Zoeken

10064 resultaten gevonden

  1. VR 2026/136 Vordering schadevergoeding voor autoschade na politieachtervolging.

    Jurisprudentie

    Op 10 januari 2024 reed gedaagde A in een auto van eiser X terwijl zijn rijbewijs was geschorst. Toen de politie hem een stopteken gaf, is A gevlucht. In zijn vlucht is A tegen twee geparkeerde voertuigen gebotst. Hierdoor ontstond schade aan zowel de auto van X als aan de voertuigen van derden. X vordert daarom van A een schadevergoeding. A verweert zich met de stelling dat de auto via een verhuurbedrijf was gehuurd door zijn vriendin, dat reeds huurbetalingen waren verricht en dat zijn aansprakelijkheid contractueel was beperkt. De kantonrechter oordeelt dat A toerekenbaar onrechtmatig heeft

  2. VR 2026/137 Aanvullend voorschot schadevergoeding na zwaar verkeersongeval.

    Jurisprudentie

    Verzoekster verzoekt de rechtbank om HDI Global SE, in haar hoedanigheid als WAM-verzekeraar, te veroordelen tot betaling van een aanvullend voorschot van € 83.295,73, en tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil. Aan de procedure ligt een zeer ernstig verkeersongeval ten grondslag dat plaatsvond op 1 oktober 2010, waarbij verzoekster op 8-jarige leeftijd zwaar letsel opliep. De auto waarin zij zich bevond, werd van achteren aangereden door een vrachtwagen en vervolgens tussen twee vrachtauto’s samengedrukt. HDI heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval al eerder

  3. VR 2026/138 Deelgeschil letselschade. Kopstaartbotsing door overstekend dier. Verkeersfout.

    Jurisprudentie

    Op 8 februari 2018 vond een kop-staartbotsing plaats waarbij verweerder A achterop de auto van verzoeker X reed. Het ongeval gebeurde buiten de bebouwde kom in een bocht op een weg waar 80 km/uur gold. Diezelfde avond vulden partijen samen een schadeformulier in en ondertekenden dit. A is verzekerd bij Bovemij. Later stelde X Bovemij aansprakelijk voor de schade, maar de verzekeraar wees dit af en stelde dat X zonder verkeersnoodzaak zou hebben geremd. Ook herhaalde aansprakelijkstellingen in 2023 leidden niet tot een ander standpunt. In het voorlopig getuigenverhoor verklaarde X dat hij

  4. VR 2026/139 Ongeval tussen elektrische bakfiets en snorscooter. Causaliteitsverdeling. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 5 april 2023 was verzoekster X zwanger van haar tweede kind en vervoerde zij haar eerste kind in een elektrische bakfiets. Rond 15:55 uur kwam zij in botsing met A op zijn snorscooter. Door de aanrijding heeft zij letsel opgelopen, dat volgens haar bestaat uit onder meer niet-aangeboren hersenletsel met aanhoudende klachten, waaronder cognitieve beperkingen, hoofdpijn, duizeligheid en vermoeidheid. Zij stelt daarnaast aanzienlijke schade te lijden, waaronder verlies van arbeidsvermogen. X exploiteert een drogisterij en parfumerie en stelt dat haar gezondheidsklachten niet alleen de

  5. VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.

    Jurisprudentie

    X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware

  6. VR 2026/140 Gevaar op de weg: artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 in de praktijk

    Artikel
    1. Inleiding: Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) verbiedt het veroorzaken van (potentieel) gevaar of hinder op de weg. De wetstekst stelt geen nadere eisen aan het veroorzaakte gevaar of het daaraan ten grondslag liggende (verkeers)gedrag. Uit de wetsgeschiedenis wordt wel afgeleid dat er sprake moet zijn van gevaarscheppend gedrag van een zekere minimumernst, maar van een consistente toepassing van zo’n minimumdrempel is geen sprake. Deze bijdrage bespreekt hoe artikel 5 WVW 1994 in de praktijk wordt toegepast als de aanleiding voor strafvervolging is gelegen in het plaatsvinden van een ongeval. Hierna geef ik eerst een nadere beschrijving van de strafbaarstelling van artikel 5 WVW 1994. Daarna bespreek ik hoe deze in de praktijk wordt toegepast, aan de hand van feitenrechtspraak over verschillende veelvoorkomende verkeerssituaties die tot ongevallen hebben geleid, zoals verblinding door de zon en de problematiek van de dode hoek. Hierbij springen opvallende verschillen in het oog bij de afdoening van op het oog vergelijkbare zaken, bijvoorbeeld bij de beoordeling van vragen en verweren over voorzienbaarheid, de anticipatieplicht en de vraag of artikel 5 WVW 1994 een ongeschreven minimumdrempel kent. Vervolgens geef ik een positiebepaling voor de vraag welke van de verschillende in de praktijk gesignaleerde benaderingen de juiste is, om af te sluiten met een conclusie.
  7. VR 2026/141 Bestemmingsplan. Vrijliggende fietsverbinding langs N-weg. Fietsersbond. Relativiteit.

