij zijn hoofd had gedraaid naar de bijrijdster en met haar aan het praten was. De verdachte is toen met een veel te hoge snelheid de bocht ingereden, in die bocht de macht over het stuur kwijtgeraakt en een woning gedeeltelijk ingereden. De bewoner van
  16. VR 2020/116 Rijden onder invloed. Andere stof dan alcohol. Toepasselijke voorschriften. Recht op tegenonderzoek.

    Jurisprudentie
    Het hof overweegt dat de verdachte wordt verweten zich op 28 november 2016 schuldig te hebben gemaakt aan overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Het hof stelt vast dat het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: het Besluit), zoals aangehaald door de raadsman, in werking is getreden op 1 juli 2017. Blijkens artikel 22 van het Besluit wordt een onderzoek dat ter vaststelling van een overtreding op grond van artikel 8, eerste lid, WVW 1994 voor de inwerkingtreding van dit besluit is of wordt uitgevoerd, afgehandeld
  17. VR 2020/117 Rijden onder invloed. Termijn van bloedafname. Vormverzuim.

    Jurisprudentie
    De termijn van 90 minuten als bedoeld in art. 12 lid 3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer strekt er niet toe de juistheid of betrouwbaarheid van het resultaat van het bloedonderzoek te waarborgen. Zij is blijkens de Nota van toelichting op het Besluit hoofdzakelijk ingegeven door doelmatigheidsoverwegingen, die verband houden met het (over het algemeen) snel afnemen van het gehalte aan THC in het bloed. De gestelde termijn van anderhalf uur maakt aldus geen onderdeel uit van het stelsel van strikte waarborgen waarmee het onderzoek is omgeven, zodat het resultaat daarvan

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!