Zoeken

10064 resultaten gevonden

  1. VR 2026/154 Gemeente aansprakelijk voor gevaarlijke weginrichting bij gracht.

    Jurisprudentie

    Een bestuurder rijdt ’s avonds met een autohoogwerker in een nieuwe woonwijk in Delft de gracht in. Het is op dat moment schemerig en de gracht is vanaf de weg onvoldoende zichtbaar. De autohoogwerker raakt ernstig beschadigd. Allianz vergoedt de schade aan haar verzekerde en stelt vervolgens de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk. Volgens Allianz heeft de gemeente de weg onvoldoende veilig ingericht en daarmee een gevaarlijke situatie laten ontstaan. Allianz vraagt de rechtbank vast te stellen dat de gemeente aansprakelijk is voor het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade en kosten

  2. VR 2026/155 Afwijzing vergoeding buitengerechtelijke kosten na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie

    In juni 2023 raakten twee cliënten van eiser, een Nederlands advocatenkantoor, betrokken bij een verkeersongeval met een verzekerde van Agro, een Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar. Avus treedt in Nederland op als vertegenwoordiger van Agro. Agro erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval en betaalde de cliënten een voorschot op hun schadevergoeding. Daarna ontstond alleen nog discussie over de vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Eiser vordert dat Agro € 1.235,27 betaalt, vermeerderd met rente en kosten. Volgens eiser moet Agro deze kosten vergoeden omdat zij aansprakelijk is

  3. VR 2026/156 Ongeval bestelauto en 17-jarige fietser. Rood verkeerslicht. 50 %-regel. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Verzoeker − ten tijde van het ongeval 17 jaar oud − raakte ernstig gewond toen hij op zijn fiets op een kruispunt in botsing kwam met een bestelauto. De WAM-verzekeraar van de bestelauto erkende aansprakelijkheid voor 50 % van de schade op grond van de 50 %-regel van artikel 185 WVW 1994. Verzoeker vraagt de rechtbank te bepalen dat de verzekeraar de volledige schade, dan wel een groter deel dient te vergoeden. De rechtbank stelt vast dat verzoeker een verkeersfout heeft gemaakt door een kruising over te steken terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Daarnaast negeerde hij de

  4. VR 2026/157 Buitengerechtelijke kosten bij voortgezette schadeafwikkeling na verkeersongeval. Dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie

    De twee verzoekers zijn op 25 augustus 2020 samen betrokken geraakt bij een kettingbotsing in Amsterdam. Zij zaten in een auto die van achteren werd aangereden, waarna hun auto tegen een ander voertuig botste. Allianz, de WAM-verzekeraar van de veroorzaker, heeft de aansprakelijkheid erkend en heeft beide verzoekers een voorschot van € 10.000,- op hun schadevergoeding betaald. Na het ongeval kregen verzoekers verschillende gezondheidsklachten. Deskundigenonderzoek bracht echter geen medisch causaal verband tussen deze klachten en het ongeval aan het licht, mede vanwege hun medische

  5. VR 2026/158 Letselschade na aanrijding door (onverzekerde) crossmotor. Aansprakelijkheid bestuurder. Eigen schuld en billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Verzoekster raakte op 16 april 2023 betrokken bij een ongeval tijdens een bijeenkomst van jongeren met crossmotoren en bromfietsen. Zij reed op een bromfiets toen zij werd aangereden door een bestuurder van een kentekenloze en onverzekerde crossmotor. De bestuurder reed met hoge snelheid en maakte een wheelie. Bij de botsing liep verzoekster ernstig letsel aan haar linkerbeen op. De strafrechter veroordeelde de bestuurder voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. Het Waarborgfonds Motorverkeer wees de aansprakelijkheid voor het ongeval echter af. Verzoekster

  6. VR 2026/159 Aansprakelijkheid wandelaar. Ongeval door hond en hondenlijn op fietspad. Gevaarzetting.

    Jurisprudentie

    Verzoeker, een wielrenner, raakt ernstig gewond bij een ongeval op een fietspad. Hij fietst in de richting van een wandelaar die zijn hond uitlaat. De hond loopt aan een lange lijn die over het fietspad is gespannen. Wanneer verzoeker de hond en de lijn ziet, maakt hij een noodstop om een aanrijding te voorkomen. Hij valt en loopt een dwarslaesie op. Verzoeker stelt de wandelaar en diens aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea aansprakelijk voor zijn schade. Volgens verzoeker heeft de wandelaar een gevaarlijke situatie veroorzaakt. Hij had de hond onvoldoende kort aangelijnd, waardoor de lijn