    Jurisprudentie

    De gemeenteraad van Gulpen-Wittem heeft het bestemmingsplan 'Fietsverbinding en reconstructie N595'vastgesteld. Het plan maakt de reconstructie van de N595 tussen Kapolder en Wittem mogelijk en voorziet onder meer in een nieuwe vrijliggende fietsverbinding tussen Wittem en Kapolder. De Fietsersbond is tegen het plan in beroep gegaan, omdat zij de gekozen inrichting van de N595 en het vrijliggende fietspad onvoldoende verkeersveilig vond. Volgens de Fietsersbond moeten fietsers daardoor vaker de N595 oversteken. Daarnaast meent de Fietsersbond dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met

  8. VR 2026/142 Onderzoek rijgeschiktheid. Alcoholmisbruik. Ongeldigverklaring rijbewijs. Betrouwbaarheid rapportage.

    Jurisprudentie

    Wederpartij is op 18 januari 2024 betrokken geweest bij een eenzijdig ongeval. Uit de ademanalyse bleek dat hij onder invloed van alcohol was en het alcoholgehalte 1075 µg/l bedroeg. Het CBR heeft hierop een onderzoek ingesteld naar de rijgeschiktheid van wederpartij. De psychiater heeft in zijn onderzoek van 25 mei 2024 vastgesteld dat de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ gesteld kan worden en dat het aannemelijk is dat wederpartij met het alcoholmisbruik is gestopt op 19 januari 2024. Op basis van het onderzoek heeft het CBR het rijbewijs van wederpartij ongeldig verklaard. Wederpartij

  9. VR 2026/143 Vasthouden mobiel navigatiesysteem tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat in zijn hand hield en daarnaar keek. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, omdat onvoldoende blijkt dat het ging om een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a RVV 1990. Het hof volgt dit betoog niet. Uit de getuigenverklaring en de door de gemachtigde overgelegde afbeelding volgt dat het apparaat volgens de betrokkene

  10. VR 2026/144 Mobiele telefoon in houder, vasthouden tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    /Aan de betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene tijdens het rijden met zijn rechterhand om zijn mobiele telefoon en de houder zat, terwijl hij de telefoon met zijn duim bediende. De betrokkene voert aan dat de telefoon in een houder zat en dat hij de telefoon kon bedienen zonder deze vast te houden. Het hof stelt voorop dat artikel 61a RVV 1990 niet het bedienen van een mobiele telefoon verbiedt, maar het vasthouden daarvan. Volgens het hof kan ook

  11. VR 2026/145 Telefoon op middenconsole, aantikken is geen vasthouden.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene is een Wahv-sanctie opgelegd, omdat hij als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat zou hebben vastgehouden. Betrokkene voert aan dat hij handsfree belde via bluetooth en dat zijn telefoon op de middenconsole achter de versnellingspook tegen het dashboard stond. Volgens betrokkene gaf hij de telefoon af en toe een tikje om deze recht te zetten, maar hield hij de telefoon niet vast. Het hof oordeelt eerst dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden. Uit het beroepschrift blijkt namelijk dat

  12. VR 2026/146 Vrijspraak artikel 5 WVW, overtreding artikel 18 RVV, geldboete.

    Jurisprudentie

    De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert. De wetgever heeft met artikel 5 WVW 1994 slechts

  13. VR 2026/147 Verkeersongeval. Laagstaande zon, kort moment van onoplettendheid. Schuldigverklaring zonder straf.

    Jurisprudentie

    De verdachte rijdt met haar auto achterop een motorrijder die snelheid mindert. De motorrijder loopt daardoor letsel op, waaronder een gebroken ruggenwervel en een verwonding aan zijn pols. De verdachte wordt primair verweten dat zij schuld heeft aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Subsidiair wordt haar verweten dat zij gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW 1994. De rechtbank stelt voorop dat voor schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Die schuld kan

  14. VR 2026/148 Plaats ongeval verlaten, bijrijder, geen betrokkenheid in de zin van artikel 7 WVW.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt vervolgd voor het verlaten van de plaats van een ongeval. Zij zat als bijrijder in een personenauto waarmee een overstekend slachtoffer is aangereden. De bestuurder is na een korte stop doorgereden. Het slachtoffer is een dag later aan de gevolgen van de aanrijding overleden. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte als bijrijder kan worden aangemerkt als degene die bij het verkeersongeval betrokken was in de zin van artikel 7 WVW 1994. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad kan degene die niet de bestuurder was van het rechtstreeks bij het verkeersongeval

  15. VR 2026/149 Ongeval veroorzaakt na door rood rijden. Criterium roekeloosheid bij regresvordering verzekeraar. WAM.

    Jurisprudentie

    Een bestuurder van een gehuurde en WAM-verzekerde personenauto veroorzaakte in Amsterdam een verkeersongeval door met een snelheid van 61 tot 68 km/u door rood licht te rijden en een fietser aan te rijden. De bestuurder is strafrechtelijk veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 WVW 1994. De WAM-verzekeraar vergoedde de letselschade van het slachtoffer en stelde vervolgens op grond van artikel 15 lid 1 WAM regres in tegen de bestuurder. Volgens de verzekeraar was sprake van roekeloosheid in de zin van de polisvoorwaarden en artikel 7:952 BW, zodat de schade van dekking was uitgesloten en