  7. VR 2026/16 Oplossingsrichtingen voor een soepeler afwikkeling van letselschade

    Artikel
    Eind 2021 is op initiatief van Slachtofferhulp Nederland, de ANWB en het Verbond van Verzekeraars de Denktank vereenvoudigde schadeafhandeling bijeengebracht. Aanleiding voor deze Denktank was de constatering dat, ondanks de stappen die door de branche zijn gezet om de benadeelde in het schaderegelingsproces meer centraal te stellen, er ruimte blijft voor verbetering. Hoewel een op de benadeelde georiënteerde afwikkeling steeds beter geïntegreerd raakt, ligt de focus in de afhandeling soms meer dan nodig op het proces van schaderegeling dan op waar het werkelijk om draait: het herstel en de behoeften van benadeelden. Tegen deze achtergrond is de ambitie van de Denktank om te komen met oplossingsrichtingen voor een rechtvaardige(re), snelle(re), eenvoudige(re) en transparante(re) schadeafhandeling, waarbij het herstel en de behoeften van een benadeelde daadwerkelijk voorop staan en dit ook zo wordt ervaren door benadeelde.
  8. VR 2026/160 Geen vaststellingsovereenkomst bij afwijkend voorstel voor buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie

    Een bij Achmea verzekerde auto rijdt achterop de auto van verzoeker terwijl die in een file stilstaat. Na het ongeval krijgt verzoeker verschillende klachten, waaronder nek-, schouder- en rugklachten, hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen in zijn rechterarm. Achmea erkent de aansprakelijkheid van haar verzekerde. Verzoeker werkt als zelfstandig ondernemer in de bouw en heeft zijn werkzaamheden sinds het ongeval niet meer kunnen hervatten. Een belangenbehartiger helpt hem bij de afwikkeling van zijn schade. Partijen onderhandelen over de schadevergoeding. Daarbij ontstaat discussie over de

  9. VR 2026/161 Causaal verband tussen ongeval en cognitieve klachten onvoldoende onderbouwd.

    Jurisprudentie

    Verzoeker raakte op 24 juli 2014 als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een andere auto, waarvan de bestuurder was verzekerd bij Ansvar. Ansvar heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Tussen partijen is vervolgens een geschil ontstaan over de vraag of de door verzoeker gestelde cognitieve klachten en stoornissen in causaal verband staan met het ongeval. Om de medische gevolgen daarvan te beoordelen, hebben partijen gezamenlijk neurologisch en neuropsychologisch deskundigenonderzoek laten verrichten. De bevindingen van de deskundigen sloten

  10. VR 2026/17 Niet aannemelijk gemaakt dat fietspaden voor meer dan dertig jaar voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Geen openbare weg in de zin van de Wegenwet.

    Jurisprudentie

    De eigenaar van een landgoed heeft twee fietspaden op het landgoed, de Emilialaan en de Stulpselaan, afgesloten. Fietsvrienden Pijnenburg verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarn hiertegen handhavend op te treden, omdat de paden volgens hen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het college wees dit verzoek af, omdat het de paden niet aanmerkte als openbare weg. De rechtbank oordeelde dat het college terecht niet handhaafde ten aanzien van de Emilialaan, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit pad openbaar was geworden. Voor de Stulpselaan kwam de rechtbank tot

  11. VR 2026/18 Intrekken weekendverbod voor motoren. Geluidsonderzoek uitgevoerd na eerdere uitspraak. Intrekkingsbesluit deugdelijk gemotiveerd.