  16. VR 2026/15 De schadevergoedingsmaatregel in het licht van de normering en standaardisering van de behandeling van schade in het strafproces

    Artikel
    De vergoeding van de schade die een slachtoffer heeft geleden door een strafbaar feit is een complex onderwerp. Bij schadevergoedingen aan slachtoffers van strafbare feiten komen twee gescheiden rechtsgebieden, het civielrecht en het strafrecht, samen. Ook raakt het onderwerp aan politieke en ideologische discussies over de positie van het slachtoffer van strafbare feiten. Hoewel de huidige praktijk tot zowel principiële als praktische problemen en knelpunten leidt, lijkt de politieke en financiële ruimte voor de wetgever om deze problemen aan te pakken beperkt. Aan de aanbevelingen van de Commissie onderzoek stelsel schadevergoeding voor slachtoffers van strafbare feiten (beter bekend als de Commissie-Donner)1) uit 2021 is grotendeels geen gevolg gegeven.2) Een oplossingsrichting die de regering wel wil verkennen is de normering en standaardisering van de schadevergoedingen.3) Een wetenschappelijke uitwerking van deze verkenning is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak uitgevoerd door Hebly en Lindenbergh. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Doen wat kan. Hoe normering kan bijdragen aan betere behandeling van schadevergoedingsvorderingen in het strafproces’ dat in 2025 is verschenen.4) Dit rapport geeft het algemene kader over de mogelijkheid tot normering en standaardisering. Een verder uitvloeisel van de verkenning is de ‘Rotterdamse schaal’ met een praktische uitwerking van normering en standaardisering voor een specifieke vorm van schadevergoedingen: smartengeldbedragen.5)
  17. VR 2026/150 Onrechtmatig handelen door opzettelijke misleiding van verzekeraar.

    Jurisprudentie

    Op 1 mei 2022 is appellant op zijn fiets betrokken geraakt bij een aanrijding met een auto die was verzekerd bij Nationale-Nederlanden (NN). Appellant stelde NN aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval en claimde onder meer letselschade en schade aan zijn fiets, telefoon, jas en broek. NN constateerde dat uit de eerste ongevalsinformatie uitsluitend materiële schade aan de fiets en de auto naar voren kwam. Daarnaast bleek uit een controle van de CIS-databank dat appellant eerder meerdere keren in de interne en externe verwijzingsregisters was opgenomen. NN liet daarop een nader

  18. VR 2026/151 Vergoeding overlijdensschade naar Oostenrijks recht. Verkeersongeval.

    Jurisprudentie

    Op 2 januari 2017 overleed de vader van eisers na een verkeersongeval in Gerlos, Oostenrijk. Een bestuurder reed hem in het donker aan. De bestuurder reed zonder verlichting, had door de sneeuw beperkt zicht en had alcohol gedronken. Een Oostenrijkse strafrechter veroordeelde de bestuurder wegens het door grove nalatigheid veroorzaken van het overlijden. Eisers waren op dat moment 13 en 17 jaar oud. Eisers stellen Generali, de verzekeraar van de veroorzaker, aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade die zij door het overlijden van hun vader hebben geleden. Zij eisen onder meer

  19. VR 2026/152 Stofoverlast van onverharde weg. Geen onrechtmatige hinder. Gemeente niet aansprakelijk.

    Jurisprudentie

    Eisers wonen sinds juli 2022 naast een gedeeltelijk onverharde bosweg die toegang geeft tot een locatie waar arbeidsmigranten wonen. Door het intensieve verkeer over deze weg ervaren zij veel zand- en stofoverlast. Zij meldden dit kort na hun verhuizing bij de gemeente. In maart 2023 dienen zij een formele klacht in. De gemeente verklaarde deze ongegrond. De klachtadviescommissie erkende de stofoverlast, maar vond dat de gemeente met het reguliere onderhoud aan haar verplichtingen voldeed. Een gesprek tussen partijen bracht geen oplossing. Eisers stelden de gemeente daarna aansprakelijk. De

  20. VR 2026/153 Letselschade na verkeersongeval. Geen causaal verband tussen ongeval en klachten.

    Jurisprudentie

    Eiser raakt als bestuurder betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij met zijn auto tegen een geparkeerde auto rijdt. Na het ongeval ervaart eiser verschillende lichamelijke en psychische klachten. Volgens eiser zijn deze klachten door het ongeval veroorzaakt en beperken deze hem in zijn dagelijks leven en in zijn werk. Hij doet een beroep op de bij Allianz afgesloten schadeverzekering voor inzittenden (SVI) en vordert vergoeding van de schade die hij door het ongeval lijdt. Eiser vraagt de rechtbank voor recht te verklaren dat zijn klachten door het ongeval zijn veroorzaakt en Allianz te

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!