    Jurisprudentie

    In een eerdere uitspraak had de Afdeling geoordeeld dat het verkeersbesluit om motoren in de weekenden van 1 april tot en met 31 oktober te weren onzorgvuldig was voorbereid. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het college een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en de cijfers over ongevallen, heeft het college geconcludeerd dat een weekendverbod voor motoren niet gerechtvaardigd is. Daarom heeft het college het besluit ingetrokken. Twee omwonenden stellen dat het intrekken van dit besluit in strijd is met de doelstellingen van artikel 2 WVW 1994

  12. VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan

  13. VR 2026/20 Vrijspraak dood door schuld. Geen verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte raakt als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een fietser. Als gevolg van het ongeval komt de fietser om het leven. Op de plaats van het ongeval geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft gereden met een minimale snelheid van 71,51 kilometer per uur. De verbalisant ruikt bij het eerste contact met verdachte een alcohollucht en de verdachte vertoont uiterlijke kenmerken van alcoholgebruik. Het resultaat van de blaastest op het voorselectieapparaat duidt op een waarde tussen de 300 en 430 microgram alcohol per

  14. VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

    Jurisprudentie

    Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

  15. VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

    Jurisprudentie

    In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

  16. VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

    Jurisprudentie

    Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

  17. VR 2026/24 Letselschade na val tijdens training hondencursus. Aansprakelijkheid bedrijf.

    Jurisprudentie

    Op 4 februari 2020 vond een ongeval plaats tijdens een hondentraining in de trainingshal van De Bréborgh. Tijdens de training was een parcours met hindernissen uitgezet. Toen de hond van appellant (A) bij een tunnel weigerde verder te lopen en A een stap achteruit deed, kwam hij ten val op een natte plek en liep hij ernstig armletsel op. A stelt dat De Bréborgh haar zorgplicht had geschonden. De door De Bréborgh genomen maatregelen – het beschikbaar stellen van dweilmateriaal en instructies aan deelnemers – waren volgens hem onvoldoende en ook ontbraken er waarschuwingsborden. In het

  18. VR 2026/25 Verkeersongeval. Geremd voor overstekende hond. Verkeersnoodzaak?

    Jurisprudentie

    Op 14 juli 2018 vond een verkeersongeval plaats op de A20. Daarbij botste een Renault Megane, bestuurd door Y en verzekerd bij Euro Insurances (vertegenwoordigd door AMS), met de rechtervoorzijde tegen de linkerachterzijde van een Kia Picanto. De Kia werd bestuurd door X en was verzekerd bij TVM. Het ongeval ontstond doordat de Kia, die op de linkerrijstrook reed, plotseling en krachtig afremde, waarna de achteropkomende Renault een aanrijding niet meer kon voorkomen. De rechtbank Den Haag oordeelde op 9 augustus 2023 dat TVM als WAM-verzekeraar aansprakelijk was voor de schade die uit het

  19. VR 2026/26 Zorgplicht van de Staat. Geen aansprakelijkheid voor schade overleden dochter.

    Jurisprudentie

    Eisers zijn de ouders van A, die in 2021 door een misdrijf om het leven gekomen is. Verdachte X heeft tijdens de voorlopige hechtenis een einde aan zijn leven gemaakt. Het OM heeft X niet meer strafrechtelijk kunnen vervolgen dus hebben eisers zich niet als benadeelde partij kunnen voegen in de strafzaak tegen X. Hierdoor hebben zij hun schade (shockschade, affectieschade en overlijdensschade) niet binnen het strafproces kunnen verhalen en spreken zij nu de Staat hiervoor aan. Zij stellen dat de Staat ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Volgens eisers wist of had de Staat moeten

  20. VR 2026/27 Verzekeringsrecht. Uitsluitingsclausule. Auto total loss. Schrikborrel.

    Jurisprudentie

    Nadat X met zijn leaseauto in de sloot was beland, werd de auto total loss verklaard. De auto was allrisk verzekerd bij Univé, maar die weigert dekking. Volgens Univé heeft X onder invloed van alcohol gereden, waardoor een uitsluitingsclausule in de polisvoorwaarden van toepassing is. X stelt dat hij het ongeval kreeg doordat hij moest uitwijken en remmen voor een dier. Hij zou pas ná het ongeval alcohol gedronken hebben in de vorm van een zogenoemde “schrikborrel”. Hij vordert daarom dat Univé de schade aan zijn leasemaatschappij dient te vergoeden. De rechtbank stelt voorop dat een

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!